Wijd opengesperde kut sex markt enschede

wijd opengesperde kut sex markt enschede

Dat laat ik maar even gaan, in het nieuwe jaar op 26 januari is het alweer de Nationale Gedichtendag met meteen daarop volgend op 28 januari de theaterpresentatie van de  OBA Jaarbundel Even bijkomen, diep ademhalen tot het circus weer begint! Waar watersnood de geur van  zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend  landschap vermorst tot grauwe  ledigheid onder een laag wolkendek  terwijl een enkele zonnestraal het  drassig pad onder de kaplaars  ontmaskert als onbegaanbaar  daar spant de geest samen met de tijd  telt de beschikbare uren en  zegeningen: Waar regeringen in langgerekte  vergaderingen bijeen gedoogd door  nieuwe barbaren zich plooien in  zetten en tegenzetten terwijl Europa  kreunt onder een schuldenlast op  schouders van onschuldigen  daar stelt men zich teweer doet van  zich horen — vroeger of later.

Zo zullen wij buigen maar niet breken  verzinnen wij listen terwijl we  doorstaan formuleren ideeën en  doorbreken het zwijgen tot de  laatste roofridder is verdreven en  het bolwerk van zijn macht gesloopt. Op de ruïnes declameren wij gedichten  en heffen het glas wetend dat elke  ruïne de wederopbouw in zich draagt.

Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis  Het duurde deze keer niet zo lang, mijn terugkeer naar Antwerpen. In , toen Hugo Claus was gestorven, was ik er na meer dan twintig jaar van afwezigheid.

In de oude havenstad aan de Schelde bestaat er een poëziepodium  al twaalf jaar: Bart Van Peer was een van de oprichters en zet zich nog steeds in voor dit  maandelijks podium, daar moet dus wel een sterke motivatie achter steken. Een reden om er eindelijk eens naartoe te reizen, want tot mijn schande moet ik erkennen dat ik als Hernehim-redacteur wel Brusselse en Gentse podia bezocht, maar "De Muzeval" nog nooit.

De Belgische Spoorwegen werkten nog een beetje tegen — want zij werkten niet: Maar besluit is besloten, zó gemakkelijk laten we ons niet weerhouden: Al is de E17 dubbel zo druk en duren de werken bij  Brasschaat nog altijd maar voort Bushalte of Parkeergarage Groenplaats blijkt meest nabij de bestemming, vlakbij  de Kathedraal, hartje oude binnenstad. Een gezellige drukte op straat, gelukkig minder dan op het Leidseplein in Amsterdam, waar het me vaak net teveel is.

Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis, waar vele straten  samenkomen. Eén ervan voert naar de Schelde, halverwege een zijstraatje links: Een oud schilderachtig, lichtelijk morsig, straatje. Omdat er niets  "groot" aan is, vermoed ik dat de Kleine Pieter Potstraat een steegje zal blijken!

Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu  eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al  snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik. Maandelijks nodigen zij telkens  een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze. Vandaag de e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo , op de komende 8e  december zal het Luk Paard zijn — wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia.

In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden  met eigen werk. Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium. Het pand "Den Hopsack" heeft waarschijnlijk een andere functie gehad — misschien was het een woonhuis met een grote suite, of een winkel vóór met een woonkamer achter? Voorin loop je langs de bar, het podium beslaat de helft van de achterruimte.

Je kunt er  een klein orkestje neerzetten of een theaterstukje spelen, wel rijkelijk groot voor een  eenzame dichter, die zijn kunsten vertoont met achter zich openslaande tuindeuren.

Ligt er een tuin achter of een binnenplaats? Het is in het duister niet te zien Het geluid en het licht zijn prima en dat verdient een pluim,  hoe vaak laat dat niet te wensen over!

Un petit peu de Montmartre en Anvers Ondanks de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een twintigtal  aanwezigen, presentator, dichter en bezoekers tesamen, Minder dan gewoon, mogelijk door de spoorstaking — Bart Van Peer vertelt dat er meestal bezoekers zijn. Von Solo geeft zijn hele  optreden als titel: Mijn reis naar het einde van de nacht. Hij heeft zich duidelijk laten inspireren door Céline's "Voyage au bout de la nuit" Overigens was Céline niet opener dan Jan J Slauerhoff in diezelfde tijd met zijn "Fleurs de marécage" —  welke overigens destijds slechts in een beperkte oplage werd gedrukt, bestemd voor  vrienden en vriendinnen.

Door Céline als kapstok te gebruiken verschaft Von Solo zich de ruimte om expliciete seks niet te schuwen. Ik ben in de 21e eeuw wel wat gewend van de slammers en  andere moderne dichters, toch voel ik mij als Nederlander wat ongemakkelijk temidden van dit Vlaamse publiek voor wie een andere Nederlander op het podium enthousiast reciteert in eenvoudig rijm over "spuitende lullen, soppen, vrouwen die likken en pijpen, over klaarkomen en nog kleverige dijen nadien" Er zijn maar twee vrouwen onder de toehoorders, één jonge die zich er ogenschijnlijk  niet door laat beroeren en één blonde dame van middelbare leeftijd die getuige haar  geschater enorm veel schik heeft.

Misschien ga ik niet met mijn tijd mee? Als onze Brabantse Corry Konings 60 , van vroeger zo gekend voor haar populaire  liefdesliedjes "ik krijg een heel apart gevoel van binnen" , nu plots als grijze dame  met geverfd haar luidkeels "Hoeren, neuken, nooit meer werken" staat te zingen, zou  toch niets mij nog uit mijn evenwicht kunnen brengen? Wellicht komt mijn ongemak  van de gedachte: In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde  tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd.

Wij spreken over  de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld  voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg. Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse  geniet.

Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium. Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje.

Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën  van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht  zij de meeste bijval?

Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: Plaatsvervangend vind ik het voor haar  man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht  ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte  overdosis.

Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht  over het plezier van de "zotheid". Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA.

Ook mede-organisator Frans Vlinderman alwéér een alias draagt gelaagde poëzie van eigen hand voor. Ikzelf krijg ook wat podiumtijd en mijd zorgvuldig het scabreuze, houd mij bij de stad aan het water. Of het de Schelde is, de Maas of het IJ, altijd hebben die steden  een "overkant", die wat minder in trek is: Ze hebben allemaal hun havens gemeen, dus kom ik terecht op mijn maritiem werk Altijd vraag ik iemand uit het publiek zijn of haar mening over wat "het mooiste" was  in de voordracht zojuist gehoord.

Eveline kiest voor het slotgedicht over het heimwee  van de zeeman. Ik mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan  Ik mis jouw stem, die ik meer nog voel dan hoor  ik mis je warme adem langs mijn oor  Ik mis je speelse vrolijkheid, zo blij spontaan. Ik mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet  Ik mis het vlinderstrelen door je zachte hand  Ik mis het hoe je beeft als passie brandt  Dat, en nog meer mis ik - maar ik moet.

Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden  behandeld met in totaal meer dan gedichten, onovertroffen.

Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede- hands exemplaar ontdekken: Hoe kijken die dichters naar de stad? Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook van hartgrondige haat. Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad  en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement, maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: Hernehim-dichter John Zwart zou ook meedoen, maar moest helaas kort voor  het feest afhaken.

Gelukkig heeft hij "Suburbia" nog om van te genieten tot troost. Het valt te hopen dat de bezoekers aan de Villa Kunstpassage even inspirerend  werk te horen kregen. Rik Comello Den Haag  hier met vriendin, heeft net als John Zwart een maritieme achtergrond  Vriend en collega-dichter Rik Comello en John hadden beide wel een speciaal  nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad: De stad, met aan de boorden van haar havens de toewijding  van de beschermheilige der zeelieden  Mijn stad, mijn stad De stad De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld Terwijl zij haar gestrekte armen reikt naar de ochtendzon besmeuren vuile zwervers de plooien van haar nachtjapon Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt wordt aan haar borst haar kleed gescheurd Als steeds die horden haar belagen hoe kan zij daarbij nog behagen Wordt telkens door rabauwen opnieuw haar schoot geschonden door haar ware minnaars wordt weer haar bloedend hart verbonden Na jaren keer ik weer — ze toont mij haar aangezicht en zegt: Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff: Alleen de havens zijn ons trouw Al 't andere aan de vaste wal Behoort niet bij ons, vriend noch vrouw Stond ooit eens voor de zeeman pal.

Gisteren was het Wereld Alzheimer Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit  Maassluis en het duo Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff als het uitgelezen moment  beschouwd om hun boek "Kus me nog eens wakker" aan de pers te presenteren.

De dag, woensdag 21 september, maar ook de locatie was zorgvuldig gekozen: Museum Het Dolhuys te Haarlem. Het Nationaal Museum, waar wordt getoond hoe er  door de eeuwen heen werd omgegaan met mensen die 'anders' zijn. Een fotograaf en een schrijver gingen twee jaar lang op in de wereld van mensen die  lijden aan dementie. Voor de schrijver, Gerrit Molenaar, was het een project dat hem  ook moest helpen in de zoektocht om zichzelf te hervinden.

Want hij was door zijn  journalistieke werk zo rationeel geworden, als gevolg ook bijzonder cynisch, waardoor  zijn gevoelsleven erg verarmd was. Het proces van het maken van het boek, waarbij hij contact moest maken op een intieme wijze met zijn hoofdrolspelers, zou hem tegelijk kunnen helpen weer dichter bij zijn gevoel te komen. Zijn hond Mozes gaf hem het voorbeeld door de intuïtieve manier waarop het dier  reageert op mensen. Mozes maakt direct contact of wijst resoluut af, de hond besluit onmiddellijk zonder zichtbare aarzeling.

Zo'n intuïtieve benadering helpt ook bij de  openheid naar de ouderen die hij voor een rol in het boek uitkiest, met wie iets tot stand moet komen. Het komt zelden voor dat een boekpresentatie zich zó ontvouwt: De deuren gingen op slot niet storen en na een korte monoloog gingen ook de lichten uit om 't geluidslandschap beter te kunnen ondergaan.

Ook muziek werd als ondersteunend element gebruikt. Als het licht dan weer aan gaat voelt het als het verlaten van een bioscoopzaal na het zien van een meeslepende film. Het bekijken van het boek doe je hierna ánders, onder invloed van deze indrukken: Een ontroerende foto van één van de hoofdrolspeelsters in het boek, samen met haar man, brengt de kijker-lezer in de juiste gemoedstoestand om dit verslag vanuit de leefwereld van deze dementerende ouderen op een manier te ondergaan, zoals dat door fotograaf en schrijver bedoeld is.

Het boek is vooral een "kijkboek", het is grotendeels gevuld met bijzondere en zeer   indringende foto's in kleur van Bert Verhoeff. Summiere teksten, opgetekende citaten en korte gedichten vormen de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk. Aan het eind van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan  tegen zijn persoonlijke achtergrond. De lezer kan dus kiezen: Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een "kijkboek"  ter hand nemen.

Onderweg worden ze dan verrast door kleine "ingestoken" tekstbladen, met een citaat of een klein gedichtje. Zoals deze regels die de 85 jarige Anneke Boer schreef: Bert is mijn mannetje help, mijn Bert is een schat! Of deze op citaten van Ben Wikkers: Negen mensen die in tehuizen, of thuis worden verzorgd. Een boek dat iedereen die met deze verouderingskwaal van het brein in zijn naaste  omgeving te maken krijgt een beetje kan helpen bij inleving en begrip.

Bert Verhoeff Teksten van: Teun van der Heijden. Internet Uitgeverij De Brouwerij. Eddy Beugels wordt "de klopper" genoemd, want hij blijft overal op bonzen, dreigend? Eddy is blij als de zon schijnt, hij is blij met een regenbui,  Eddy is altijd blij: Eddy is blij heel erg blij van blijdschap klopt Eddy de hele dag op ramen en deuren zodat iedereen weet hoe blij hij is zodat iedereen het hoort zodat iedereen het voelt.

Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde  -   bericht 16 augustus     Leeuwarden, zondag 14 augustus -. Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie in Leeuwarden.

Of poëzie, moeten we "slammen" poëzie noemen? Hernehim Cultuur gebruikt liever als term "contemporaine dichtstijl"  voor die vorm die zo ver afstaat van het ingetogen dichten dat even  goed, zo niet beter, tot zijn recht komt zonder het effect van de voordracht. Melvin van Eldik doet de laatste jaren erg zijn best om Friesland hiervoor warm te laten lopen.

Hij organiseert avonden in Attel-J en buitengebeuren op zomerse zondagmiddagen op het muziekpodium van de Koperen Tuin.

Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden  - Foto H C We schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor. Maar als het niet in Amsterdam of Utrecht plaatsvond of die ene man deed niet mee dan lees je er weinig over. Dus vult uw HC redactie deze leemte vandaag op: Zondagmiddag 14 augustus vond in de muziektent van de Prinsentuin te Leeuwarden ook bekend als de Koperen Tuin naar de roman van Simon Vestdijk een open slamcompetitie  van Melvin van Eldik plaats.

Jee Kast werd uitgeroepen tot winnaar. Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was anders dan de eerste keer op 13 juni, ook anders dan de volgende op 22 juli, het was elke keer weer anders, maar de sfeer  telkens spreekt wel uit het verslag dat over de eerste keer geschreven werd: De zomer had ons inmiddels geleerd om een 'plan B' achter de hand te hebben, als  'slechtweer oplossing'.

Niet de keus beperken tot: Maar het alternatief was niet nodig want het was vrijdag 12 augustus werkelijk een  stralende zomerdag met ideaal wandel en terrasjesweer. Daar hebben we naar hartelust van geprofiteerd, voor zowel het eerste als het laatste!

En een stukje van 't  'slechtweerplan' hebben we óók nog genoten: En Jorwert leverde ook weer een bijzonder verhaal op dat  een plekje op de Blogpagina heeft verdiend. Verder kun je alleen maar spijt hebben als je er niet was. De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto Friesland Bank  Stad met veel tastbare historie maar ook moderniteit met allure "Alles heb ik teruggevonden,  Bekoorlijk verwaarloosd als 't vroeger was: Het groene pad begroeid met spichtig gras,  De zonnebloemen die toen lager stonden Alde Fryske Tsjerken de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont,  heeft altijd het oog op elk komen en gaan De Landelijke Liefde-wandeling  - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland -  geplaatst op 15 juni   Op tweede pinksterdag, de dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan  "l'amour rustique" J.

Natuurlijk was het niet echt de eerste keer. In de loop der jaren reed ik menigmaal over 't voor deze wandeling gekozen traject, de eerste keren per auto,  later graag als fietser op mijn tochten naar Boazum en Jorwert. En in de aanloop naar deze Slauerhoff Wandeling liep ik tweemaal van Jongema State in Raerd naar de Pastorie in Jorwert , heen en terug.

Jongema State is al een aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij een extra betekenis, wetende dat de dichter die mij altijd het meest heeft geïnspireerd daar óók was en er poëzie op schreef. En Jorwert, met de toen nog onveranderde Pastorie waar ik kennismaakte met dominee Klooster in het jaar , was een andere plek waar ik de nabijheid van dichter Slauerhoff nog 'voelen' kon.

It Fryske Gea, de friese natuurbeschermingsvereniging bevordert bij het brede publiek de interesse voor de natuur, waarbij eveneens de culturele aspecten van een landschap de aandacht hebben. Net als de natuurbeschermers in de andere provincies, heeft men ook  zorg voor de culturele betekenis van landgoederen die in haar beheer zijn en dat is bij- voorbeeld ook het geval bij de middeleeuwse "slachtedyk"- een historische waterwering  van de Middelzee - als cultuurgoed tevens natuurobject onder de hoede van de vereniging.

De wandeling verloopt langs historische dijkjes en bolle bruggen over oeroude waterlopen door de streek van de voormalige Middelzee. Vaak ervaar ik dat mensen met 'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke  gedichten. En andersom merk ik dat poëzieliefhebbers ook vaak graag in de natuur vertoeven.

Zo kwam bij mij 't idee op om bij het tienjarig bestaan van Hernehim Cultuur de twee interessegebieden met elkaar te verbinden. En wat de literatuur betreft, wat is toegankelijker dan liefdespoëzie?

En hoe kan een poëzieliefhebber het landschap intenser beleven dan in het zicht van wat een dichter heeft geïnspireerd? Wij stonden gebogen over de vliet;  Daaronder leken onze gezichten  Ziende uit een toekomst, toen een lichte  Rimpeling ons glimlachen liet: Ons spiegelend zooals wij niet  Meer konden zijn. Een steen in 't water en terstond  Verdwenen we. Zoo was het altijd: Verschijnen, verdwijnen, weerzien, afscheid,  Zoeken in elkaars oogen en mond.

Een zoen, niet bij machte kortstondige weelde  Te geven, dien alleen het voorgevoel  Van het wellicht voor ´t laatst te doen  Een zekere ernstige wellust verleende.

Origineel gedicht uit de bundel "Serenade". Het werd een mooie en geslaagde dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse  onverwachte zaken en matige weersomstandigheden. Het plan was om deze tochten in kleine groepjes te maken, 6 tot 8 deelnemers om het gezamenlijk beleven te  bevorderen. De ervaring met de stadsrand-wandeling Watergraafsmeer van Albert Hoogendijk heeft me bevestigd in dat voornemen. Door de weerberichten, al vóór pinksteren — 1e dag zomers, 2e dag nat — haakten  mensen af en kromp een groepje van negen potentiële wandelaars in tot vijf, ondanks de belofte dat bij zware regenval in plaats van een wandeling een auto-etapperit zou  worden gedaan.

In de nacht kletterde regen op het slaapkamervenster maar de ochtend was droog  met voorbijdrijvend grijs. Vanaf elf uur was de samenkomst bij Wouters in Leeuwarden tegenover het station, want de deelnemers kwamen 'van heinde en verre'.

Tot het middaguur zou ik daar  zijn om hen te verwelkomen met koffie en thee. Maar Wouters had een A4tje op de  ruit geplakt: De stationsrestauratie in Leeuwarden is veroverd door onze grootgrutter als nieuwe  "to go" winkel en bood dus ook al geen soelaas.

Rondhangen voor de gesloten deur van Wouters ging me snel vervelen dus dan maar uitgeweken naar de lounge van 't  chique Oranjehotel — een uurtje heen en weer springen om oog te houden op de  dichte deur met het A4-tje.

De eerste geleerde les: Iedereen kreeg het geïllustreerde boekje  "Landelijke Liefde" ,  gelegenheidsuitgave Hernehim Cultuur ,    plus een routebeschrijving voor een fietstocht van 30 km vanaf Goutum  Leeuwarden  waarvan onze Slauerhoff Wandeling van 12 km deel uitmaakt. Een korte inleiding gaf ik op de stadswandeling en de afkomst van de dichter Jan Slauerhoff en daarna gingen we om half een op pad.

We liepen naar de Nieuweweg langs de monumentale neoklassieke Openbare Bibliotheek naar de Weaze en volgden de gracht naar Voorstreek waar we alleen nog aan de bovenverdiepingen konden zien waar Slauerhoff -op nr zijn schooltijd heeft doorgebracht.

We pauzeerden met gepaste aandacht bij het gedicht "het einde" in het plaveisel op de  brug tegenover de Wortelhaven en namen nog een kijkje bij de Bonifatiuskerk waar in Cristina Branco haar portugese fado's van vertaalde Slauerhoffpoëzie heeft opgenomen. Luister hier naar "De Eenzamen" Os Solitáros door haar gezongen.

We maakten er een rondwandeling van, door te vervolgen over de Monnikemuurstraat langs de Grote of Jacobijnerkerk, en door de Grote Kerkstraat langs de Princessehof, waar deze maand een expositie van Chinees porselein met geluk en liefdessymbolen is geopend. Eigenlijk zou je gemakkelijk een programma van een hele dag kunnen maken als de stads- wandeling met een museumbezoek wordt gecombineerd.

Ons groepje zag onderweg nog allerlei interessants, zoals ook antiquarische boekwinkeltjes die zeer in trek waren. Genoeg afleiding onderweg en het viel niet mee het tempo erin te  houden, maar ik moet toegeven dat ik zelf ook het bekijken van oude hofjes, de Grote Kerk etc.

Pas kwart over twee per auto op weg naar Jorwert -  na 10 minuten over de A32 kwamen  we in zijn wereld waar de tijd schijnbaar stilstond. Dijkjes die ecologisch worden beheerd, weiden met koeien, schaapjes, friese paarden en pony's, een bolle brug over de Zwette die daar achteloos onderdoor slingert bedekt met bloeiend 'pompebled', een landschap als de plaatjes van C. Jetses in Ot en Sien. In Jorwert konden we ook gemakkelijk de klok een eeuw terugzetten naar het jaartal dat  Jan Slauerhoff voor het eerst door Annie Hille Ris Lambers naar haar dorpje werd meege- nomen.

Wat er nog is aan onveranderde gebouwen bekeken we met de aandacht die ze verdienen: Natuurlijk waren de dames erg nieuwsgierig naar het "liefdeshoekje" achterin de tuin van de pastorie. Doordat de haven is gedempt en op die  plek een erf met grote schuur is gekomen moet je daarvoor "verboden terrein" opgaan: Toen ik er rond de Paasdagen was had ik dat natuurlijk stiekem al even gedaan.

Met de kleine groep waagde ik het erop. En dat zal je zien: Het bewonersechtpaar kwam naar buiten dus ik moest vlug mijn excuus maken, stelde  mij voor en verklaarde de reden van ons gluurdersgedrag. De vrouw van het paar bleek veel kennis te hebben van de historie van het dorp en schetste ons zelfs exact de situatie van vóór Slauerhoff en de roemruchte dominee, toen de pastorie met de tuin ongeveer een schiereiland vormde, het Havenspaed water was met niet meer  dan een smal paadje erlangs en de Lijnbaan ook een sloot, met een bruggetje erover dat verbinding gaf van de pastorie-zijtuin naar het kerkhof.

Ik kreeg zo weer heel wat nieuwe informatie over de bewoning en er werd zelfs een fotoalbum tevoorschijn gehaald. Pastorie Jorwert - Beeld , Slauerhoffjaar.

Na het vertrek van dominee Klooster in heeft de pastorie een jaar leeg gestaan  tot de verbouwing voor de huidige bewoners kon aanvangen. De buren maakten een hele serie foto's van het originele interieur, o. Het betrof het geëngageerde gedicht "De dienstmaagd" dat ook in onze gelegenheids- bundel is opgenomen. Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag,  Er stond een bank onder het schrale loover,  Achter een schrompelende wilgenhaag  Bijna vergeten door den zomer.

Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen  Overgegaan in een warm, waar verhaal. Maar zij zou mij van verre al aan zien komen: Het lage land ligt tot den einder kaal. Het was een welkome ontmoeting en kennismaking, al begon het helaas te regenen. De herberg bood ons geen schuilplek, die heeft meer een 'museale' functie en ontvangt graag  'recepties en partijen'. Als café is het gebouw maar beperkt geopend.

Daar was ik vanzelfsprekend tevoren van op de hoogte en ik had daarop gerekend: De kerk is wel alle dagen open en daar konden we droog blijven: Dat is toch heel wat anders dan: Het oude godshuis heeft een prachtige akoestiek en het was een geweldige ervaring om daar de Slauerhoff l. Zo gaf hij destijds sommige  gedichten een boodschap mee, nu weet iedereen wel dat zijn muze Heleen is geweest. Zo'n oude kerk dwingt je gedragen te lezen, leestekens te respecteren, witregel-pauzes te nemen.

De meeste dichters lezen te snel, ik ook. Het stille van den hof en het grijsblonde  Van zon laatglanzend door beslagen glas. Achter in de tuin begon de ondiepe plas,  Waar we elkaar 's avonds onder takken vonden Toen moesten we de lange wandeling nog maken en het was al bijna half vier i. Er was dus geen tijd meer te vermorsen Niet in Tsjeintgum dus, voor de beeldentuin van Hein Mader 86 , die hebben we helaas overgeslagen — de volgende keer moeten we maar wat strakker met de tijd omgaan.

In Mantgum was het gelukkig ook alweer droog geworden,  It Bosk voerde ons weer naar de "slachte" de vroegere westoever van de Middelzee. Rechts, midden in het vlakke weideland zagen we een afgegraven terp, niets meer dan een ommuurd hoog kerkhof met een toren middenop, oprijzend als hoogwater vluchtplek. De toren wordt gedateerd op de 11e eeuw, ook van tufsteen. Er is onbelemmerd uitzicht naar de terpen van Easterwierrum en Mantgum. Het dorp dat er vroeger omheen lag is 2 eeuwen geleden verplaatst naar een gunstiger plek.

Er bleven slechts toren en doden. Een ideale plek om het gedicht van Atze van Wieren voor te dragen: Halverwege weer zo'n bolle brug over  de Zwette, die nu nog voor de afwatering van dit lage stuk Friesland moet zorgen.

Onze tocht eindigde op Jongema State bij Raerd. Jan Slauerhoff en zijn Heleen zijn er ook meermalen geweest en er was dus nauwelijks een mooier eindpunt te bedenken. Het geeft me altijd een fijn gevoel om de zware deur in de toegangspoort uit open te maken om mijn "gasten" binnen te laten. Onder de poort hebben we nog wat poëzie gelezen, tenslotte kon ik als "kasteelheer"  de toegang weer afsluiten - er stond een grote auto klaar om ons weer terug te brengen naar Leeuwarden.

Jorwert lijn 93, Raerd lijn Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij  - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn  -  geplaatst op 6 juni    Het Spaarne stroomt Hemelvaartsdag, 2 juni in Haarlem — door JohnN. Er wordt wat afgewandeld tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere verslaggever, ben er nu regelmatig bij betrokken en dat is goed. Te vaak kreeg ik het gevoel dat ik te veel uren besteedde zittend aan het computerscherm.

Toen ik van stadsdichteres Sylvia Hubers hoorde dat de Haarlemse Dichtlijn jaargang , door deelnemers die gedichten op de stad schrijven, óók als een stadswandeling kan  worden beleefd, was ik meteen enthousiast. Al sinds schrijf ik voor 'Woorden in de Waagschaal' en de 'Dichtlijn' regelmatig 'haarlemse gedichten'. Het was die dag druk in de stad, het Spaarne lag vol plezierboten, de terrassen al vóór het middaguur goed bezet met genieters van drankjes in de zon.

Gelukkig lang niet iedereen  naar Zandvoort. Het lijkt wel per traditie - of ze het nu op Pinksterzondag of op Hemelvaart organiseren — áltijd hoogzomer bij de Haarlemse Dichtlijn. De opening weer in de Vishal, dat lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de  Grote Markt. Verse vis wordt daar allang niet meer verhandeld, verzen klonken er. De dagelijkse functie is expositieruimte, dat vraagt licht, dus kreeg de hal een glazen dak. Daar ben ik nooit blij mee op zo'n dag: Boudewijn de Groot meneer de president Lennert Nijgh leek er in mijn gevoel in de geest ook bij, want wat was Boudewijn geweest zonder die dichter?

Zijn outfit was passend bij het binnenklimaat. Hij kreeg de bloemlezing aangeboden: De Bundel van dit jaar, die oogt als Literair Werk in plaats van een gelegenheidsboekje. Die Bundel mag nu dus  best 10 euro kosten, nog een vriendenprijsje goed beschouwd.

Bavo aan de Grote Markt. In het tweede leven van de Adriaan kraak ik een nootje. Alle "dienstregelaars" van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te  overtuigen dat ze zich juist naar hún locatie moesten begeven.

Het Huisartsencabaret   menig geween is helaas iatrogeen , dat dichters als Wilma vd Akker, Gusta Bastian en Gerrit Vennema ontving, stal in mijn ogen de show is er een dichter in de zaal? De meest effectieve uiteraard de humor. Ze streken neer in het Archeologisch Museum daar liggen de resten van falende artsen in het verre verleden. Willemien Spook wat zal die gepest zijn op school met die naam, er is vast een sterke vrouw uit gegroeid   wilde liefst veel mensen naar de binnenbocht, het Korte Spaarne, naar Atelier September  lokken.

Ze droeg een lang gedicht voor waarin de hele wordingsgeschiedenis van Haarlem was verwerkt. In gedachten schrapte ik onmiddellijk mijn eigen "haarlo heim" van mijn lijstje. Fredie Kuiper , gewapend met accordeon en zangstem, kreeg met haar enthousiasme de stemming er goed in.

Toch was ik blij dat ik eerst in het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door  het stadscentrum in de aangenaam koelere buitenlucht. Sylvia Hubers — wie kan er nog  gelukkiger zijn dan zij, met haar initialen: S paarne H aarlem — heeft een hele schare bewonderaars. Is het niet voor haar gedichten dan is het wel voor haar muzikale prestaties op de zingende zaag! Echt waar, dat moet je horen. We hadden dan ook onmiddellijk een hele groep om ons heen. De mooiste, zeg ik zonder aarzeling, was Mayamba: Ze is beginnend dichteres, deed nog niet mee aan de Dichtlijn,  maar dat gaat vast nog wel komen, dat weet ik zeker, bij een jonge vrouw die bruist van  muzikaal, dans en schildertalent.

Waarom kon ik daar voor die Vishal een poosje alleen  maar naar háár kijken? Omdat ze herinneringen opriep aan de prachtige "cotto missies"  op de markt in Paramaribo, met haar prachtige kleding: Haar wieg  stond in Angola, haar atelier staat in Haarlem. Hoe weet ik dat van haar en haar talenten? Wel, ik maakte haar een verdiend compliment over haar kostuum en zij gaf mij haar kaartje.

In ons groepje ontwaarde ik de kunstenaar Hans Clavin, ook al een meervoudig talent waar  ik bij mijn laatste optreden in de Waag al mee kennismaakte. We gingen op pad en ik zag  opeens een dichter die ik niet in het programma had zien staan. Hij leek wel op Jan Kal En het wás Jan Kal Blijkbaar spontaan bij ons aangesloten. Op de Ster op de Grote Markt werd gedienstig een 'zeepkist' aangedragen die in werkelijk- heid een groentenkist was, niet echt geschikt voor klasse 80 kg en meer.

Maar het ging bij iedereen goed, we hadden 'm toch wel nodig, zonder versterking boven het achtergrond- rumoer. We wandelden verder naar het Johannes Enschedéhofje waar de deur op slot zat. Er mochten inderdaad wat dichters naar binnen om voor te dragen, dat was afgesproken, maar men had blijkbaar niet gerekend op een menigte van meer dan dertig personen. Het werd allemaal goedmoedig geregeld en we konden toch op die plek luisteren naar de poëzie over andere,  oude hofjes door Erika Destercke uit Gent en Harmen Malderik en André Rooijmans.

Over de Bakenessergracht naar het Spaarne, de Melkbrug had een verrassing in petto. Daar  stond een meerstemmig zanggroepje met instrumentale begeleiding om voor ons op te treden. Een heel leuk intermezzo, humoristische teksten en zelfs een méézinger.

Aan de overkant kwamen we via de Antoniestraat bij het historische pand waar jaar geleden de eerste legendarische Haarlemmerolie  goed voor elke kwaal werd gebrouwen. Op de gevel staat een gedicht van Willemien Spook dat ook werd voorgedragen. Verder hoorden we daar Else Dudink en Jos Zuijderwijk. Op de terugweg naar dezelfde brug waar we de zang hadden beluisterd, begon juist de bel  te rinkelen en sloten zich de slagbomen. Honderd en één plezierjachten moesten er door, dat ging wel even duren.

Sylvia maakte van de nood een deugd en stelde voor dat we een Open Podium zouden houden voor de slagboom. Het kistje werd neergezet en Erika Destercke liet haar "Haar in de boter" horen. Ook Jos Zuijderwijk greep de gelegenheid aan voor een langere toegift. En nòg voeren de scheepjes voorbij, dus ik liet mijn nieuwe Donkere Spaarnegedicht tewater als eerbetoon aan Hans Andreus, de dichter van het licht. Zijn eerste bundel werd hier aan het Spaarne uitgegeven in bij Uitgeverij Holland.

Zegt de ene rietveld- stoel tegen de andere rietveldstoel: Ruik eens aan mijn schouder en aan mijn sleutelbeen voel eens aan mijn strakgespannen kuit de zomer komt eraan Mijn knieën wisten het eerder dan ik. Omgevingsrumoer kan een enigszins storende factor zijn, maar toch kan een wandeling  door een toegevoegd poëtisch element vaak een heel speels en boeiend karakter krijgen. Wie dat nog niet herkent moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer ergens mee te lopen.

Dit verslag is natuurlijk verre van volledig, het is dan ook  een deelnemers impressie. De berichtgeving van een deelnemer kan niet anders dan ietwat gekleurd en vooral fragmentarisch zijn. Ik vertrouw dat ieder die niet genoemd wordt dit zal begrijpen. Het eigen optreden houdt je bezig en veel van wat een verslaggever registreert  ontgaat je. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek  veel groter dan in dat tijdsbestek past. Ik koos een route langs het Ampzing Genootschap waar opgetreden werd op het terras van Café Koops — en vervolgens naar de Waag waar ik in de derde en laatste ronde op 't programma stond.

Klanken voor een lach met een traan. Vervolgens was het een genoegen hoe Jando met zijn bezielde voordracht liet meevoelen  hoe een nieuwe liefde, op welke leeftijd ook, kan inspireren.

Eén blik op de mensen op het terras was genoeg om meteen te weten wie hem zo inspireerde. Snel dóór naar de Waag, ik passeerde Merik van der Torren op tegengestelde koers. Weer werd ik verwelkomd met muziek: Fredie Kuiper speelde een pauze vol met haar  accordeon. Ik hoorde Harmen Malderik en Myrte Leffring die haar muzikale partner  weer had meegebracht voor begeleiding op de piano.

Toen kwam Joop Scholten met zijn  "het sublieme", eerder gehoord in Eijlders, maar dat wilde ik toch niet missen. Dat gaat  ook op voor Martin van de Vijfeijke , met zo vaak 'n verrassende slotzin waarbij je gezicht niet in de plooi kan blijven.

Hetzelfde gebeurde me in de pauze, toen iemand zich voor de  tweede maal bij mij aandiende, die maar niet geloven wilde dat ik NIET Hans Dorrestijn  was, of tenminste dan zijn broer Het laatste blok van Leonice Leite da Silva , de Braziliaanse Nederlandse toonde zich erg nerveus, ze liet zich door mij op haar gemak stellen.

Ze stuurt me soms haar nieuwe gedichten om  te redigeren en voor opbouwende kritiek en noemt mij sindsdien "grote dichtvriend". Die Zuid-Amerikaanse dankbaarheid, die ook Paul Roelofsen gold, is hartverwarmend. Ze droeg een loflied op aan haar overleden Nederlandse schoonmoeder. Vooral bij het  vrouwelijke publiek zag ik ontroering. Frans Terken liet ons horen dat er nog steeds heel degelijk gedicht wordt in Leiden, met  werk dat het verdient opnieuw gelezen te worden om alles eruit te halen wat erin zit.

Wolff en Zwart gingen afsluiten. Max Lerou had zich heel even losgemaakt uit de intense omarmingen die hem buiten op het terras ten deel vielen en stelde zich strategisch op om Pom Wolff mobiel te registreren. Diens "One night song" die in De Bundel staat is een van zijn betere en helemaal in de stijl van de "guigeltondichter" die ik waardeer. Er is ook een  andere, ruigere slamversie van, die de titel "One night stand" zou kunnen dragen — zo had Fredie het ook begrepen — en hij koos voor die uitvoering in zijn voordracht.

Met succes,  zo tegen het einde kan men zich wat lossere teugels permitteren, het leverde hem een verzoeknummer op. Maar verder, Pom, maakte je je er toch wat gemakkelijk vanaf, met  alwéér die "pik van een halve meter in Almere Binnen" en die ouwe koe met weke uiers die je door de themopane wilde drukken.

Misschien ging je ervan uit dat je publiek zich steeds weer vernieuwt, maar ik hoorde het nu al zo vaak dat ik die ouwe koe niet meer door mijn  strot krijg, zelfs niet gemarineerd en gegrilld.

JohnN staat redelijk gunstig in het alfabet maar met Zwart zit je slecht Maar ik zag het die middag positief: Vijftig jaar Haarlemse Bloemenmeisjes zijn er inmiddels al geweest, dus élke vrouw van ieder jaargang in de Waag kon het zich veroorloven om te  beweren dat zij Het Bloemenmeisje was.

Ik had wat prints van het gedicht meegebracht. Ze gingen grif van de hand. Met dank aan Dries Havermans , Nuel Gieles , Marten Janse en al die andere vrijwilligers - van de drager van de zeepkist tot en met de lieve dames die de hapjes en de drankjes  in de Vishal verzorgden. Voor de ouderen onder ons: Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel  de overzijde badend in het licht  alleen van daaruit zien ze schaduwzij  wat men ervaart bepaalt alleen het zicht.

Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar  blonde hoofd getooid met bloemenkroon  hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen  in de spiegel van die trage stroom.

Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer  - deelnemersverslag van JohnN  -  geplaatst op 3 juni De Amsterdamse dichter Albert Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer  zo lief dat hij er een 'dromenfabriek' aan heeft opgedragen.

Hardlopend zowel als wandelend doorkruiste hij jarenlang de Watergraafsmeer en de oostelijke rafelranden van de stad — dat deel inmiddels beter benoemd als "Zeeburg" —  waaruit een paar favoriete routes ontstonden. En aan allerlei punten onderweg heeft hij  een gedicht gewijd. In printte hij er een aantal van uit en plakte ze aan, met milieuvriendelijke lijm  ja ja, op zijn "monumenten".

Ze waren luttele dagen later allemaal verdwenen. Bewonderaars of vandalen - we houden het maar op het eerste. Inmiddels zijn er 12 gedichten die werden verzameld in een kleine bundel: Als maker en gids organiseert hij soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers. Op zondag 22 mei heb ik zo'n wandeling meegelopen. Hoogendijk spreekt af met een  groepje in Café , Hogeweg 48, op de kruising met de Linnaeusparkstraat aldaar  stond een historische fontein.

Maar die is lang verdwenen. Een paar jaar geleden heeft het stadsdeel de buurt verblijd met herstel van oude glorie: Gemeenlandshuis, Diemerzeedijk 27, Amsterdam   Sinds in eigendom van de Hendrick de Keyservereniging.

Eén van de plekken waar we even stil stonden. De weg  er naar toe  is onveranderd  hier klotst, alleen dan  zonder getijden,  al eeuwen, onvermoeibaar het water  tegen de  Oude Diemerzeedijk  het verlangen  viert hoogtij  om achter  deze statige gevel  slechts  één weekend  de heer des huizes  te zijn  schrijven zal ik  uit duizend en één nacht  over hoe  het vroeger  was.

Na nachtelijke regen troffen we toch een bijna droge middag één flinke bui  die we schuilend in een horeca gelegenheid konden uitzitten. Zo nu en dan stopte Hoogendijk en verzamelde een kring om zich heen; dan waren we bij één van zijn "monumenten" aangeland en las hij ons een gedicht. Het is eenvoudige toegankelijke poëzie, en die dankt haar bestaan aan heel verschil- lende dingen. Soms is het een bijzonder gebouw of zomaar een bankje langs een  gracht. Dan een kompleet landschapselement zoals het Flevopark, maar ook wel eens iets simpels als een paraplu die een passant bij slecht weer verloor, waarvan voor ons de contouren onder de wateroppervlakte nog vaag zijn te herkennen.

We liepen een route die ik hier eenvoudig weergeef: Met Hoogendijk over de Hogedijk — hoe toepasselijk — onder het spoorviaduct door naar de Indische Buurt. We hielden halt bij een bankje waar de dichter in verloop van tijd alle geloven heeft zien zitten. We volgden de Valentijnskade tot het Flevopark, dat een geheim bevat: Aan de overkant van het water  zien we het 'sciencepark Watergraafsmeer' met wat verderop een opvallend transfor- matorgebouw, door Hoogendijk 'de rode kathedraal' genoemd.

Natuurlijk maakten we een rondje door het park en konden nog genieten van de laatste bloei van de rhododendrons. Een sterke geur verspreidde zich om ons heen, die bleek van natuurlijke oorsprong te zijn: Het plantje is  ook als keukenkruid te gebruiken. Na het park stuitten we op het laatste authentieke stukje ringvaart, met houten huisjes en een 'overzet', een trekpontje, nutteloos nu, omdat maar even verderop een fietsbrug ligt.

Over het Amsterdam-Rijnkanaal maakten we kennis met de Nesciobrug, een bijna futuristisch bouwwerk van moderne bruggenbouw, hangend aan twee enorme palen op elk van de oevers.

We volgen een flink stuk van de oude Diemerzeedijk, uit de tijd dat  hier de Zuiderzee nog kon spoken met hoog water. We ervoeren het als een bijzonder rustig stukje stads-rafelrand met dijkhuisjes aan de voet.

Zo kwamen we opnieuw aan  bij het Flevopark, nu aan de andere zijde. De achter- of de voorkant? Daarover kan getwist worden. In ieder geval liepen we onder een indrukwekkende stenen poort door, door de dichter  als 'de hemelpoort' aangeduid.

Hij werd helemaal niet voor het park gemaakt, maar  ontdekt in een gemeente-opslagplaats, overkompleet Het jaartal klopt dan ook  helemaal niet — het park werd aangelegd in dezelfde tijd als het Amsterdamse Bos bij Amstelveen — de crisisjaren 30 van de vorige eeuw — toch past de poort wonderwel in  de omgeving, waar veel essen, linden, wilgen en andere boomsoorten tot grote wasdom kwamen.

Vlak over een houten grachtbrug geurde heerlijk 'n grote rijk bloeiende acacia. Nog een stukje door de Indische Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden we al gauw de fontein weer klateren. Wie dat nog niet herkent  moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer mee te lopen als er zoiets georganiseerd wordt. Contact met Albert Hoogendijk kan worden opgenomen via dromenfabriek gmail.

Gedichten en verhalen op een bijzondere  plek, dat trekt mij altijd aan — en op een boot, klein of groot, geeft dit beslist een extra  dimensie. Bij grotere festijnen, zoals het Open Haven Festival van Amsterdam is het al  eerder gedaan, maar als eigenstandig evenement, zoals nu door Kees-Jan Sierhuis georganiseerd onder zijn vlag "De Kleine Wind" is het toch een experiment, dat ieders  steun en enthousiasme verdient. Als oud Wormerveerder mijn ouders woonden er — en ik tot mijn zestiende in dat ouderlijk huis werd ik door Kees-Jan uitgenodigd om de vaartocht van 2 uur - van acht tot tien —  mee te maken.

Bijna heel Zaanstad — zoals de ketting van dorpen langs de voormalige rivier tegenwoordig heet — zou aan ons oog voorbij trekken, want die Nauernase Vaart is de grens tussen Krommenie en Wormerveer en we zouden tenslotte aanleggen bij de Damsluis in het hart van Zaandam. Daar konden we figuurlijk gesproken op een rijdende trein stappen, want  Rob Vos had op deze zelfde avond zijn Podium Rotonde in De Kade aan de Oostzijde.

Syntheses van geïmproviseerde muziek op saxofoon en poëzie van John Epke waren daar te genieten. Een stevige "performance" van John in het Engels, waarmee hij me een beetje aan de beatniks, zoals Charles Bukowski, deed denken. Verder optreden van het duo Zaagsel en Schors — bestaande uit dichter Jacob Passander   en klarinettist Ditmer Weertman , die ik verleden jaar september in Wormerveer ook al  eens bezig zag.

Een en ander afgewisseld met een band met wel zéér stevige muziek. Ik voorzag dat het wel eens laat zou kunnen worden die avond En de boot voer echt niet meer terug, daarvoor moesten we maar op openbaar vervoer terugvallen, zo had Kees-Jan van tevoren al gewaarschuwd. Later zou ik ervaren dat er een heel stel fietsen mee gingen op het achterdek van de boot, heel slim natuurlijk. Kees-Jan Sierhuis - initiatiefnemer van "de kleine wind" heeft er iets mee,       met bijzondere podia, hij organiseerde al eens een poëzie picknick,        nu dus een poëzie rondvaart.

Cor Bruyn schreef nog van het veer en mijn over-opa de politieman, ordewaker tegen wil en dank — in zijn boek een voortijds bromsnor met een zwak voor drank.

Ik begreep niet waarom mijn dorp zo weinig eigens had — geleend de naam van Wormer waar molens meest verdwenen en niet eens  meer het veer, sinds jaar en dag al bij de melkfabriek de ijzeren klapbrug lag, óók al zonder naam, die mocht alleen maar Zaanbrug heten.

De Wormer meisjes kwamen graag over de brug als het bij ons op de zaanbocht kermis was, maar voor thuisbrengen geen kans — de Wormer jongens stonden klaar: Tevoren had ik me bedacht dat het niet leuk is op een nachtelijk uur op de Dam in Zaandam te staan en je je auto ergens van een dijkje in Wormerveer of Krommenie moet ophalen.

Dat zag ik niet zitten. Dus op de heenweg parkeerde ik maar bij het station van Zaandam  en nam de trein naar Krommenie. Helaas, NS zorgt graag voor verrassingen: Er viel een trein uit en de volgende was 20 minuten vertraagd —  en wat was het nog een eind lopen van het station naar de aanlegplaats De schipper en Kees-Jan stonden al op de uitkijk toen ik er aan kwam over de brug: Bijna acht uur, maar nog net op tijd — de diesel werd gestart en spoedig gleed heel wat  Zaanse historie en daarmee mijn kindertijd aan me voorbij.

Alles nog wel herkenbaar maar natuurlijk ook veel moderniteit en zichtbare welvaart. In plaats van met oude schuiten en pieremachochels pronkt menig zaanerf nu met kapitale jachten. Een paar oude fabrieksgebouwen staan nog in hun oude enigszins vervallen staat: Op de Noord staan nog een paar van de groenhouten huisjes, zoals eentje waarin vroeger  oma en opa woonden, maar de meeste hebben plaatsgemaakt voor flats. Het oude kerkje  staat er nog, maar de enorme molenschuur van "De Jonge Prins", die in mijn kindertijd  een theaterzaal huisvestte en waar de stem van mijn moeder menigmaal heeft geklonken  in één van haar hoofdrollen voor de Zaansche Operette Vereniging, is weg — op de plaats  verrees een nóg groter appartementengebouw.

De forse toren met zadeldak van de RK-kerk troont daar nog altijd hoog bovenuit. We voeren onder de oude Zaanbrug door, óók al vervangen door een breder en zwaarder  nieuw exemplaar. De groei van het autoverkeer sinds mijn jeugd liet zich aflezen aan de  grote hoeveelheid bruggen die we passeerden op een tocht van 2 uur, er zijn er minstens  een drietal bij gekomen. Al varende werd er af en toe een blokje voorgedragen. Kees-Jan Sierhuis las zelf ook eigen poëzie o.

Tijdens de passage van Wormerveer deed ik een voordracht van  toepasselijke poëzie: Gerrit van den Nieuwendijk uit Zaandijk las een paar van zijn korte verhalen. Als generatiegenoot kon hij me soms behulpzaam zijn bij de herkenning van de oevers  van Zaandijk en Koog aan de Zaan. Hij heeft de veranderingen langzaam zien voltrekken  van wat voor mij opeens een overdosis was. De Zaanbocht alweer een stuk achter ons gleden we langs de Dubbele Buurt en de vroegere steiger van de Alkmaar Pakketboot.

Daarachter doemde een enorm fabrieksgebouw op. Het behield de historische schijn: Van blauwe overall naar witte boorden en mantelpakjes. Het deed me wel iets, dat gebouw met die adelaar, dat ik vanuit de bovenverdieping van  mijn ouderlijk huis kon zien, en dat een grote rol speelt in een oorlogsverhaal dat ik schreef: Kort geleden nog te lezen op de Hernehim Cultuur blog in de herdenkings- periode van de meidagen.

Dat is nou echt de Zaanstreek, wonen in de slagschaduw van de industrie, zo is het altijd geweest, al in de tijd van de molens. Wat verder ligt het gemaal "Het Leven", ongetwijfeld vroeger een molen geweest maar dat  was vóór mijn tijd - toen ik daar voorbij liep op weg naar het zwembad zoemden daar al de elektrische pompen.

Gerrit van den Nieuwendijk heeft ook nog in die "Zaanlandse Bad- en Zweminrichting" gezwommen, daar kwam je het water uit met een groene snor. Iets voorbij die plek, aan de grens met Zaandijk, kende ik nog de molen "De Koperslager", toen nog in vol bedrijf als de wind gunstig was, daar werden lijnolie-koeken geslagen als  veevoer. Wie jonger dan een halve eeuw is heeft daar alleen nog maar de schuren van  gezien, de molen is afgebrand.

Maar verder aan de overkant stonden toen alleen maar wat  verlaten opslagschuren, en daar verrees tijdens mijn zeevarende jaren de Zaanse Schans.

Een openlucht museum van molens en huisjes die van allerlei plekken gedemonteerd daar naartoe werden verhuisd.

Ik krijg altijd een dubbel gevoel bij die Zaanse Schans, enerzijds vind ik het mooi dat er veel meer geprobeerd wordt mooie oude cultuurhistorie te restaureren en te sparen,  anderzijds vind ik die "uitstalling" toch een soort geschiedvervalsing. We voeren onder een nieuwe brug door in Koog aan de Zaan. Bovenop de leuning stond een vrijwel blote man in de avondkilte, slechts bij de enkels nog vastgehouden door een  vrouw die hem kennelijk hartstochtelijk wilde weerhouden van een heldensprong.

Het was een "act" van John Epke die wel wat aandacht trok van het Koger publiek, dat zich later toch een beetje teleurgesteld toonde toen hij tenslotte liever maar NIET sprong Het mirakel van Bakkum. Ze sprak plat Amsterdams een soort zingen onder suikerspin En altijd was het zomer. Haar meest vermakelijke grap aan de viskraam en op strand al jaren "Here, spijs deze zegen". Amsterdam bracht vrouwen van de wereld Altijd als ik het in de stad probeerde Bleef ik toch het boertje van buuten.

Maar na een glas rosé aan het strand was daar het mirakel van Bakkum en liep ik in zeven sletten tegelijk. Wat tijd doet met een oude foto zomerbrons in zepia verschoten Seizoen uit een vergeten plakboek.

Herinnering Vertrouwen  Geloof Hoop Liefde  en Vriendschap  grijze namen boven lang  verstorven kielzog, verbleekt  op een verdwenen rivier. Het lang verlaten en verwaarloosde pand kreeg in een nieuwe bestemming, vanaf dat jaar zijn er restauratie- en verbouwing- werkzaamheden begonnen. De foto dateert uit de restauratiefase die inmiddels is voltooid. Varend van 'de Koog' naar Zaandam valt het me weer op welk een metamorfose al die fabrieksgebouwen van Honig, Verkade en Albert Heyn hebben ondergaan.

En ik zocht  met mijn ogen tevergeefs naar de plek waar ik van vroeger het Ruyterveer wist, een pontje zoals er nu over het IJ naar het Centraal Station varen. In Zaandam speciaal ingezet om "de meisjes" van Albert Heyn en Verkade over te zetten voor hun zware werkdag als inpaksters in de voedingsmiddelen industrie. Mijn oude school waar ze langs stapten, het Zaanlands Lyceum, is weg. De plek vanwaar eens het pontje voer onherkenbaar.

Presentatieverslag en recensie "Bedevaart" - de tweede poëziebundel van Atze van Wieren -  door John Zwart  -  geplaatst op 10 mei   De dichter Atze van Wieren heeft duidelijk bij Uitgeverij "IJzer" te Utrecht zijn plek gevonden.

Alweer vier jaar geleden ging men daar een gedurfd project aan: De gedegen manier waarop hij dit beroemdste werk van de grote Rilke behandelde wekte vertrouwen, want in volgde bij dezelfde uitgever zijn bundel "Grondstof" met gedichten van eigen hand.

In februari ontving ik een uitnodiging voor de presentatie van weer een nieuwe bundel met  eigen werk. Een passende plek van presentatie was uitgekozen: Hervormde Kerk van Buitenpost Frl. Op zaterdag 26 februari trof ik temidden van 20e eeuwse nieuwbouw een eerbiedwaardig historisch godshuis, waarin van oudsher plaats is voor een grote geloofsgemeenschap. Sfeervolle orgelklanken bij binnenkomst, na het welkomstwoord gevolgd door een drietal  liederen met pianobegeleiding gezongen door Gerrit Breteler, dezelfde veelzijdige kunste- naar die ook de presentatie van "Grondstof" muzikaal omlijstte.

Gewend aan zo'n 50 tot belangstellenden bij een bundelpresentatie, verbaasde ik me eerst over de keus voor die grote kerk, maar hier kwamen veel meer mensen op af. Hoe kwam die kerk zo vol? De verklaring ligt in het bestaan van een tweetal Stichtingen   die de vele oude kerken in de dorpen van het noorden van 't land ter harte gaan. Al deze monumenten zijn zo historisch en karakteristiek voor de plek waar ze in een ver verleden  werden gebouwd, dat ze beslist behouden moeten blijven.

Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id.

Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat anderen zich door middel van browsermanipulatie kunnen voordoen als jou. In dit cookie staat je userid opgeslagen. Deze werkt alleen in combinatie met het sessid cookie dat hierboven al vermeld staat. Hier wordt de schermbreedte van je device opgeslagen. Op basis hiervan kunnen bepaalde elementen wel of niet worden ingeladen of van een passende weergave worden voorzien. Dit cookie wordt door cloudserverdienst Cloudflare gebruikt om de juiste bezoekers naar onze server door te sturen.

Zonder dit id zou je geen pagina te zien krijgen. Deze cookies worden gebruikt door Google Analytics en zij geven ons inzicht in onze overigens anonieme bezoekersstatistieken. Google Analytics wordt door FOK! Deze cijfers worden gebruikt om de site verder te optimaliseren. Bij video's die op onze site gebruikt worden worden door de aanbieder vaak youtube, maar er zijn meer aanbieders cookies geplaatst om bijvoorbeeld het aantal bekeken video's te meten.

Bij de afbeeldingen die op de site geplaatst worden door onze bezoekers kunnen cookies geplaatst worden door de gebruiker zelf, danwel door de gebruikte hostingprovider. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om het bereik van de afbeeldingen te meten.

..

Prive escort brabant kletsnatte kut




wijd opengesperde kut sex markt enschede

Dat laat ik maar even gaan, in het nieuwe jaar op 26 januari is het alweer de Nationale Gedichtendag met meteen daarop volgend op 28 januari de theaterpresentatie van de  OBA Jaarbundel Even bijkomen, diep ademhalen tot het circus weer begint! Waar watersnood de geur van  zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend  landschap vermorst tot grauwe  ledigheid onder een laag wolkendek  terwijl een enkele zonnestraal het  drassig pad onder de kaplaars  ontmaskert als onbegaanbaar  daar spant de geest samen met de tijd  telt de beschikbare uren en  zegeningen: Waar regeringen in langgerekte  vergaderingen bijeen gedoogd door  nieuwe barbaren zich plooien in  zetten en tegenzetten terwijl Europa  kreunt onder een schuldenlast op  schouders van onschuldigen  daar stelt men zich teweer doet van  zich horen — vroeger of later.

Zo zullen wij buigen maar niet breken  verzinnen wij listen terwijl we  doorstaan formuleren ideeën en  doorbreken het zwijgen tot de  laatste roofridder is verdreven en  het bolwerk van zijn macht gesloopt.

Op de ruïnes declameren wij gedichten  en heffen het glas wetend dat elke  ruïne de wederopbouw in zich draagt. Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis  Het duurde deze keer niet zo lang, mijn terugkeer naar Antwerpen. In , toen Hugo Claus was gestorven, was ik er na meer dan twintig jaar van afwezigheid. In de oude havenstad aan de Schelde bestaat er een poëziepodium  al twaalf jaar: Bart Van Peer was een van de oprichters en zet zich nog steeds in voor dit  maandelijks podium, daar moet dus wel een sterke motivatie achter steken.

Een reden om er eindelijk eens naartoe te reizen, want tot mijn schande moet ik erkennen dat ik als Hernehim-redacteur wel Brusselse en Gentse podia bezocht, maar "De Muzeval" nog nooit. De Belgische Spoorwegen werkten nog een beetje tegen — want zij werkten niet: Maar besluit is besloten, zó gemakkelijk laten we ons niet weerhouden: Al is de E17 dubbel zo druk en duren de werken bij  Brasschaat nog altijd maar voort Bushalte of Parkeergarage Groenplaats blijkt meest nabij de bestemming, vlakbij  de Kathedraal, hartje oude binnenstad.

Een gezellige drukte op straat, gelukkig minder dan op het Leidseplein in Amsterdam, waar het me vaak net teveel is. Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis, waar vele straten  samenkomen. Eén ervan voert naar de Schelde, halverwege een zijstraatje links: Een oud schilderachtig, lichtelijk morsig, straatje. Omdat er niets  "groot" aan is, vermoed ik dat de Kleine Pieter Potstraat een steegje zal blijken!

Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu  eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al  snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik.

Maandelijks nodigen zij telkens  een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze. Vandaag de e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo , op de komende 8e  december zal het Luk Paard zijn — wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia. In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden  met eigen werk. Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium. Het pand "Den Hopsack" heeft waarschijnlijk een andere functie gehad — misschien was het een woonhuis met een grote suite, of een winkel vóór met een woonkamer achter?

Voorin loop je langs de bar, het podium beslaat de helft van de achterruimte. Je kunt er  een klein orkestje neerzetten of een theaterstukje spelen, wel rijkelijk groot voor een  eenzame dichter, die zijn kunsten vertoont met achter zich openslaande tuindeuren.

Ligt er een tuin achter of een binnenplaats? Het is in het duister niet te zien Het geluid en het licht zijn prima en dat verdient een pluim,  hoe vaak laat dat niet te wensen over!

Un petit peu de Montmartre en Anvers Ondanks de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een twintigtal  aanwezigen, presentator, dichter en bezoekers tesamen, Minder dan gewoon, mogelijk door de spoorstaking — Bart Van Peer vertelt dat er meestal bezoekers zijn. Von Solo geeft zijn hele  optreden als titel: Mijn reis naar het einde van de nacht. Hij heeft zich duidelijk laten inspireren door Céline's "Voyage au bout de la nuit" Overigens was Céline niet opener dan Jan J Slauerhoff in diezelfde tijd met zijn "Fleurs de marécage" —  welke overigens destijds slechts in een beperkte oplage werd gedrukt, bestemd voor  vrienden en vriendinnen.

Door Céline als kapstok te gebruiken verschaft Von Solo zich de ruimte om expliciete seks niet te schuwen. Ik ben in de 21e eeuw wel wat gewend van de slammers en  andere moderne dichters, toch voel ik mij als Nederlander wat ongemakkelijk temidden van dit Vlaamse publiek voor wie een andere Nederlander op het podium enthousiast reciteert in eenvoudig rijm over "spuitende lullen, soppen, vrouwen die likken en pijpen, over klaarkomen en nog kleverige dijen nadien" Er zijn maar twee vrouwen onder de toehoorders, één jonge die zich er ogenschijnlijk  niet door laat beroeren en één blonde dame van middelbare leeftijd die getuige haar  geschater enorm veel schik heeft.

Misschien ga ik niet met mijn tijd mee? Als onze Brabantse Corry Konings 60 , van vroeger zo gekend voor haar populaire  liefdesliedjes "ik krijg een heel apart gevoel van binnen" , nu plots als grijze dame  met geverfd haar luidkeels "Hoeren, neuken, nooit meer werken" staat te zingen, zou  toch niets mij nog uit mijn evenwicht kunnen brengen? Wellicht komt mijn ongemak  van de gedachte: In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde  tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd.

Wij spreken over  de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld  voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg. Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse  geniet.

Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium. Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje. Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën  van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht  zij de meeste bijval? Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: Plaatsvervangend vind ik het voor haar  man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht  ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte  overdosis.

Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht  over het plezier van de "zotheid". Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA. Ook mede-organisator Frans Vlinderman alwéér een alias draagt gelaagde poëzie van eigen hand voor. Ikzelf krijg ook wat podiumtijd en mijd zorgvuldig het scabreuze, houd mij bij de stad aan het water. Of het de Schelde is, de Maas of het IJ, altijd hebben die steden  een "overkant", die wat minder in trek is: Ze hebben allemaal hun havens gemeen, dus kom ik terecht op mijn maritiem werk Altijd vraag ik iemand uit het publiek zijn of haar mening over wat "het mooiste" was  in de voordracht zojuist gehoord.

Eveline kiest voor het slotgedicht over het heimwee  van de zeeman. Ik mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan  Ik mis jouw stem, die ik meer nog voel dan hoor  ik mis je warme adem langs mijn oor  Ik mis je speelse vrolijkheid, zo blij spontaan. Ik mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet  Ik mis het vlinderstrelen door je zachte hand  Ik mis het hoe je beeft als passie brandt  Dat, en nog meer mis ik - maar ik moet. Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden  behandeld met in totaal meer dan gedichten, onovertroffen.

Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede- hands exemplaar ontdekken: Hoe kijken die dichters naar de stad? Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook van hartgrondige haat. Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad  en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement, maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: Hernehim-dichter John Zwart zou ook meedoen, maar moest helaas kort voor  het feest afhaken.

Gelukkig heeft hij "Suburbia" nog om van te genieten tot troost. Het valt te hopen dat de bezoekers aan de Villa Kunstpassage even inspirerend  werk te horen kregen. Rik Comello Den Haag  hier met vriendin, heeft net als John Zwart een maritieme achtergrond  Vriend en collega-dichter Rik Comello en John hadden beide wel een speciaal  nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad: De stad, met aan de boorden van haar havens de toewijding  van de beschermheilige der zeelieden  Mijn stad, mijn stad De stad De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld Terwijl zij haar gestrekte armen reikt naar de ochtendzon besmeuren vuile zwervers de plooien van haar nachtjapon Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt wordt aan haar borst haar kleed gescheurd Als steeds die horden haar belagen hoe kan zij daarbij nog behagen Wordt telkens door rabauwen opnieuw haar schoot geschonden door haar ware minnaars wordt weer haar bloedend hart verbonden Na jaren keer ik weer — ze toont mij haar aangezicht en zegt: Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff: Alleen de havens zijn ons trouw Al 't andere aan de vaste wal Behoort niet bij ons, vriend noch vrouw Stond ooit eens voor de zeeman pal.

Gisteren was het Wereld Alzheimer Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit  Maassluis en het duo Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff als het uitgelezen moment  beschouwd om hun boek "Kus me nog eens wakker" aan de pers te presenteren. De dag, woensdag 21 september, maar ook de locatie was zorgvuldig gekozen: Museum Het Dolhuys te Haarlem. Het Nationaal Museum, waar wordt getoond hoe er  door de eeuwen heen werd omgegaan met mensen die 'anders' zijn. Een fotograaf en een schrijver gingen twee jaar lang op in de wereld van mensen die  lijden aan dementie.

Voor de schrijver, Gerrit Molenaar, was het een project dat hem  ook moest helpen in de zoektocht om zichzelf te hervinden. Want hij was door zijn  journalistieke werk zo rationeel geworden, als gevolg ook bijzonder cynisch, waardoor  zijn gevoelsleven erg verarmd was.

Het proces van het maken van het boek, waarbij hij contact moest maken op een intieme wijze met zijn hoofdrolspelers, zou hem tegelijk kunnen helpen weer dichter bij zijn gevoel te komen. Zijn hond Mozes gaf hem het voorbeeld door de intuïtieve manier waarop het dier  reageert op mensen. Mozes maakt direct contact of wijst resoluut af, de hond besluit onmiddellijk zonder zichtbare aarzeling.

Zo'n intuïtieve benadering helpt ook bij de  openheid naar de ouderen die hij voor een rol in het boek uitkiest, met wie iets tot stand moet komen. Het komt zelden voor dat een boekpresentatie zich zó ontvouwt: De deuren gingen op slot niet storen en na een korte monoloog gingen ook de lichten uit om 't geluidslandschap beter te kunnen ondergaan.

Ook muziek werd als ondersteunend element gebruikt. Als het licht dan weer aan gaat voelt het als het verlaten van een bioscoopzaal na het zien van een meeslepende film. Het bekijken van het boek doe je hierna ánders, onder invloed van deze indrukken: Een ontroerende foto van één van de hoofdrolspeelsters in het boek, samen met haar man, brengt de kijker-lezer in de juiste gemoedstoestand om dit verslag vanuit de leefwereld van deze dementerende ouderen op een manier te ondergaan, zoals dat door fotograaf en schrijver bedoeld is.

Het boek is vooral een "kijkboek", het is grotendeels gevuld met bijzondere en zeer   indringende foto's in kleur van Bert Verhoeff. Summiere teksten, opgetekende citaten en korte gedichten vormen de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk.

Aan het eind van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan  tegen zijn persoonlijke achtergrond. De lezer kan dus kiezen: Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een "kijkboek"  ter hand nemen. Onderweg worden ze dan verrast door kleine "ingestoken" tekstbladen, met een citaat of een klein gedichtje. Zoals deze regels die de 85 jarige Anneke Boer schreef: Bert is mijn mannetje help, mijn Bert is een schat! Of deze op citaten van Ben Wikkers: Negen mensen die in tehuizen, of thuis worden verzorgd.

Een boek dat iedereen die met deze verouderingskwaal van het brein in zijn naaste  omgeving te maken krijgt een beetje kan helpen bij inleving en begrip. Bert Verhoeff Teksten van: Teun van der Heijden. Internet Uitgeverij De Brouwerij. Eddy Beugels wordt "de klopper" genoemd, want hij blijft overal op bonzen, dreigend? Eddy is blij als de zon schijnt, hij is blij met een regenbui,  Eddy is altijd blij: Eddy is blij heel erg blij van blijdschap klopt Eddy de hele dag op ramen en deuren zodat iedereen weet hoe blij hij is zodat iedereen het hoort zodat iedereen het voelt.

Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde  -   bericht 16 augustus     Leeuwarden, zondag 14 augustus -. Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie in Leeuwarden. Of poëzie, moeten we "slammen" poëzie noemen?

Hernehim Cultuur gebruikt liever als term "contemporaine dichtstijl"  voor die vorm die zo ver afstaat van het ingetogen dichten dat even  goed, zo niet beter, tot zijn recht komt zonder het effect van de voordracht. Melvin van Eldik doet de laatste jaren erg zijn best om Friesland hiervoor warm te laten lopen. Hij organiseert avonden in Attel-J en buitengebeuren op zomerse zondagmiddagen op het muziekpodium van de Koperen Tuin.

Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden  - Foto H C We schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor. Maar als het niet in Amsterdam of Utrecht plaatsvond of die ene man deed niet mee dan lees je er weinig over.

Dus vult uw HC redactie deze leemte vandaag op: Zondagmiddag 14 augustus vond in de muziektent van de Prinsentuin te Leeuwarden ook bekend als de Koperen Tuin naar de roman van Simon Vestdijk een open slamcompetitie  van Melvin van Eldik plaats. Jee Kast werd uitgeroepen tot winnaar. Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was anders dan de eerste keer op 13 juni, ook anders dan de volgende op 22 juli, het was elke keer weer anders, maar de sfeer  telkens spreekt wel uit het verslag dat over de eerste keer geschreven werd: De zomer had ons inmiddels geleerd om een 'plan B' achter de hand te hebben, als  'slechtweer oplossing'.

Niet de keus beperken tot: Maar het alternatief was niet nodig want het was vrijdag 12 augustus werkelijk een  stralende zomerdag met ideaal wandel en terrasjesweer. Daar hebben we naar hartelust van geprofiteerd, voor zowel het eerste als het laatste! En een stukje van 't  'slechtweerplan' hebben we óók nog genoten: En Jorwert leverde ook weer een bijzonder verhaal op dat  een plekje op de Blogpagina heeft verdiend. Verder kun je alleen maar spijt hebben als je er niet was.

De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto Friesland Bank  Stad met veel tastbare historie maar ook moderniteit met allure "Alles heb ik teruggevonden,  Bekoorlijk verwaarloosd als 't vroeger was: Het groene pad begroeid met spichtig gras,  De zonnebloemen die toen lager stonden Alde Fryske Tsjerken de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont,  heeft altijd het oog op elk komen en gaan De Landelijke Liefde-wandeling  - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland -  geplaatst op 15 juni   Op tweede pinksterdag, de dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan  "l'amour rustique" J.

Natuurlijk was het niet echt de eerste keer. In de loop der jaren reed ik menigmaal over 't voor deze wandeling gekozen traject, de eerste keren per auto,  later graag als fietser op mijn tochten naar Boazum en Jorwert. En in de aanloop naar deze Slauerhoff Wandeling liep ik tweemaal van Jongema State in Raerd naar de Pastorie in Jorwert , heen en terug. Jongema State is al een aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij een extra betekenis, wetende dat de dichter die mij altijd het meest heeft geïnspireerd daar óók was en er poëzie op schreef.

En Jorwert, met de toen nog onveranderde Pastorie waar ik kennismaakte met dominee Klooster in het jaar , was een andere plek waar ik de nabijheid van dichter Slauerhoff nog 'voelen' kon.

It Fryske Gea, de friese natuurbeschermingsvereniging bevordert bij het brede publiek de interesse voor de natuur, waarbij eveneens de culturele aspecten van een landschap de aandacht hebben.

Net als de natuurbeschermers in de andere provincies, heeft men ook  zorg voor de culturele betekenis van landgoederen die in haar beheer zijn en dat is bij- voorbeeld ook het geval bij de middeleeuwse "slachtedyk"- een historische waterwering  van de Middelzee - als cultuurgoed tevens natuurobject onder de hoede van de vereniging. De wandeling verloopt langs historische dijkjes en bolle bruggen over oeroude waterlopen door de streek van de voormalige Middelzee.

Vaak ervaar ik dat mensen met 'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke  gedichten. En andersom merk ik dat poëzieliefhebbers ook vaak graag in de natuur vertoeven. Zo kwam bij mij 't idee op om bij het tienjarig bestaan van Hernehim Cultuur de twee interessegebieden met elkaar te verbinden.

En wat de literatuur betreft, wat is toegankelijker dan liefdespoëzie? En hoe kan een poëzieliefhebber het landschap intenser beleven dan in het zicht van wat een dichter heeft geïnspireerd? Wij stonden gebogen over de vliet;  Daaronder leken onze gezichten  Ziende uit een toekomst, toen een lichte  Rimpeling ons glimlachen liet: Ons spiegelend zooals wij niet  Meer konden zijn. Een steen in 't water en terstond  Verdwenen we. Zoo was het altijd: Verschijnen, verdwijnen, weerzien, afscheid,  Zoeken in elkaars oogen en mond.

Een zoen, niet bij machte kortstondige weelde  Te geven, dien alleen het voorgevoel  Van het wellicht voor ´t laatst te doen  Een zekere ernstige wellust verleende.

Origineel gedicht uit de bundel "Serenade". Het werd een mooie en geslaagde dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse  onverwachte zaken en matige weersomstandigheden. Het plan was om deze tochten in kleine groepjes te maken, 6 tot 8 deelnemers om het gezamenlijk beleven te  bevorderen. De ervaring met de stadsrand-wandeling Watergraafsmeer van Albert Hoogendijk heeft me bevestigd in dat voornemen. Door de weerberichten, al vóór pinksteren — 1e dag zomers, 2e dag nat — haakten  mensen af en kromp een groepje van negen potentiële wandelaars in tot vijf, ondanks de belofte dat bij zware regenval in plaats van een wandeling een auto-etapperit zou  worden gedaan.

In de nacht kletterde regen op het slaapkamervenster maar de ochtend was droog  met voorbijdrijvend grijs. Vanaf elf uur was de samenkomst bij Wouters in Leeuwarden tegenover het station, want de deelnemers kwamen 'van heinde en verre'.

Tot het middaguur zou ik daar  zijn om hen te verwelkomen met koffie en thee. Maar Wouters had een A4tje op de  ruit geplakt: De stationsrestauratie in Leeuwarden is veroverd door onze grootgrutter als nieuwe  "to go" winkel en bood dus ook al geen soelaas.

Rondhangen voor de gesloten deur van Wouters ging me snel vervelen dus dan maar uitgeweken naar de lounge van 't  chique Oranjehotel — een uurtje heen en weer springen om oog te houden op de  dichte deur met het A4-tje. De eerste geleerde les: Iedereen kreeg het geïllustreerde boekje  "Landelijke Liefde" ,  gelegenheidsuitgave Hernehim Cultuur ,    plus een routebeschrijving voor een fietstocht van 30 km vanaf Goutum  Leeuwarden  waarvan onze Slauerhoff Wandeling van 12 km deel uitmaakt.

Een korte inleiding gaf ik op de stadswandeling en de afkomst van de dichter Jan Slauerhoff en daarna gingen we om half een op pad. We liepen naar de Nieuweweg langs de monumentale neoklassieke Openbare Bibliotheek naar de Weaze en volgden de gracht naar Voorstreek waar we alleen nog aan de bovenverdiepingen konden zien waar Slauerhoff -op nr zijn schooltijd heeft doorgebracht.

We pauzeerden met gepaste aandacht bij het gedicht "het einde" in het plaveisel op de  brug tegenover de Wortelhaven en namen nog een kijkje bij de Bonifatiuskerk waar in Cristina Branco haar portugese fado's van vertaalde Slauerhoffpoëzie heeft opgenomen. Luister hier naar "De Eenzamen" Os Solitáros door haar gezongen. We maakten er een rondwandeling van, door te vervolgen over de Monnikemuurstraat langs de Grote of Jacobijnerkerk, en door de Grote Kerkstraat langs de Princessehof, waar deze maand een expositie van Chinees porselein met geluk en liefdessymbolen is geopend.

Eigenlijk zou je gemakkelijk een programma van een hele dag kunnen maken als de stads- wandeling met een museumbezoek wordt gecombineerd. Ons groepje zag onderweg nog allerlei interessants, zoals ook antiquarische boekwinkeltjes die zeer in trek waren. Genoeg afleiding onderweg en het viel niet mee het tempo erin te  houden, maar ik moet toegeven dat ik zelf ook het bekijken van oude hofjes, de Grote Kerk etc. Pas kwart over twee per auto op weg naar Jorwert -  na 10 minuten over de A32 kwamen  we in zijn wereld waar de tijd schijnbaar stilstond.

Dijkjes die ecologisch worden beheerd, weiden met koeien, schaapjes, friese paarden en pony's, een bolle brug over de Zwette die daar achteloos onderdoor slingert bedekt met bloeiend 'pompebled', een landschap als de plaatjes van C. Jetses in Ot en Sien. In Jorwert konden we ook gemakkelijk de klok een eeuw terugzetten naar het jaartal dat  Jan Slauerhoff voor het eerst door Annie Hille Ris Lambers naar haar dorpje werd meege- nomen. Wat er nog is aan onveranderde gebouwen bekeken we met de aandacht die ze verdienen: Natuurlijk waren de dames erg nieuwsgierig naar het "liefdeshoekje" achterin de tuin van de pastorie.

Doordat de haven is gedempt en op die  plek een erf met grote schuur is gekomen moet je daarvoor "verboden terrein" opgaan: Toen ik er rond de Paasdagen was had ik dat natuurlijk stiekem al even gedaan. Met de kleine groep waagde ik het erop. En dat zal je zien: Het bewonersechtpaar kwam naar buiten dus ik moest vlug mijn excuus maken, stelde  mij voor en verklaarde de reden van ons gluurdersgedrag.

De vrouw van het paar bleek veel kennis te hebben van de historie van het dorp en schetste ons zelfs exact de situatie van vóór Slauerhoff en de roemruchte dominee, toen de pastorie met de tuin ongeveer een schiereiland vormde, het Havenspaed water was met niet meer  dan een smal paadje erlangs en de Lijnbaan ook een sloot, met een bruggetje erover dat verbinding gaf van de pastorie-zijtuin naar het kerkhof.

Ik kreeg zo weer heel wat nieuwe informatie over de bewoning en er werd zelfs een fotoalbum tevoorschijn gehaald. Pastorie Jorwert - Beeld , Slauerhoffjaar. Na het vertrek van dominee Klooster in heeft de pastorie een jaar leeg gestaan  tot de verbouwing voor de huidige bewoners kon aanvangen. De buren maakten een hele serie foto's van het originele interieur, o. Het betrof het geëngageerde gedicht "De dienstmaagd" dat ook in onze gelegenheids- bundel is opgenomen.

Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag,  Er stond een bank onder het schrale loover,  Achter een schrompelende wilgenhaag  Bijna vergeten door den zomer. Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen  Overgegaan in een warm, waar verhaal.

Maar zij zou mij van verre al aan zien komen: Het lage land ligt tot den einder kaal. Het was een welkome ontmoeting en kennismaking, al begon het helaas te regenen.

De herberg bood ons geen schuilplek, die heeft meer een 'museale' functie en ontvangt graag  'recepties en partijen'. Als café is het gebouw maar beperkt geopend.

Daar was ik vanzelfsprekend tevoren van op de hoogte en ik had daarop gerekend: De kerk is wel alle dagen open en daar konden we droog blijven: Dat is toch heel wat anders dan: Het oude godshuis heeft een prachtige akoestiek en het was een geweldige ervaring om daar de Slauerhoff l.

Zo gaf hij destijds sommige  gedichten een boodschap mee, nu weet iedereen wel dat zijn muze Heleen is geweest. Zo'n oude kerk dwingt je gedragen te lezen, leestekens te respecteren, witregel-pauzes te nemen.

De meeste dichters lezen te snel, ik ook. Het stille van den hof en het grijsblonde  Van zon laatglanzend door beslagen glas. Achter in de tuin begon de ondiepe plas,  Waar we elkaar 's avonds onder takken vonden Toen moesten we de lange wandeling nog maken en het was al bijna half vier i.

Er was dus geen tijd meer te vermorsen Niet in Tsjeintgum dus, voor de beeldentuin van Hein Mader 86 , die hebben we helaas overgeslagen — de volgende keer moeten we maar wat strakker met de tijd omgaan. In Mantgum was het gelukkig ook alweer droog geworden,  It Bosk voerde ons weer naar de "slachte" de vroegere westoever van de Middelzee.

Rechts, midden in het vlakke weideland zagen we een afgegraven terp, niets meer dan een ommuurd hoog kerkhof met een toren middenop, oprijzend als hoogwater vluchtplek. De toren wordt gedateerd op de 11e eeuw, ook van tufsteen. Er is onbelemmerd uitzicht naar de terpen van Easterwierrum en Mantgum.

Het dorp dat er vroeger omheen lag is 2 eeuwen geleden verplaatst naar een gunstiger plek. Er bleven slechts toren en doden. Een ideale plek om het gedicht van Atze van Wieren voor te dragen: Halverwege weer zo'n bolle brug over  de Zwette, die nu nog voor de afwatering van dit lage stuk Friesland moet zorgen. Onze tocht eindigde op Jongema State bij Raerd.

Jan Slauerhoff en zijn Heleen zijn er ook meermalen geweest en er was dus nauwelijks een mooier eindpunt te bedenken. Het geeft me altijd een fijn gevoel om de zware deur in de toegangspoort uit open te maken om mijn "gasten" binnen te laten.

Onder de poort hebben we nog wat poëzie gelezen, tenslotte kon ik als "kasteelheer"  de toegang weer afsluiten - er stond een grote auto klaar om ons weer terug te brengen naar Leeuwarden. Jorwert lijn 93, Raerd lijn Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij  - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn  -  geplaatst op 6 juni    Het Spaarne stroomt Hemelvaartsdag, 2 juni in Haarlem — door JohnN. Er wordt wat afgewandeld tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere verslaggever, ben er nu regelmatig bij betrokken en dat is goed.

Te vaak kreeg ik het gevoel dat ik te veel uren besteedde zittend aan het computerscherm. Toen ik van stadsdichteres Sylvia Hubers hoorde dat de Haarlemse Dichtlijn jaargang , door deelnemers die gedichten op de stad schrijven, óók als een stadswandeling kan  worden beleefd, was ik meteen enthousiast.

Al sinds schrijf ik voor 'Woorden in de Waagschaal' en de 'Dichtlijn' regelmatig 'haarlemse gedichten'. Het was die dag druk in de stad, het Spaarne lag vol plezierboten, de terrassen al vóór het middaguur goed bezet met genieters van drankjes in de zon.

Gelukkig lang niet iedereen  naar Zandvoort. Het lijkt wel per traditie - of ze het nu op Pinksterzondag of op Hemelvaart organiseren — áltijd hoogzomer bij de Haarlemse Dichtlijn.

De opening weer in de Vishal, dat lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de  Grote Markt. Verse vis wordt daar allang niet meer verhandeld, verzen klonken er.

De dagelijkse functie is expositieruimte, dat vraagt licht, dus kreeg de hal een glazen dak. Daar ben ik nooit blij mee op zo'n dag: Boudewijn de Groot meneer de president Lennert Nijgh leek er in mijn gevoel in de geest ook bij, want wat was Boudewijn geweest zonder die dichter?

Zijn outfit was passend bij het binnenklimaat. Hij kreeg de bloemlezing aangeboden: De Bundel van dit jaar, die oogt als Literair Werk in plaats van een gelegenheidsboekje. Die Bundel mag nu dus  best 10 euro kosten, nog een vriendenprijsje goed beschouwd.

Bavo aan de Grote Markt. In het tweede leven van de Adriaan kraak ik een nootje. Alle "dienstregelaars" van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te  overtuigen dat ze zich juist naar hún locatie moesten begeven.

Het Huisartsencabaret   menig geween is helaas iatrogeen , dat dichters als Wilma vd Akker, Gusta Bastian en Gerrit Vennema ontving, stal in mijn ogen de show is er een dichter in de zaal? De meest effectieve uiteraard de humor. Ze streken neer in het Archeologisch Museum daar liggen de resten van falende artsen in het verre verleden. Willemien Spook wat zal die gepest zijn op school met die naam, er is vast een sterke vrouw uit gegroeid   wilde liefst veel mensen naar de binnenbocht, het Korte Spaarne, naar Atelier September  lokken.

Ze droeg een lang gedicht voor waarin de hele wordingsgeschiedenis van Haarlem was verwerkt. In gedachten schrapte ik onmiddellijk mijn eigen "haarlo heim" van mijn lijstje. Fredie Kuiper , gewapend met accordeon en zangstem, kreeg met haar enthousiasme de stemming er goed in.

Toch was ik blij dat ik eerst in het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door  het stadscentrum in de aangenaam koelere buitenlucht. Sylvia Hubers — wie kan er nog  gelukkiger zijn dan zij, met haar initialen: S paarne H aarlem — heeft een hele schare bewonderaars.

Is het niet voor haar gedichten dan is het wel voor haar muzikale prestaties op de zingende zaag! Echt waar, dat moet je horen.

We hadden dan ook onmiddellijk een hele groep om ons heen. De mooiste, zeg ik zonder aarzeling, was Mayamba: Ze is beginnend dichteres, deed nog niet mee aan de Dichtlijn,  maar dat gaat vast nog wel komen, dat weet ik zeker, bij een jonge vrouw die bruist van  muzikaal, dans en schildertalent.

Waarom kon ik daar voor die Vishal een poosje alleen  maar naar háár kijken? Omdat ze herinneringen opriep aan de prachtige "cotto missies"  op de markt in Paramaribo, met haar prachtige kleding: Haar wieg  stond in Angola, haar atelier staat in Haarlem.

Hoe weet ik dat van haar en haar talenten? Wel, ik maakte haar een verdiend compliment over haar kostuum en zij gaf mij haar kaartje. In ons groepje ontwaarde ik de kunstenaar Hans Clavin, ook al een meervoudig talent waar  ik bij mijn laatste optreden in de Waag al mee kennismaakte.

We gingen op pad en ik zag  opeens een dichter die ik niet in het programma had zien staan. Hij leek wel op Jan Kal En het wás Jan Kal Blijkbaar spontaan bij ons aangesloten.

Op de Ster op de Grote Markt werd gedienstig een 'zeepkist' aangedragen die in werkelijk- heid een groentenkist was, niet echt geschikt voor klasse 80 kg en meer. Maar het ging bij iedereen goed, we hadden 'm toch wel nodig, zonder versterking boven het achtergrond- rumoer. We wandelden verder naar het Johannes Enschedéhofje waar de deur op slot zat. Er mochten inderdaad wat dichters naar binnen om voor te dragen, dat was afgesproken, maar men had blijkbaar niet gerekend op een menigte van meer dan dertig personen.

Het werd allemaal goedmoedig geregeld en we konden toch op die plek luisteren naar de poëzie over andere,  oude hofjes door Erika Destercke uit Gent en Harmen Malderik en André Rooijmans. Over de Bakenessergracht naar het Spaarne, de Melkbrug had een verrassing in petto. Daar  stond een meerstemmig zanggroepje met instrumentale begeleiding om voor ons op te treden.

Een heel leuk intermezzo, humoristische teksten en zelfs een méézinger. Aan de overkant kwamen we via de Antoniestraat bij het historische pand waar jaar geleden de eerste legendarische Haarlemmerolie  goed voor elke kwaal werd gebrouwen. Op de gevel staat een gedicht van Willemien Spook dat ook werd voorgedragen. Verder hoorden we daar Else Dudink en Jos Zuijderwijk.

Op de terugweg naar dezelfde brug waar we de zang hadden beluisterd, begon juist de bel  te rinkelen en sloten zich de slagbomen. Honderd en één plezierjachten moesten er door, dat ging wel even duren.

Sylvia maakte van de nood een deugd en stelde voor dat we een Open Podium zouden houden voor de slagboom. Het kistje werd neergezet en Erika Destercke liet haar "Haar in de boter" horen. Ook Jos Zuijderwijk greep de gelegenheid aan voor een langere toegift. En nòg voeren de scheepjes voorbij, dus ik liet mijn nieuwe Donkere Spaarnegedicht tewater als eerbetoon aan Hans Andreus, de dichter van het licht. Zijn eerste bundel werd hier aan het Spaarne uitgegeven in bij Uitgeverij Holland.

Zegt de ene rietveld- stoel tegen de andere rietveldstoel: Ruik eens aan mijn schouder en aan mijn sleutelbeen voel eens aan mijn strakgespannen kuit de zomer komt eraan Mijn knieën wisten het eerder dan ik. Omgevingsrumoer kan een enigszins storende factor zijn, maar toch kan een wandeling  door een toegevoegd poëtisch element vaak een heel speels en boeiend karakter krijgen. Wie dat nog niet herkent moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer ergens mee te lopen.

Dit verslag is natuurlijk verre van volledig, het is dan ook  een deelnemers impressie. De berichtgeving van een deelnemer kan niet anders dan ietwat gekleurd en vooral fragmentarisch zijn. Ik vertrouw dat ieder die niet genoemd wordt dit zal begrijpen. Het eigen optreden houdt je bezig en veel van wat een verslaggever registreert  ontgaat je. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek  veel groter dan in dat tijdsbestek past.

Ik koos een route langs het Ampzing Genootschap waar opgetreden werd op het terras van Café Koops — en vervolgens naar de Waag waar ik in de derde en laatste ronde op 't programma stond. Klanken voor een lach met een traan. Vervolgens was het een genoegen hoe Jando met zijn bezielde voordracht liet meevoelen  hoe een nieuwe liefde, op welke leeftijd ook, kan inspireren.

Eén blik op de mensen op het terras was genoeg om meteen te weten wie hem zo inspireerde. Snel dóór naar de Waag, ik passeerde Merik van der Torren op tegengestelde koers. Weer werd ik verwelkomd met muziek: Fredie Kuiper speelde een pauze vol met haar  accordeon. Ik hoorde Harmen Malderik en Myrte Leffring die haar muzikale partner  weer had meegebracht voor begeleiding op de piano.

Toen kwam Joop Scholten met zijn  "het sublieme", eerder gehoord in Eijlders, maar dat wilde ik toch niet missen. Dat gaat  ook op voor Martin van de Vijfeijke , met zo vaak 'n verrassende slotzin waarbij je gezicht niet in de plooi kan blijven. Hetzelfde gebeurde me in de pauze, toen iemand zich voor de  tweede maal bij mij aandiende, die maar niet geloven wilde dat ik NIET Hans Dorrestijn  was, of tenminste dan zijn broer Het laatste blok van Leonice Leite da Silva , de Braziliaanse Nederlandse toonde zich erg nerveus, ze liet zich door mij op haar gemak stellen.

Ze stuurt me soms haar nieuwe gedichten om  te redigeren en voor opbouwende kritiek en noemt mij sindsdien "grote dichtvriend". Die Zuid-Amerikaanse dankbaarheid, die ook Paul Roelofsen gold, is hartverwarmend. Ze droeg een loflied op aan haar overleden Nederlandse schoonmoeder. Vooral bij het  vrouwelijke publiek zag ik ontroering.

Frans Terken liet ons horen dat er nog steeds heel degelijk gedicht wordt in Leiden, met  werk dat het verdient opnieuw gelezen te worden om alles eruit te halen wat erin zit. Wolff en Zwart gingen afsluiten. Max Lerou had zich heel even losgemaakt uit de intense omarmingen die hem buiten op het terras ten deel vielen en stelde zich strategisch op om Pom Wolff mobiel te registreren.

Diens "One night song" die in De Bundel staat is een van zijn betere en helemaal in de stijl van de "guigeltondichter" die ik waardeer.

Er is ook een  andere, ruigere slamversie van, die de titel "One night stand" zou kunnen dragen — zo had Fredie het ook begrepen — en hij koos voor die uitvoering in zijn voordracht. Met succes,  zo tegen het einde kan men zich wat lossere teugels permitteren, het leverde hem een verzoeknummer op. Maar verder, Pom, maakte je je er toch wat gemakkelijk vanaf, met  alwéér die "pik van een halve meter in Almere Binnen" en die ouwe koe met weke uiers die je door de themopane wilde drukken.

Misschien ging je ervan uit dat je publiek zich steeds weer vernieuwt, maar ik hoorde het nu al zo vaak dat ik die ouwe koe niet meer door mijn  strot krijg, zelfs niet gemarineerd en gegrilld. JohnN staat redelijk gunstig in het alfabet maar met Zwart zit je slecht Maar ik zag het die middag positief: Vijftig jaar Haarlemse Bloemenmeisjes zijn er inmiddels al geweest, dus élke vrouw van ieder jaargang in de Waag kon het zich veroorloven om te  beweren dat zij Het Bloemenmeisje was.

Ik had wat prints van het gedicht meegebracht. Ze gingen grif van de hand. Met dank aan Dries Havermans , Nuel Gieles , Marten Janse en al die andere vrijwilligers - van de drager van de zeepkist tot en met de lieve dames die de hapjes en de drankjes  in de Vishal verzorgden.

Voor de ouderen onder ons: Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel  de overzijde badend in het licht  alleen van daaruit zien ze schaduwzij  wat men ervaart bepaalt alleen het zicht. Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar  blonde hoofd getooid met bloemenkroon  hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen  in de spiegel van die trage stroom.

Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer  - deelnemersverslag van JohnN  -  geplaatst op 3 juni De Amsterdamse dichter Albert Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer  zo lief dat hij er een 'dromenfabriek' aan heeft opgedragen. Hardlopend zowel als wandelend doorkruiste hij jarenlang de Watergraafsmeer en de oostelijke rafelranden van de stad — dat deel inmiddels beter benoemd als "Zeeburg" —  waaruit een paar favoriete routes ontstonden. En aan allerlei punten onderweg heeft hij  een gedicht gewijd.

In printte hij er een aantal van uit en plakte ze aan, met milieuvriendelijke lijm  ja ja, op zijn "monumenten". Ze waren luttele dagen later allemaal verdwenen. Bewonderaars of vandalen - we houden het maar op het eerste. Inmiddels zijn er 12 gedichten die werden verzameld in een kleine bundel: Als maker en gids organiseert hij soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers. Op zondag 22 mei heb ik zo'n wandeling meegelopen. Hoogendijk spreekt af met een  groepje in Café , Hogeweg 48, op de kruising met de Linnaeusparkstraat aldaar  stond een historische fontein.

Maar die is lang verdwenen. Een paar jaar geleden heeft het stadsdeel de buurt verblijd met herstel van oude glorie: Gemeenlandshuis, Diemerzeedijk 27, Amsterdam   Sinds in eigendom van de Hendrick de Keyservereniging. Eén van de plekken waar we even stil stonden. De weg  er naar toe  is onveranderd  hier klotst, alleen dan  zonder getijden,  al eeuwen, onvermoeibaar het water  tegen de  Oude Diemerzeedijk  het verlangen  viert hoogtij  om achter  deze statige gevel  slechts  één weekend  de heer des huizes  te zijn  schrijven zal ik  uit duizend en één nacht  over hoe  het vroeger  was.

Na nachtelijke regen troffen we toch een bijna droge middag één flinke bui  die we schuilend in een horeca gelegenheid konden uitzitten. Zo nu en dan stopte Hoogendijk en verzamelde een kring om zich heen; dan waren we bij één van zijn "monumenten" aangeland en las hij ons een gedicht.

Het is eenvoudige toegankelijke poëzie, en die dankt haar bestaan aan heel verschil- lende dingen. Soms is het een bijzonder gebouw of zomaar een bankje langs een  gracht. Dan een kompleet landschapselement zoals het Flevopark, maar ook wel eens iets simpels als een paraplu die een passant bij slecht weer verloor, waarvan voor ons de contouren onder de wateroppervlakte nog vaag zijn te herkennen.

We liepen een route die ik hier eenvoudig weergeef: Met Hoogendijk over de Hogedijk — hoe toepasselijk — onder het spoorviaduct door naar de Indische Buurt. We hielden halt bij een bankje waar de dichter in verloop van tijd alle geloven heeft zien zitten.

We volgden de Valentijnskade tot het Flevopark, dat een geheim bevat: Aan de overkant van het water  zien we het 'sciencepark Watergraafsmeer' met wat verderop een opvallend transfor- matorgebouw, door Hoogendijk 'de rode kathedraal' genoemd.

Natuurlijk maakten we een rondje door het park en konden nog genieten van de laatste bloei van de rhododendrons. Een sterke geur verspreidde zich om ons heen, die bleek van natuurlijke oorsprong te zijn: Het plantje is  ook als keukenkruid te gebruiken. Na het park stuitten we op het laatste authentieke stukje ringvaart, met houten huisjes en een 'overzet', een trekpontje, nutteloos nu, omdat maar even verderop een fietsbrug ligt.

Over het Amsterdam-Rijnkanaal maakten we kennis met de Nesciobrug, een bijna futuristisch bouwwerk van moderne bruggenbouw, hangend aan twee enorme palen op elk van de oevers. We volgen een flink stuk van de oude Diemerzeedijk, uit de tijd dat  hier de Zuiderzee nog kon spoken met hoog water. We ervoeren het als een bijzonder rustig stukje stads-rafelrand met dijkhuisjes aan de voet. Zo kwamen we opnieuw aan  bij het Flevopark, nu aan de andere zijde.

De achter- of de voorkant? Daarover kan getwist worden. In ieder geval liepen we onder een indrukwekkende stenen poort door, door de dichter  als 'de hemelpoort' aangeduid. Hij werd helemaal niet voor het park gemaakt, maar  ontdekt in een gemeente-opslagplaats, overkompleet Het jaartal klopt dan ook  helemaal niet — het park werd aangelegd in dezelfde tijd als het Amsterdamse Bos bij Amstelveen — de crisisjaren 30 van de vorige eeuw — toch past de poort wonderwel in  de omgeving, waar veel essen, linden, wilgen en andere boomsoorten tot grote wasdom kwamen.

Vlak over een houten grachtbrug geurde heerlijk 'n grote rijk bloeiende acacia. Nog een stukje door de Indische Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden we al gauw de fontein weer klateren. Wie dat nog niet herkent  moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer mee te lopen als er zoiets georganiseerd wordt. Contact met Albert Hoogendijk kan worden opgenomen via dromenfabriek gmail.

Gedichten en verhalen op een bijzondere  plek, dat trekt mij altijd aan — en op een boot, klein of groot, geeft dit beslist een extra  dimensie. Bij grotere festijnen, zoals het Open Haven Festival van Amsterdam is het al  eerder gedaan, maar als eigenstandig evenement, zoals nu door Kees-Jan Sierhuis georganiseerd onder zijn vlag "De Kleine Wind" is het toch een experiment, dat ieders  steun en enthousiasme verdient.

Als oud Wormerveerder mijn ouders woonden er — en ik tot mijn zestiende in dat ouderlijk huis werd ik door Kees-Jan uitgenodigd om de vaartocht van 2 uur - van acht tot tien —  mee te maken. Bijna heel Zaanstad — zoals de ketting van dorpen langs de voormalige rivier tegenwoordig heet — zou aan ons oog voorbij trekken, want die Nauernase Vaart is de grens tussen Krommenie en Wormerveer en we zouden tenslotte aanleggen bij de Damsluis in het hart van Zaandam.

Daar konden we figuurlijk gesproken op een rijdende trein stappen, want  Rob Vos had op deze zelfde avond zijn Podium Rotonde in De Kade aan de Oostzijde. Syntheses van geïmproviseerde muziek op saxofoon en poëzie van John Epke waren daar te genieten. Een stevige "performance" van John in het Engels, waarmee hij me een beetje aan de beatniks, zoals Charles Bukowski, deed denken. Verder optreden van het duo Zaagsel en Schors — bestaande uit dichter Jacob Passander   en klarinettist Ditmer Weertman , die ik verleden jaar september in Wormerveer ook al  eens bezig zag.

Een en ander afgewisseld met een band met wel zéér stevige muziek. Ik voorzag dat het wel eens laat zou kunnen worden die avond En de boot voer echt niet meer terug, daarvoor moesten we maar op openbaar vervoer terugvallen, zo had Kees-Jan van tevoren al gewaarschuwd. Later zou ik ervaren dat er een heel stel fietsen mee gingen op het achterdek van de boot, heel slim natuurlijk. Kees-Jan Sierhuis - initiatiefnemer van "de kleine wind" heeft er iets mee,       met bijzondere podia, hij organiseerde al eens een poëzie picknick,        nu dus een poëzie rondvaart.

Cor Bruyn schreef nog van het veer en mijn over-opa de politieman, ordewaker tegen wil en dank — in zijn boek een voortijds bromsnor met een zwak voor drank. Ik begreep niet waarom mijn dorp zo weinig eigens had — geleend de naam van Wormer waar molens meest verdwenen en niet eens  meer het veer, sinds jaar en dag al bij de melkfabriek de ijzeren klapbrug lag, óók al zonder naam, die mocht alleen maar Zaanbrug heten.

De Wormer meisjes kwamen graag over de brug als het bij ons op de zaanbocht kermis was, maar voor thuisbrengen geen kans — de Wormer jongens stonden klaar: Tevoren had ik me bedacht dat het niet leuk is op een nachtelijk uur op de Dam in Zaandam te staan en je je auto ergens van een dijkje in Wormerveer of Krommenie moet ophalen.

Dat zag ik niet zitten. Dus op de heenweg parkeerde ik maar bij het station van Zaandam  en nam de trein naar Krommenie. Helaas, NS zorgt graag voor verrassingen: Er viel een trein uit en de volgende was 20 minuten vertraagd —  en wat was het nog een eind lopen van het station naar de aanlegplaats De schipper en Kees-Jan stonden al op de uitkijk toen ik er aan kwam over de brug: Bijna acht uur, maar nog net op tijd — de diesel werd gestart en spoedig gleed heel wat  Zaanse historie en daarmee mijn kindertijd aan me voorbij.

Alles nog wel herkenbaar maar natuurlijk ook veel moderniteit en zichtbare welvaart. In plaats van met oude schuiten en pieremachochels pronkt menig zaanerf nu met kapitale jachten. Een paar oude fabrieksgebouwen staan nog in hun oude enigszins vervallen staat: Op de Noord staan nog een paar van de groenhouten huisjes, zoals eentje waarin vroeger  oma en opa woonden, maar de meeste hebben plaatsgemaakt voor flats.

Het oude kerkje  staat er nog, maar de enorme molenschuur van "De Jonge Prins", die in mijn kindertijd  een theaterzaal huisvestte en waar de stem van mijn moeder menigmaal heeft geklonken  in één van haar hoofdrollen voor de Zaansche Operette Vereniging, is weg — op de plaats  verrees een nóg groter appartementengebouw. De forse toren met zadeldak van de RK-kerk troont daar nog altijd hoog bovenuit.

We voeren onder de oude Zaanbrug door, óók al vervangen door een breder en zwaarder  nieuw exemplaar. De groei van het autoverkeer sinds mijn jeugd liet zich aflezen aan de  grote hoeveelheid bruggen die we passeerden op een tocht van 2 uur, er zijn er minstens  een drietal bij gekomen. Al varende werd er af en toe een blokje voorgedragen.

Kees-Jan Sierhuis las zelf ook eigen poëzie o. Tijdens de passage van Wormerveer deed ik een voordracht van  toepasselijke poëzie: Gerrit van den Nieuwendijk uit Zaandijk las een paar van zijn korte verhalen. Als generatiegenoot kon hij me soms behulpzaam zijn bij de herkenning van de oevers  van Zaandijk en Koog aan de Zaan.

Hij heeft de veranderingen langzaam zien voltrekken  van wat voor mij opeens een overdosis was. De Zaanbocht alweer een stuk achter ons gleden we langs de Dubbele Buurt en de vroegere steiger van de Alkmaar Pakketboot.

Daarachter doemde een enorm fabrieksgebouw op. Het behield de historische schijn: Van blauwe overall naar witte boorden en mantelpakjes. Het deed me wel iets, dat gebouw met die adelaar, dat ik vanuit de bovenverdieping van  mijn ouderlijk huis kon zien, en dat een grote rol speelt in een oorlogsverhaal dat ik schreef: Kort geleden nog te lezen op de Hernehim Cultuur blog in de herdenkings- periode van de meidagen.

Dat is nou echt de Zaanstreek, wonen in de slagschaduw van de industrie, zo is het altijd geweest, al in de tijd van de molens. Wat verder ligt het gemaal "Het Leven", ongetwijfeld vroeger een molen geweest maar dat  was vóór mijn tijd - toen ik daar voorbij liep op weg naar het zwembad zoemden daar al de elektrische pompen. Gerrit van den Nieuwendijk heeft ook nog in die "Zaanlandse Bad- en Zweminrichting" gezwommen, daar kwam je het water uit met een groene snor.

Iets voorbij die plek, aan de grens met Zaandijk, kende ik nog de molen "De Koperslager", toen nog in vol bedrijf als de wind gunstig was, daar werden lijnolie-koeken geslagen als  veevoer. Wie jonger dan een halve eeuw is heeft daar alleen nog maar de schuren van  gezien, de molen is afgebrand. Maar verder aan de overkant stonden toen alleen maar wat  verlaten opslagschuren, en daar verrees tijdens mijn zeevarende jaren de Zaanse Schans.

Een openlucht museum van molens en huisjes die van allerlei plekken gedemonteerd daar naartoe werden verhuisd. Ik krijg altijd een dubbel gevoel bij die Zaanse Schans, enerzijds vind ik het mooi dat er veel meer geprobeerd wordt mooie oude cultuurhistorie te restaureren en te sparen,  anderzijds vind ik die "uitstalling" toch een soort geschiedvervalsing.

We voeren onder een nieuwe brug door in Koog aan de Zaan. Bovenop de leuning stond een vrijwel blote man in de avondkilte, slechts bij de enkels nog vastgehouden door een  vrouw die hem kennelijk hartstochtelijk wilde weerhouden van een heldensprong. Het was een "act" van John Epke die wel wat aandacht trok van het Koger publiek, dat zich later toch een beetje teleurgesteld toonde toen hij tenslotte liever maar NIET sprong Het mirakel van Bakkum. Ze sprak plat Amsterdams een soort zingen onder suikerspin En altijd was het zomer.

Haar meest vermakelijke grap aan de viskraam en op strand al jaren "Here, spijs deze zegen". Amsterdam bracht vrouwen van de wereld Altijd als ik het in de stad probeerde Bleef ik toch het boertje van buuten. Maar na een glas rosé aan het strand was daar het mirakel van Bakkum en liep ik in zeven sletten tegelijk. Wat tijd doet met een oude foto zomerbrons in zepia verschoten Seizoen uit een vergeten plakboek.

Herinnering Vertrouwen  Geloof Hoop Liefde  en Vriendschap  grijze namen boven lang  verstorven kielzog, verbleekt  op een verdwenen rivier.

Het lang verlaten en verwaarloosde pand kreeg in een nieuwe bestemming, vanaf dat jaar zijn er restauratie- en verbouwing- werkzaamheden begonnen. De foto dateert uit de restauratiefase die inmiddels is voltooid. Varend van 'de Koog' naar Zaandam valt het me weer op welk een metamorfose al die fabrieksgebouwen van Honig, Verkade en Albert Heyn hebben ondergaan. En ik zocht  met mijn ogen tevergeefs naar de plek waar ik van vroeger het Ruyterveer wist, een pontje zoals er nu over het IJ naar het Centraal Station varen.

In Zaandam speciaal ingezet om "de meisjes" van Albert Heyn en Verkade over te zetten voor hun zware werkdag als inpaksters in de voedingsmiddelen industrie.

Mijn oude school waar ze langs stapten, het Zaanlands Lyceum, is weg. De plek vanwaar eens het pontje voer onherkenbaar. Presentatieverslag en recensie "Bedevaart" - de tweede poëziebundel van Atze van Wieren -  door John Zwart  -  geplaatst op 10 mei   De dichter Atze van Wieren heeft duidelijk bij Uitgeverij "IJzer" te Utrecht zijn plek gevonden.

Alweer vier jaar geleden ging men daar een gedurfd project aan: De gedegen manier waarop hij dit beroemdste werk van de grote Rilke behandelde wekte vertrouwen, want in volgde bij dezelfde uitgever zijn bundel "Grondstof" met gedichten van eigen hand. In februari ontving ik een uitnodiging voor de presentatie van weer een nieuwe bundel met  eigen werk. Een passende plek van presentatie was uitgekozen: Hervormde Kerk van Buitenpost Frl.

Op zaterdag 26 februari trof ik temidden van 20e eeuwse nieuwbouw een eerbiedwaardig historisch godshuis, waarin van oudsher plaats is voor een grote geloofsgemeenschap. Sfeervolle orgelklanken bij binnenkomst, na het welkomstwoord gevolgd door een drietal  liederen met pianobegeleiding gezongen door Gerrit Breteler, dezelfde veelzijdige kunste- naar die ook de presentatie van "Grondstof" muzikaal omlijstte.

Gewend aan zo'n 50 tot belangstellenden bij een bundelpresentatie, verbaasde ik me eerst over de keus voor die grote kerk, maar hier kwamen veel meer mensen op af. Hoe kwam die kerk zo vol? De verklaring ligt in het bestaan van een tweetal Stichtingen   die de vele oude kerken in de dorpen van het noorden van 't land ter harte gaan.

Al deze monumenten zijn zo historisch en karakteristiek voor de plek waar ze in een ver verleden  werden gebouwd, dat ze beslist behouden moeten blijven. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id. Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat anderen zich door middel van browsermanipulatie kunnen voordoen als jou. In dit cookie staat je userid opgeslagen. Deze werkt alleen in combinatie met het sessid cookie dat hierboven al vermeld staat.

Hier wordt de schermbreedte van je device opgeslagen. Op basis hiervan kunnen bepaalde elementen wel of niet worden ingeladen of van een passende weergave worden voorzien. Dit cookie wordt door cloudserverdienst Cloudflare gebruikt om de juiste bezoekers naar onze server door te sturen.

Zonder dit id zou je geen pagina te zien krijgen. Deze cookies worden gebruikt door Google Analytics en zij geven ons inzicht in onze overigens anonieme bezoekersstatistieken. Google Analytics wordt door FOK!

Deze cijfers worden gebruikt om de site verder te optimaliseren. Bij video's die op onze site gebruikt worden worden door de aanbieder vaak youtube, maar er zijn meer aanbieders cookies geplaatst om bijvoorbeeld het aantal bekeken video's te meten.

Bij de afbeeldingen die op de site geplaatst worden door onze bezoekers kunnen cookies geplaatst worden door de gebruiker zelf, danwel door de gebruikte hostingprovider. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om het bereik van de afbeeldingen te meten.

..


Ja, dat hangt ook van u af, lezer! Aan het begin van dit verslag moet ik eerst iemand eens goed in het zonnetje zetten: Rob Vos acteur en dichter — Zaandam.

Al een poos geleden — nog 'n jonge man in de beste jaren van zijn leven — werd hij  getroffen door een herseninfarct met veel gevolgschade, die onherstelbaar bleek. Menigeen in zo'n situatie zou zich terugtrekken in 'n stil hoekje — een enkeling brengt  het op om zich een plekje te veroveren waarin hij volop mee kan doen met de actieve  kanten van het leven. Hij heeft zich ontplooid als organisator en presentator van podia. Handicaps zijn geen verdiensten, maar wat je presteert ondanks is gróte verdienste.

Ik ontmoette hem voor het eerst in , tien jaar geleden alweer. Hij bracht diverse  groepen uit de hele Zaanstreek en de rest van Noordholland bijeen in 't Caférestaurant "Paleis op de Dam" en het was een groot succes, zowel door de veelkleurigheid van  wat er op het podium geboden werd, als de belangstelling van het Zaandamse publiek.

De laatste jaren heeft hij binnen Stichting "Fluxus" de Poëziefestivals georganiseerd. Twee voorgaande jaren in de aangename en stijlvolle setting van "Serah Artisan" aan  de Zaandammer sluiskade.

Het jureren voor deze niet-zo-prestigieuze prijs werd er niettemin serieus genomen, de beslissende stem kwam van Gerard Beentjes   Literaire Werkplaats, Eemnes , een schrijfdocent met een uitstekende reputatie. De avond was onzeker en toen eindelijk toch een datum genoemd was werd die weer uitgesteld wegens  problemen met locaties.

Het werd tenslotte opgelost: De avond van de derde december  zouden we langs 2 kleinere café's trekken en vervolgens landen in het zaaltje "De Kade" aan de Oostzijde. Op de avond zelf bleek het met de jurering óók niet lekker te lopen. Kees-Jan Sierhuis — een beste jongen, kan niet anders, Wormerveerder zoals ik in lang vervlogen jaren — maar wel met een lichte voorkeur voor het slamgebeuren en bevriend met de deelnemer John Epke. Voor de zuiverheid zou je dan beter maar niet jureren.

Dan was daar Pom Wolff Amsterdam , een omstreden dichter waarvan ik niets anders verwachtte dan het toejuichen van de eigen slam en minimalstijl en verguizen van alles  wat daar er in de verte niet op lijkt, zoals duidelijk blijkt op zijn pompornsite. Maar de leiding van de driehoofdige jury zou net als het voorgaande jaar weer in de  integere handen rusten van Gerard Beentjes.

Laat ik voorop stellen dat ik meedoe aan dit podium zuiver uit nostalgisch perspectief —  ik bracht mijn kinderjaren nu eenmaal door op die strook veengrond begrensd door het  IJ, de Zaan en het spoor Amsterdam-Alkmaar. Aan podiumwedstrijden doe ik verder nooit, vanwege de joelende "jij bent mijn vriendje en jou vind ik een zak" sfeer die daar meestal hangt - en het winnen van de Fluxus Poëzieprijs gunde ik in principe aan elke deelnemer zonder er één ogenblik om te rouwen dat die aan mij ontgaat.

Maar wel zie ik steeds graag dat het een beetje integer toegaat. Vlak voor de dag kreeg ik nog een mailtje van "Fluxus" dat het eerste optreden niet om Ik moest al op de eerste locatie optreden, dat betekende dus om vijf uur al van huis  vertrekken.

Om zeven uur liep ik van de parking aan de houthaven over de Hoogedijk  richting Czarinastraat. Stapte even een cafetaria binnen - een mens moet immers toch  ook nog wat warms eten nietwaar? Het is een paar honderd meter verderop. Het is een klein kroegje en volgens mij is het gesloten. Ik duwde de rest van mijn kaassoufflé haastig naar binnen en vertrok — hij keek mij hoofdschuddend na.

Dat voorspelde niet veel goeds. Ik dacht niet dat zijn scepsis ingegeven werd door het  feit dat ginds de frieten met kaassoufflees van een betere kwaliteit waren In de Czarinastraat stond een klein groepje mensen bij elkaar in de wind te kleumen,  ik herkende Jolies Heij en ze stonden voor de deur van "Fellini", die dus inderdaad..

Jolies had een lift uit Amsterdam gekregen van jurylid Pom Wolff en die  was al in de duistere gribus waarbinnen wij blijkbaar nog niet welkom waren. Mijn blaas begon te protesteren tegen het rondhangen in de kille wind maar gelukkig  ging toen toch de deur open, bijna half acht.

Vlug naar binnen, ik speurde rond in de ruimte die grotendeels ingenomen werd door  een toog en een biljart, maar zag geen toilet-bordjes. De man achter de bierpomp  maakte een vaag gebaar richting een zwart gordijn. Ik duwde het wat opzij en deinsde terug. Aan de wand een urinoir en daarnaast een  open toiletruimte met de smerigste wc-pot die ik in jaren zag. De besmeurde deur lag  uit zijn hengsels op de vloer.

Maar ja, ik móest, nog drie kwartier knieën tegen elkaar was uitgesloten. Dus plaatste ik me voor het urinoir en hoopte maar dat het gordijn niet plotseling zou worden weg getrokken. Pom Wolff zal zich hier wel thuis voelen, dacht ik. Deze november-aflevering werd weer heel goed bezocht — de gastvrouw was Monique  Groeneveld. Jos van Hest opende om Met iedere deelnemer die het podium betreedt waarbij hij zich prettig voelt vergeet hij de tijd.

Het was trouwens gezellig druk in de héle OBA want de theaterzaal boven op de 7e was dat weekend ook het domein van IDFA, het festival van internationale documentairefilms. De Centrale Openbare Bibliotheek ontwikkelt zich in versnellend tempo tot een  brandpunt op het Oosterdokseiland, waar bijna dagelijks van alles te doen is,  van live radio-uitzendingen, jazzconcerten, bijzondere filmvoorstellingen,  tot exposities en zelfs modeshows toe.

Ik heb ze lief,  De plekken waar het tocht  wanneer je er de bocht  omgaat  Geef mij maar de achterkant  van huizen en gebieden  waar elke groene spriet  omringd door scheve stenen  de droge grond uitschiet  Het onbedoeld gemaakt  gebied. Verfrissende gezichtspunten, je zou  wensen dat spoedig alle Antillianen net zo gaan denken.

We hoorden in "Jouw naam" hoe de dichteres staat aan het strand - waar de schepen  aankwamen — en de voetsporen in het zand  beschrijft van de naamloze slaven. Met die  voetsporen en haar gedicht geeft ze die mensen elk weer hun eigen naam.

We hoorden ook Arubaans Papiamentu, soms staccato, soms slepend en vloeiend. Zelfs als je het niet kunt verstaan een genoegen om naar te luisteren. En natuurlijk ontbreekt de spin Anansi niet, die uit Afrika meegebrachte slimmerik, die zich op de Antillen heeft ontwikkeld tot een protestfiguur. De dichters van De Kantlijn waren er niet en ook Leonice Leite da Silva was verhinderd en dat kwam niet ongelegen, want het liep met de klok alweer aardig uit de hand. Maar het was wel boeiend, al die aandacht voor ons voormalig overzees gebied.

Ik hoorde nog Conrad van de Weetering , rond de tachtig inmiddels en 'still goïng  strong': Op zijn bekende wijze draagt hij voor op dicteersnelheid. Het dwingt wel aandacht af,  ook onze levenslange 'bestuurder' Ivo Opstelten heeft die techniek ontdekt! In Amsterdam is zij inmiddels wereldberoemd met haar "ik heb ze lief, de plekken waar  het tocht Een gedicht dat ik nooit te vaak kan horen. De blinde gevel in de Czaar Peterstraat  gaf de buurt een metamorfose. Iemand benoemde die straat ooit tot de lelijkste straat van Amsterdam, daar kunnen we het nu dus hartgrondig over oneens zijn.

Poldermeisje Margerite kent de wind van de vlakte nog en had als titel voor haar bundel  "Gebogen naar binnen" bedacht, maar Vic van de Reijt vond dat hij haar beter als stads- meisje op hoge hakken de trap op kon laten rennen. Altijd bewust van de kijkcijfers die Vic. Dichteres Margerite herkent de natuur in haar blikveld op een paar meter afstand.

Gerdin Linthorst liet horen wat zij in oktober ook al ten beste gaf langs de waterkant van De Oeverlanden. Observeren, zelfreflecties en beschrijvingen kenmerken de inhoud van  haar gedichten. Ze bestaan altijd uit een hele reeks strofen, die zij in grote zorgvuldigheid heeft uitgeschreven. Dat hoort bij Gerdin, mooie poëzie, die regelmatig ook op Hernehim Cultuur gepubliceerd werd. Iemand beweerde dat deze dichteres te uitvoerig is, teveel  bijvoeglijke naamwoorden gebruikt.

Ik hoop dat Gerdin Linthorst zich daar niets van zal  aantrekken. Als het voelt dat dit je stijl is dan is dat zo. Er zijn mensen die maar schrappen en schrappen, uiteindelijk in hun ijver zo ver gaan  dat ze iedere versregel in tweeën knippen en dan het voorste of achterste stuk weggooien. Ook dat mag, maar het is niet de maat der dingen. Het zou een mooie boel worden als  iedereen elkaar maar nadoet.

Of in een maniertje elkaar tracht te overtreffen. Nog even en iemand legt zijn lezer een blanco vel papier voor de neus: Het was weer de moeite waard, dit voorlaatste podium, over drie weken al het laatste van  het jaar, vanwege kerstmis een week vervroegd, naar 17 december teruggeschoven.

Dat laat ik maar even gaan, in het nieuwe jaar op 26 januari is het alweer de Nationale Gedichtendag met meteen daarop volgend op 28 januari de theaterpresentatie van de  OBA Jaarbundel Even bijkomen, diep ademhalen tot het circus weer begint! Waar watersnood de geur van  zomer, zalig zotzijn, gras en bloeiend  landschap vermorst tot grauwe  ledigheid onder een laag wolkendek  terwijl een enkele zonnestraal het  drassig pad onder de kaplaars  ontmaskert als onbegaanbaar  daar spant de geest samen met de tijd  telt de beschikbare uren en  zegeningen: Waar regeringen in langgerekte  vergaderingen bijeen gedoogd door  nieuwe barbaren zich plooien in  zetten en tegenzetten terwijl Europa  kreunt onder een schuldenlast op  schouders van onschuldigen  daar stelt men zich teweer doet van  zich horen — vroeger of later.

Zo zullen wij buigen maar niet breken  verzinnen wij listen terwijl we  doorstaan formuleren ideeën en  doorbreken het zwijgen tot de  laatste roofridder is verdreven en  het bolwerk van zijn macht gesloopt.

Op de ruïnes declameren wij gedichten  en heffen het glas wetend dat elke  ruïne de wederopbouw in zich draagt. Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis  Het duurde deze keer niet zo lang, mijn terugkeer naar Antwerpen. In , toen Hugo Claus was gestorven, was ik er na meer dan twintig jaar van afwezigheid.

In de oude havenstad aan de Schelde bestaat er een poëziepodium  al twaalf jaar: Bart Van Peer was een van de oprichters en zet zich nog steeds in voor dit  maandelijks podium, daar moet dus wel een sterke motivatie achter steken. Een reden om er eindelijk eens naartoe te reizen, want tot mijn schande moet ik erkennen dat ik als Hernehim-redacteur wel Brusselse en Gentse podia bezocht, maar "De Muzeval" nog nooit.

De Belgische Spoorwegen werkten nog een beetje tegen — want zij werkten niet: Maar besluit is besloten, zó gemakkelijk laten we ons niet weerhouden: Al is de E17 dubbel zo druk en duren de werken bij  Brasschaat nog altijd maar voort Bushalte of Parkeergarage Groenplaats blijkt meest nabij de bestemming, vlakbij  de Kathedraal, hartje oude binnenstad. Een gezellige drukte op straat, gelukkig minder dan op het Leidseplein in Amsterdam, waar het me vaak net teveel is.

Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis, waar vele straten  samenkomen. Eén ervan voert naar de Schelde, halverwege een zijstraatje links: Een oud schilderachtig, lichtelijk morsig, straatje.

Omdat er niets  "groot" aan is, vermoed ik dat de Kleine Pieter Potstraat een steegje zal blijken! Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu  eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al  snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik.

Maandelijks nodigen zij telkens  een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze.

Vandaag de e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo , op de komende 8e  december zal het Luk Paard zijn — wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia. In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden  met eigen werk. Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium.

Het pand "Den Hopsack" heeft waarschijnlijk een andere functie gehad — misschien was het een woonhuis met een grote suite, of een winkel vóór met een woonkamer achter? Voorin loop je langs de bar, het podium beslaat de helft van de achterruimte. Je kunt er  een klein orkestje neerzetten of een theaterstukje spelen, wel rijkelijk groot voor een  eenzame dichter, die zijn kunsten vertoont met achter zich openslaande tuindeuren.

Ligt er een tuin achter of een binnenplaats? Het is in het duister niet te zien Het geluid en het licht zijn prima en dat verdient een pluim,  hoe vaak laat dat niet te wensen over!

Un petit peu de Montmartre en Anvers Ondanks de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een twintigtal  aanwezigen, presentator, dichter en bezoekers tesamen, Minder dan gewoon, mogelijk door de spoorstaking — Bart Van Peer vertelt dat er meestal bezoekers zijn.

Von Solo geeft zijn hele  optreden als titel: Mijn reis naar het einde van de nacht. Hij heeft zich duidelijk laten inspireren door Céline's "Voyage au bout de la nuit" Overigens was Céline niet opener dan Jan J Slauerhoff in diezelfde tijd met zijn "Fleurs de marécage" —  welke overigens destijds slechts in een beperkte oplage werd gedrukt, bestemd voor  vrienden en vriendinnen.

Door Céline als kapstok te gebruiken verschaft Von Solo zich de ruimte om expliciete seks niet te schuwen. Ik ben in de 21e eeuw wel wat gewend van de slammers en  andere moderne dichters, toch voel ik mij als Nederlander wat ongemakkelijk temidden van dit Vlaamse publiek voor wie een andere Nederlander op het podium enthousiast reciteert in eenvoudig rijm over "spuitende lullen, soppen, vrouwen die likken en pijpen, over klaarkomen en nog kleverige dijen nadien" Er zijn maar twee vrouwen onder de toehoorders, één jonge die zich er ogenschijnlijk  niet door laat beroeren en één blonde dame van middelbare leeftijd die getuige haar  geschater enorm veel schik heeft.

Misschien ga ik niet met mijn tijd mee? Als onze Brabantse Corry Konings 60 , van vroeger zo gekend voor haar populaire  liefdesliedjes "ik krijg een heel apart gevoel van binnen" , nu plots als grijze dame  met geverfd haar luidkeels "Hoeren, neuken, nooit meer werken" staat te zingen, zou  toch niets mij nog uit mijn evenwicht kunnen brengen? Wellicht komt mijn ongemak  van de gedachte: In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde  tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd.

Wij spreken over  de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld  voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg.

Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse  geniet. Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium.

Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje. Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën  van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht  zij de meeste bijval? Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: Plaatsvervangend vind ik het voor haar  man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht  ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte  overdosis.

Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht  over het plezier van de "zotheid". Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA. Ook mede-organisator Frans Vlinderman alwéér een alias draagt gelaagde poëzie van eigen hand voor. Ikzelf krijg ook wat podiumtijd en mijd zorgvuldig het scabreuze, houd mij bij de stad aan het water.

Of het de Schelde is, de Maas of het IJ, altijd hebben die steden  een "overkant", die wat minder in trek is: Ze hebben allemaal hun havens gemeen, dus kom ik terecht op mijn maritiem werk Altijd vraag ik iemand uit het publiek zijn of haar mening over wat "het mooiste" was  in de voordracht zojuist gehoord. Eveline kiest voor het slotgedicht over het heimwee  van de zeeman. Ik mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan  Ik mis jouw stem, die ik meer nog voel dan hoor  ik mis je warme adem langs mijn oor  Ik mis je speelse vrolijkheid, zo blij spontaan.

Ik mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet  Ik mis het vlinderstrelen door je zachte hand  Ik mis het hoe je beeft als passie brandt  Dat, en nog meer mis ik - maar ik moet.

Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden  behandeld met in totaal meer dan gedichten, onovertroffen. Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede- hands exemplaar ontdekken: Hoe kijken die dichters naar de stad? Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook van hartgrondige haat.

Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad  en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement, maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: Hernehim-dichter John Zwart zou ook meedoen, maar moest helaas kort voor  het feest afhaken. Gelukkig heeft hij "Suburbia" nog om van te genieten tot troost. Het valt te hopen dat de bezoekers aan de Villa Kunstpassage even inspirerend  werk te horen kregen.

Rik Comello Den Haag  hier met vriendin, heeft net als John Zwart een maritieme achtergrond  Vriend en collega-dichter Rik Comello en John hadden beide wel een speciaal  nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad: De stad, met aan de boorden van haar havens de toewijding  van de beschermheilige der zeelieden  Mijn stad, mijn stad De stad De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld Terwijl zij haar gestrekte armen reikt naar de ochtendzon besmeuren vuile zwervers de plooien van haar nachtjapon Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt wordt aan haar borst haar kleed gescheurd Als steeds die horden haar belagen hoe kan zij daarbij nog behagen Wordt telkens door rabauwen opnieuw haar schoot geschonden door haar ware minnaars wordt weer haar bloedend hart verbonden Na jaren keer ik weer — ze toont mij haar aangezicht en zegt: Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff: Alleen de havens zijn ons trouw Al 't andere aan de vaste wal Behoort niet bij ons, vriend noch vrouw Stond ooit eens voor de zeeman pal.

Gisteren was het Wereld Alzheimer Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit  Maassluis en het duo Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff als het uitgelezen moment  beschouwd om hun boek "Kus me nog eens wakker" aan de pers te presenteren. De dag, woensdag 21 september, maar ook de locatie was zorgvuldig gekozen: Museum Het Dolhuys te Haarlem. Het Nationaal Museum, waar wordt getoond hoe er  door de eeuwen heen werd omgegaan met mensen die 'anders' zijn.

Een fotograaf en een schrijver gingen twee jaar lang op in de wereld van mensen die  lijden aan dementie. Voor de schrijver, Gerrit Molenaar, was het een project dat hem  ook moest helpen in de zoektocht om zichzelf te hervinden. Want hij was door zijn  journalistieke werk zo rationeel geworden, als gevolg ook bijzonder cynisch, waardoor  zijn gevoelsleven erg verarmd was.

Het proces van het maken van het boek, waarbij hij contact moest maken op een intieme wijze met zijn hoofdrolspelers, zou hem tegelijk kunnen helpen weer dichter bij zijn gevoel te komen.

Zijn hond Mozes gaf hem het voorbeeld door de intuïtieve manier waarop het dier  reageert op mensen. Mozes maakt direct contact of wijst resoluut af, de hond besluit onmiddellijk zonder zichtbare aarzeling. Zo'n intuïtieve benadering helpt ook bij de  openheid naar de ouderen die hij voor een rol in het boek uitkiest, met wie iets tot stand moet komen. Het komt zelden voor dat een boekpresentatie zich zó ontvouwt: De deuren gingen op slot niet storen en na een korte monoloog gingen ook de lichten uit om 't geluidslandschap beter te kunnen ondergaan.

Ook muziek werd als ondersteunend element gebruikt. Als het licht dan weer aan gaat voelt het als het verlaten van een bioscoopzaal na het zien van een meeslepende film. Het bekijken van het boek doe je hierna ánders, onder invloed van deze indrukken: Een ontroerende foto van één van de hoofdrolspeelsters in het boek, samen met haar man, brengt de kijker-lezer in de juiste gemoedstoestand om dit verslag vanuit de leefwereld van deze dementerende ouderen op een manier te ondergaan, zoals dat door fotograaf en schrijver bedoeld is.

Het boek is vooral een "kijkboek", het is grotendeels gevuld met bijzondere en zeer   indringende foto's in kleur van Bert Verhoeff. Summiere teksten, opgetekende citaten en korte gedichten vormen de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk.

Aan het eind van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan  tegen zijn persoonlijke achtergrond. De lezer kan dus kiezen: Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een "kijkboek"  ter hand nemen. Onderweg worden ze dan verrast door kleine "ingestoken" tekstbladen, met een citaat of een klein gedichtje. Zoals deze regels die de 85 jarige Anneke Boer schreef: Bert is mijn mannetje help, mijn Bert is een schat!

Of deze op citaten van Ben Wikkers: Negen mensen die in tehuizen, of thuis worden verzorgd. Een boek dat iedereen die met deze verouderingskwaal van het brein in zijn naaste  omgeving te maken krijgt een beetje kan helpen bij inleving en begrip. Bert Verhoeff Teksten van: Teun van der Heijden. Internet Uitgeverij De Brouwerij. Eddy Beugels wordt "de klopper" genoemd, want hij blijft overal op bonzen, dreigend?

Eddy is blij als de zon schijnt, hij is blij met een regenbui,  Eddy is altijd blij: Eddy is blij heel erg blij van blijdschap klopt Eddy de hele dag op ramen en deuren zodat iedereen weet hoe blij hij is zodat iedereen het hoort zodat iedereen het voelt.

Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde  -   bericht 16 augustus     Leeuwarden, zondag 14 augustus -. Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie in Leeuwarden. Of poëzie, moeten we "slammen" poëzie noemen? Hernehim Cultuur gebruikt liever als term "contemporaine dichtstijl"  voor die vorm die zo ver afstaat van het ingetogen dichten dat even  goed, zo niet beter, tot zijn recht komt zonder het effect van de voordracht.

Melvin van Eldik doet de laatste jaren erg zijn best om Friesland hiervoor warm te laten lopen. Hij organiseert avonden in Attel-J en buitengebeuren op zomerse zondagmiddagen op het muziekpodium van de Koperen Tuin. Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden  - Foto H C We schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor.

Maar als het niet in Amsterdam of Utrecht plaatsvond of die ene man deed niet mee dan lees je er weinig over. Dus vult uw HC redactie deze leemte vandaag op: Zondagmiddag 14 augustus vond in de muziektent van de Prinsentuin te Leeuwarden ook bekend als de Koperen Tuin naar de roman van Simon Vestdijk een open slamcompetitie  van Melvin van Eldik plaats. Jee Kast werd uitgeroepen tot winnaar. Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was anders dan de eerste keer op 13 juni, ook anders dan de volgende op 22 juli, het was elke keer weer anders, maar de sfeer  telkens spreekt wel uit het verslag dat over de eerste keer geschreven werd: De zomer had ons inmiddels geleerd om een 'plan B' achter de hand te hebben, als  'slechtweer oplossing'.

Niet de keus beperken tot: Maar het alternatief was niet nodig want het was vrijdag 12 augustus werkelijk een  stralende zomerdag met ideaal wandel en terrasjesweer. Daar hebben we naar hartelust van geprofiteerd, voor zowel het eerste als het laatste! En een stukje van 't  'slechtweerplan' hebben we óók nog genoten: En Jorwert leverde ook weer een bijzonder verhaal op dat  een plekje op de Blogpagina heeft verdiend. Verder kun je alleen maar spijt hebben als je er niet was.

De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto Friesland Bank  Stad met veel tastbare historie maar ook moderniteit met allure "Alles heb ik teruggevonden,  Bekoorlijk verwaarloosd als 't vroeger was: Het groene pad begroeid met spichtig gras,  De zonnebloemen die toen lager stonden Alde Fryske Tsjerken de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont,  heeft altijd het oog op elk komen en gaan De Landelijke Liefde-wandeling  - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland -  geplaatst op 15 juni   Op tweede pinksterdag, de dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan  "l'amour rustique" J.

Natuurlijk was het niet echt de eerste keer. In de loop der jaren reed ik menigmaal over 't voor deze wandeling gekozen traject, de eerste keren per auto,  later graag als fietser op mijn tochten naar Boazum en Jorwert. En in de aanloop naar deze Slauerhoff Wandeling liep ik tweemaal van Jongema State in Raerd naar de Pastorie in Jorwert , heen en terug. Jongema State is al een aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij een extra betekenis, wetende dat de dichter die mij altijd het meest heeft geïnspireerd daar óók was en er poëzie op schreef.

En Jorwert, met de toen nog onveranderde Pastorie waar ik kennismaakte met dominee Klooster in het jaar , was een andere plek waar ik de nabijheid van dichter Slauerhoff nog 'voelen' kon. It Fryske Gea, de friese natuurbeschermingsvereniging bevordert bij het brede publiek de interesse voor de natuur, waarbij eveneens de culturele aspecten van een landschap de aandacht hebben.

Net als de natuurbeschermers in de andere provincies, heeft men ook  zorg voor de culturele betekenis van landgoederen die in haar beheer zijn en dat is bij- voorbeeld ook het geval bij de middeleeuwse "slachtedyk"- een historische waterwering  van de Middelzee - als cultuurgoed tevens natuurobject onder de hoede van de vereniging.

De wandeling verloopt langs historische dijkjes en bolle bruggen over oeroude waterlopen door de streek van de voormalige Middelzee. Vaak ervaar ik dat mensen met 'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke  gedichten. En andersom merk ik dat poëzieliefhebbers ook vaak graag in de natuur vertoeven. Zo kwam bij mij 't idee op om bij het tienjarig bestaan van Hernehim Cultuur de twee interessegebieden met elkaar te verbinden.

En wat de literatuur betreft, wat is toegankelijker dan liefdespoëzie? En hoe kan een poëzieliefhebber het landschap intenser beleven dan in het zicht van wat een dichter heeft geïnspireerd?

Wij stonden gebogen over de vliet;  Daaronder leken onze gezichten  Ziende uit een toekomst, toen een lichte  Rimpeling ons glimlachen liet: Ons spiegelend zooals wij niet  Meer konden zijn. Een steen in 't water en terstond  Verdwenen we. Zoo was het altijd: Verschijnen, verdwijnen, weerzien, afscheid,  Zoeken in elkaars oogen en mond. Een zoen, niet bij machte kortstondige weelde  Te geven, dien alleen het voorgevoel  Van het wellicht voor ´t laatst te doen  Een zekere ernstige wellust verleende.

Origineel gedicht uit de bundel "Serenade". Het werd een mooie en geslaagde dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse  onverwachte zaken en matige weersomstandigheden. Het plan was om deze tochten in kleine groepjes te maken, 6 tot 8 deelnemers om het gezamenlijk beleven te  bevorderen. De ervaring met de stadsrand-wandeling Watergraafsmeer van Albert Hoogendijk heeft me bevestigd in dat voornemen. Door de weerberichten, al vóór pinksteren — 1e dag zomers, 2e dag nat — haakten  mensen af en kromp een groepje van negen potentiële wandelaars in tot vijf, ondanks de belofte dat bij zware regenval in plaats van een wandeling een auto-etapperit zou  worden gedaan.

In de nacht kletterde regen op het slaapkamervenster maar de ochtend was droog  met voorbijdrijvend grijs. Vanaf elf uur was de samenkomst bij Wouters in Leeuwarden tegenover het station, want de deelnemers kwamen 'van heinde en verre'.

Tot het middaguur zou ik daar  zijn om hen te verwelkomen met koffie en thee. Maar Wouters had een A4tje op de  ruit geplakt: De stationsrestauratie in Leeuwarden is veroverd door onze grootgrutter als nieuwe  "to go" winkel en bood dus ook al geen soelaas. Rondhangen voor de gesloten deur van Wouters ging me snel vervelen dus dan maar uitgeweken naar de lounge van 't  chique Oranjehotel — een uurtje heen en weer springen om oog te houden op de  dichte deur met het A4-tje.

De eerste geleerde les: Iedereen kreeg het geïllustreerde boekje  "Landelijke Liefde" ,  gelegenheidsuitgave Hernehim Cultuur ,    plus een routebeschrijving voor een fietstocht van 30 km vanaf Goutum  Leeuwarden  waarvan onze Slauerhoff Wandeling van 12 km deel uitmaakt. Een korte inleiding gaf ik op de stadswandeling en de afkomst van de dichter Jan Slauerhoff en daarna gingen we om half een op pad. We liepen naar de Nieuweweg langs de monumentale neoklassieke Openbare Bibliotheek naar de Weaze en volgden de gracht naar Voorstreek waar we alleen nog aan de bovenverdiepingen konden zien waar Slauerhoff -op nr zijn schooltijd heeft doorgebracht.

We pauzeerden met gepaste aandacht bij het gedicht "het einde" in het plaveisel op de  brug tegenover de Wortelhaven en namen nog een kijkje bij de Bonifatiuskerk waar in Cristina Branco haar portugese fado's van vertaalde Slauerhoffpoëzie heeft opgenomen. Luister hier naar "De Eenzamen" Os Solitáros door haar gezongen.

We maakten er een rondwandeling van, door te vervolgen over de Monnikemuurstraat langs de Grote of Jacobijnerkerk, en door de Grote Kerkstraat langs de Princessehof, waar deze maand een expositie van Chinees porselein met geluk en liefdessymbolen is geopend. Eigenlijk zou je gemakkelijk een programma van een hele dag kunnen maken als de stads- wandeling met een museumbezoek wordt gecombineerd. Ons groepje zag onderweg nog allerlei interessants, zoals ook antiquarische boekwinkeltjes die zeer in trek waren.

Genoeg afleiding onderweg en het viel niet mee het tempo erin te  houden, maar ik moet toegeven dat ik zelf ook het bekijken van oude hofjes, de Grote Kerk etc. Pas kwart over twee per auto op weg naar Jorwert -  na 10 minuten over de A32 kwamen  we in zijn wereld waar de tijd schijnbaar stilstond.

Dijkjes die ecologisch worden beheerd, weiden met koeien, schaapjes, friese paarden en pony's, een bolle brug over de Zwette die daar achteloos onderdoor slingert bedekt met bloeiend 'pompebled', een landschap als de plaatjes van C.

Jetses in Ot en Sien. In Jorwert konden we ook gemakkelijk de klok een eeuw terugzetten naar het jaartal dat  Jan Slauerhoff voor het eerst door Annie Hille Ris Lambers naar haar dorpje werd meege- nomen.

Wat er nog is aan onveranderde gebouwen bekeken we met de aandacht die ze verdienen: Natuurlijk waren de dames erg nieuwsgierig naar het "liefdeshoekje" achterin de tuin van de pastorie. Doordat de haven is gedempt en op die  plek een erf met grote schuur is gekomen moet je daarvoor "verboden terrein" opgaan: Toen ik er rond de Paasdagen was had ik dat natuurlijk stiekem al even gedaan.

Met de kleine groep waagde ik het erop. En dat zal je zien: Het bewonersechtpaar kwam naar buiten dus ik moest vlug mijn excuus maken, stelde  mij voor en verklaarde de reden van ons gluurdersgedrag.

De vrouw van het paar bleek veel kennis te hebben van de historie van het dorp en schetste ons zelfs exact de situatie van vóór Slauerhoff en de roemruchte dominee, toen de pastorie met de tuin ongeveer een schiereiland vormde, het Havenspaed water was met niet meer  dan een smal paadje erlangs en de Lijnbaan ook een sloot, met een bruggetje erover dat verbinding gaf van de pastorie-zijtuin naar het kerkhof.

Ik kreeg zo weer heel wat nieuwe informatie over de bewoning en er werd zelfs een fotoalbum tevoorschijn gehaald. Pastorie Jorwert - Beeld , Slauerhoffjaar. Na het vertrek van dominee Klooster in heeft de pastorie een jaar leeg gestaan  tot de verbouwing voor de huidige bewoners kon aanvangen.

De buren maakten een hele serie foto's van het originele interieur, o. Het betrof het geëngageerde gedicht "De dienstmaagd" dat ook in onze gelegenheids- bundel is opgenomen. Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag,  Er stond een bank onder het schrale loover,  Achter een schrompelende wilgenhaag  Bijna vergeten door den zomer. Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen  Overgegaan in een warm, waar verhaal.

Maar zij zou mij van verre al aan zien komen: Het lage land ligt tot den einder kaal. Het was een welkome ontmoeting en kennismaking, al begon het helaas te regenen. De herberg bood ons geen schuilplek, die heeft meer een 'museale' functie en ontvangt graag  'recepties en partijen'. Als café is het gebouw maar beperkt geopend. Daar was ik vanzelfsprekend tevoren van op de hoogte en ik had daarop gerekend: De kerk is wel alle dagen open en daar konden we droog blijven: Dat is toch heel wat anders dan: Het oude godshuis heeft een prachtige akoestiek en het was een geweldige ervaring om daar de Slauerhoff l.

Zo gaf hij destijds sommige  gedichten een boodschap mee, nu weet iedereen wel dat zijn muze Heleen is geweest. Zo'n oude kerk dwingt je gedragen te lezen, leestekens te respecteren, witregel-pauzes te nemen.

De meeste dichters lezen te snel, ik ook. Het stille van den hof en het grijsblonde  Van zon laatglanzend door beslagen glas. Achter in de tuin begon de ondiepe plas,  Waar we elkaar 's avonds onder takken vonden Toen moesten we de lange wandeling nog maken en het was al bijna half vier i. Er was dus geen tijd meer te vermorsen Niet in Tsjeintgum dus, voor de beeldentuin van Hein Mader 86 , die hebben we helaas overgeslagen — de volgende keer moeten we maar wat strakker met de tijd omgaan.

In Mantgum was het gelukkig ook alweer droog geworden,  It Bosk voerde ons weer naar de "slachte" de vroegere westoever van de Middelzee. Rechts, midden in het vlakke weideland zagen we een afgegraven terp, niets meer dan een ommuurd hoog kerkhof met een toren middenop, oprijzend als hoogwater vluchtplek.

De toren wordt gedateerd op de 11e eeuw, ook van tufsteen. Er is onbelemmerd uitzicht naar de terpen van Easterwierrum en Mantgum. Het dorp dat er vroeger omheen lag is 2 eeuwen geleden verplaatst naar een gunstiger plek. Er bleven slechts toren en doden. Een ideale plek om het gedicht van Atze van Wieren voor te dragen: Halverwege weer zo'n bolle brug over  de Zwette, die nu nog voor de afwatering van dit lage stuk Friesland moet zorgen.

Onze tocht eindigde op Jongema State bij Raerd. Jan Slauerhoff en zijn Heleen zijn er ook meermalen geweest en er was dus nauwelijks een mooier eindpunt te bedenken. Het geeft me altijd een fijn gevoel om de zware deur in de toegangspoort uit open te maken om mijn "gasten" binnen te laten.

Onder de poort hebben we nog wat poëzie gelezen, tenslotte kon ik als "kasteelheer"  de toegang weer afsluiten - er stond een grote auto klaar om ons weer terug te brengen naar Leeuwarden. Jorwert lijn 93, Raerd lijn Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij  - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn  -  geplaatst op 6 juni    Het Spaarne stroomt Hemelvaartsdag, 2 juni in Haarlem — door JohnN.

Er wordt wat afgewandeld tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere verslaggever, ben er nu regelmatig bij betrokken en dat is goed. Te vaak kreeg ik het gevoel dat ik te veel uren besteedde zittend aan het computerscherm. Toen ik van stadsdichteres Sylvia Hubers hoorde dat de Haarlemse Dichtlijn jaargang , door deelnemers die gedichten op de stad schrijven, óók als een stadswandeling kan  worden beleefd, was ik meteen enthousiast.

Al sinds schrijf ik voor 'Woorden in de Waagschaal' en de 'Dichtlijn' regelmatig 'haarlemse gedichten'. Het was die dag druk in de stad, het Spaarne lag vol plezierboten, de terrassen al vóór het middaguur goed bezet met genieters van drankjes in de zon. Gelukkig lang niet iedereen  naar Zandvoort. Het lijkt wel per traditie - of ze het nu op Pinksterzondag of op Hemelvaart organiseren — áltijd hoogzomer bij de Haarlemse Dichtlijn. De opening weer in de Vishal, dat lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de  Grote Markt.

Verse vis wordt daar allang niet meer verhandeld, verzen klonken er. De dagelijkse functie is expositieruimte, dat vraagt licht, dus kreeg de hal een glazen dak. Daar ben ik nooit blij mee op zo'n dag: Boudewijn de Groot meneer de president Lennert Nijgh leek er in mijn gevoel in de geest ook bij, want wat was Boudewijn geweest zonder die dichter?

Zijn outfit was passend bij het binnenklimaat. Hij kreeg de bloemlezing aangeboden: De Bundel van dit jaar, die oogt als Literair Werk in plaats van een gelegenheidsboekje.

Die Bundel mag nu dus  best 10 euro kosten, nog een vriendenprijsje goed beschouwd. Bavo aan de Grote Markt. In het tweede leven van de Adriaan kraak ik een nootje. Alle "dienstregelaars" van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te  overtuigen dat ze zich juist naar hún locatie moesten begeven. Het Huisartsencabaret   menig geween is helaas iatrogeen , dat dichters als Wilma vd Akker, Gusta Bastian en Gerrit Vennema ontving, stal in mijn ogen de show is er een dichter in de zaal?

De meest effectieve uiteraard de humor. Ze streken neer in het Archeologisch Museum daar liggen de resten van falende artsen in het verre verleden. Willemien Spook wat zal die gepest zijn op school met die naam, er is vast een sterke vrouw uit gegroeid   wilde liefst veel mensen naar de binnenbocht, het Korte Spaarne, naar Atelier September  lokken.

Ze droeg een lang gedicht voor waarin de hele wordingsgeschiedenis van Haarlem was verwerkt. In gedachten schrapte ik onmiddellijk mijn eigen "haarlo heim" van mijn lijstje. Fredie Kuiper , gewapend met accordeon en zangstem, kreeg met haar enthousiasme de stemming er goed in.

Toch was ik blij dat ik eerst in het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door  het stadscentrum in de aangenaam koelere buitenlucht. Sylvia Hubers — wie kan er nog  gelukkiger zijn dan zij, met haar initialen: S paarne H aarlem — heeft een hele schare bewonderaars. Is het niet voor haar gedichten dan is het wel voor haar muzikale prestaties op de zingende zaag!

Echt waar, dat moet je horen. We hadden dan ook onmiddellijk een hele groep om ons heen. De mooiste, zeg ik zonder aarzeling, was Mayamba: Ze is beginnend dichteres, deed nog niet mee aan de Dichtlijn,  maar dat gaat vast nog wel komen, dat weet ik zeker, bij een jonge vrouw die bruist van  muzikaal, dans en schildertalent.

Waarom kon ik daar voor die Vishal een poosje alleen  maar naar háár kijken? Omdat ze herinneringen opriep aan de prachtige "cotto missies"  op de markt in Paramaribo, met haar prachtige kleding: Haar wieg  stond in Angola, haar atelier staat in Haarlem. Hoe weet ik dat van haar en haar talenten? Wel, ik maakte haar een verdiend compliment over haar kostuum en zij gaf mij haar kaartje. In ons groepje ontwaarde ik de kunstenaar Hans Clavin, ook al een meervoudig talent waar  ik bij mijn laatste optreden in de Waag al mee kennismaakte.

We gingen op pad en ik zag  opeens een dichter die ik niet in het programma had zien staan. Hij leek wel op Jan Kal En het wás Jan Kal Blijkbaar spontaan bij ons aangesloten. Op de Ster op de Grote Markt werd gedienstig een 'zeepkist' aangedragen die in werkelijk- heid een groentenkist was, niet echt geschikt voor klasse 80 kg en meer.

Maar het ging bij iedereen goed, we hadden 'm toch wel nodig, zonder versterking boven het achtergrond- rumoer. We wandelden verder naar het Johannes Enschedéhofje waar de deur op slot zat. Er mochten inderdaad wat dichters naar binnen om voor te dragen, dat was afgesproken, maar men had blijkbaar niet gerekend op een menigte van meer dan dertig personen.

Het werd allemaal goedmoedig geregeld en we konden toch op die plek luisteren naar de poëzie over andere,  oude hofjes door Erika Destercke uit Gent en Harmen Malderik en André Rooijmans. Over de Bakenessergracht naar het Spaarne, de Melkbrug had een verrassing in petto. Daar  stond een meerstemmig zanggroepje met instrumentale begeleiding om voor ons op te treden. Een heel leuk intermezzo, humoristische teksten en zelfs een méézinger.

Aan de overkant kwamen we via de Antoniestraat bij het historische pand waar jaar geleden de eerste legendarische Haarlemmerolie  goed voor elke kwaal werd gebrouwen.

Op de gevel staat een gedicht van Willemien Spook dat ook werd voorgedragen. Verder hoorden we daar Else Dudink en Jos Zuijderwijk. Op de terugweg naar dezelfde brug waar we de zang hadden beluisterd, begon juist de bel  te rinkelen en sloten zich de slagbomen.

Honderd en één plezierjachten moesten er door, dat ging wel even duren. Sylvia maakte van de nood een deugd en stelde voor dat we een Open Podium zouden houden voor de slagboom.

Het kistje werd neergezet en Erika Destercke liet haar "Haar in de boter" horen. Ook Jos Zuijderwijk greep de gelegenheid aan voor een langere toegift. En nòg voeren de scheepjes voorbij, dus ik liet mijn nieuwe Donkere Spaarnegedicht tewater als eerbetoon aan Hans Andreus, de dichter van het licht.

Zijn eerste bundel werd hier aan het Spaarne uitgegeven in bij Uitgeverij Holland. Zegt de ene rietveld- stoel tegen de andere rietveldstoel: Ruik eens aan mijn schouder en aan mijn sleutelbeen voel eens aan mijn strakgespannen kuit de zomer komt eraan Mijn knieën wisten het eerder dan ik.

Omgevingsrumoer kan een enigszins storende factor zijn, maar toch kan een wandeling  door een toegevoegd poëtisch element vaak een heel speels en boeiend karakter krijgen. Wie dat nog niet herkent moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer ergens mee te lopen. Dit verslag is natuurlijk verre van volledig, het is dan ook  een deelnemers impressie.

De berichtgeving van een deelnemer kan niet anders dan ietwat gekleurd en vooral fragmentarisch zijn. Ik vertrouw dat ieder die niet genoemd wordt dit zal begrijpen. Het eigen optreden houdt je bezig en veel van wat een verslaggever registreert  ontgaat je. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek  veel groter dan in dat tijdsbestek past. Ik koos een route langs het Ampzing Genootschap waar opgetreden werd op het terras van Café Koops — en vervolgens naar de Waag waar ik in de derde en laatste ronde op 't programma stond.

Klanken voor een lach met een traan. Vervolgens was het een genoegen hoe Jando met zijn bezielde voordracht liet meevoelen  hoe een nieuwe liefde, op welke leeftijd ook, kan inspireren. Eén blik op de mensen op het terras was genoeg om meteen te weten wie hem zo inspireerde. Snel dóór naar de Waag, ik passeerde Merik van der Torren op tegengestelde koers. Weer werd ik verwelkomd met muziek: Fredie Kuiper speelde een pauze vol met haar  accordeon.

Ik hoorde Harmen Malderik en Myrte Leffring die haar muzikale partner  weer had meegebracht voor begeleiding op de piano. Toen kwam Joop Scholten met zijn  "het sublieme", eerder gehoord in Eijlders, maar dat wilde ik toch niet missen. Dat gaat  ook op voor Martin van de Vijfeijke , met zo vaak 'n verrassende slotzin waarbij je gezicht niet in de plooi kan blijven.

Hetzelfde gebeurde me in de pauze, toen iemand zich voor de  tweede maal bij mij aandiende, die maar niet geloven wilde dat ik NIET Hans Dorrestijn  was, of tenminste dan zijn broer Het laatste blok van Leonice Leite da Silva , de Braziliaanse Nederlandse toonde zich erg nerveus, ze liet zich door mij op haar gemak stellen. Ze stuurt me soms haar nieuwe gedichten om  te redigeren en voor opbouwende kritiek en noemt mij sindsdien "grote dichtvriend".

Die Zuid-Amerikaanse dankbaarheid, die ook Paul Roelofsen gold, is hartverwarmend. Ze droeg een loflied op aan haar overleden Nederlandse schoonmoeder. Vooral bij het  vrouwelijke publiek zag ik ontroering. Frans Terken liet ons horen dat er nog steeds heel degelijk gedicht wordt in Leiden, met  werk dat het verdient opnieuw gelezen te worden om alles eruit te halen wat erin zit.

Wolff en Zwart gingen afsluiten. Max Lerou had zich heel even losgemaakt uit de intense omarmingen die hem buiten op het terras ten deel vielen en stelde zich strategisch op om Pom Wolff mobiel te registreren.

Diens "One night song" die in De Bundel staat is een van zijn betere en helemaal in de stijl van de "guigeltondichter" die ik waardeer. Er is ook een  andere, ruigere slamversie van, die de titel "One night stand" zou kunnen dragen — zo had Fredie het ook begrepen — en hij koos voor die uitvoering in zijn voordracht.

Met succes,  zo tegen het einde kan men zich wat lossere teugels permitteren, het leverde hem een verzoeknummer op. Maar verder, Pom, maakte je je er toch wat gemakkelijk vanaf, met  alwéér die "pik van een halve meter in Almere Binnen" en die ouwe koe met weke uiers die je door de themopane wilde drukken.

Misschien ging je ervan uit dat je publiek zich steeds weer vernieuwt, maar ik hoorde het nu al zo vaak dat ik die ouwe koe niet meer door mijn  strot krijg, zelfs niet gemarineerd en gegrilld. JohnN staat redelijk gunstig in het alfabet maar met Zwart zit je slecht Maar ik zag het die middag positief: Vijftig jaar Haarlemse Bloemenmeisjes zijn er inmiddels al geweest, dus élke vrouw van ieder jaargang in de Waag kon het zich veroorloven om te  beweren dat zij Het Bloemenmeisje was.

Ik had wat prints van het gedicht meegebracht. Ze gingen grif van de hand. Met dank aan Dries Havermans , Nuel Gieles , Marten Janse en al die andere vrijwilligers - van de drager van de zeepkist tot en met de lieve dames die de hapjes en de drankjes  in de Vishal verzorgden. Voor de ouderen onder ons: Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel  de overzijde badend in het licht  alleen van daaruit zien ze schaduwzij  wat men ervaart bepaalt alleen het zicht.

Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar  blonde hoofd getooid met bloemenkroon  hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen  in de spiegel van die trage stroom. Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer  - deelnemersverslag van JohnN  -  geplaatst op 3 juni De Amsterdamse dichter Albert Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer  zo lief dat hij er een 'dromenfabriek' aan heeft opgedragen.

Hardlopend zowel als wandelend doorkruiste hij jarenlang de Watergraafsmeer en de oostelijke rafelranden van de stad — dat deel inmiddels beter benoemd als "Zeeburg" —  waaruit een paar favoriete routes ontstonden. En aan allerlei punten onderweg heeft hij  een gedicht gewijd. In printte hij er een aantal van uit en plakte ze aan, met milieuvriendelijke lijm  ja ja, op zijn "monumenten".

Ze waren luttele dagen later allemaal verdwenen. Bewonderaars of vandalen - we houden het maar op het eerste. Inmiddels zijn er 12 gedichten die werden verzameld in een kleine bundel: Als maker en gids organiseert hij soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers. Op zondag 22 mei heb ik zo'n wandeling meegelopen. Hoogendijk spreekt af met een  groepje in Café , Hogeweg 48, op de kruising met de Linnaeusparkstraat aldaar  stond een historische fontein. Maar die is lang verdwenen.

Een paar jaar geleden heeft het stadsdeel de buurt verblijd met herstel van oude glorie: Gemeenlandshuis, Diemerzeedijk 27, Amsterdam   Sinds in eigendom van de Hendrick de Keyservereniging. Eén van de plekken waar we even stil stonden. De weg  er naar toe  is onveranderd  hier klotst, alleen dan  zonder getijden,  al eeuwen, onvermoeibaar het water  tegen de  Oude Diemerzeedijk  het verlangen  viert hoogtij  om achter  deze statige gevel  slechts  één weekend  de heer des huizes  te zijn  schrijven zal ik  uit duizend en één nacht  over hoe  het vroeger  was.

Na nachtelijke regen troffen we toch een bijna droge middag één flinke bui  die we schuilend in een horeca gelegenheid konden uitzitten. Zo nu en dan stopte Hoogendijk en verzamelde een kring om zich heen; dan waren we bij één van zijn "monumenten" aangeland en las hij ons een gedicht.

Het is eenvoudige toegankelijke poëzie, en die dankt haar bestaan aan heel verschil- lende dingen. Soms is het een bijzonder gebouw of zomaar een bankje langs een  gracht. Dan een kompleet landschapselement zoals het Flevopark, maar ook wel eens iets simpels als een paraplu die een passant bij slecht weer verloor, waarvan voor ons de contouren onder de wateroppervlakte nog vaag zijn te herkennen.

We liepen een route die ik hier eenvoudig weergeef: Met Hoogendijk over de Hogedijk — hoe toepasselijk — onder het spoorviaduct door naar de Indische Buurt. We hielden halt bij een bankje waar de dichter in verloop van tijd alle geloven heeft zien zitten.

We volgden de Valentijnskade tot het Flevopark, dat een geheim bevat: Aan de overkant van het water  zien we het 'sciencepark Watergraafsmeer' met wat verderop een opvallend transfor- matorgebouw, door Hoogendijk 'de rode kathedraal' genoemd. Natuurlijk maakten we een rondje door het park en konden nog genieten van de laatste bloei van de rhododendrons. Een sterke geur verspreidde zich om ons heen, die bleek van natuurlijke oorsprong te zijn: Het plantje is  ook als keukenkruid te gebruiken. Na het park stuitten we op het laatste authentieke stukje ringvaart, met houten huisjes en een 'overzet', een trekpontje, nutteloos nu, omdat maar even verderop een fietsbrug ligt.

Over het Amsterdam-Rijnkanaal maakten we kennis met de Nesciobrug, een bijna futuristisch bouwwerk van moderne bruggenbouw, hangend aan twee enorme palen op elk van de oevers. We volgen een flink stuk van de oude Diemerzeedijk, uit de tijd dat  hier de Zuiderzee nog kon spoken met hoog water. We ervoeren het als een bijzonder rustig stukje stads-rafelrand met dijkhuisjes aan de voet. Zo kwamen we opnieuw aan  bij het Flevopark, nu aan de andere zijde. De achter- of de voorkant?

Daarover kan getwist worden. In ieder geval liepen we onder een indrukwekkende stenen poort door, door de dichter  als 'de hemelpoort' aangeduid. Hij werd helemaal niet voor het park gemaakt, maar  ontdekt in een gemeente-opslagplaats, overkompleet Het jaartal klopt dan ook  helemaal niet — het park werd aangelegd in dezelfde tijd als het Amsterdamse Bos bij Amstelveen — de crisisjaren 30 van de vorige eeuw — toch past de poort wonderwel in  de omgeving, waar veel essen, linden, wilgen en andere boomsoorten tot grote wasdom kwamen.

Vlak over een houten grachtbrug geurde heerlijk 'n grote rijk bloeiende acacia. Nog een stukje door de Indische Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden we al gauw de fontein weer klateren. Wie dat nog niet herkent  moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer mee te lopen als er zoiets georganiseerd wordt. Contact met Albert Hoogendijk kan worden opgenomen via dromenfabriek gmail.

Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc.

Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld. Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id. Deze wordt gebruikt om te voorkomen dat anderen zich door middel van browsermanipulatie kunnen voordoen als jou. In dit cookie staat je userid opgeslagen. Deze werkt alleen in combinatie met het sessid cookie dat hierboven al vermeld staat.

Hier wordt de schermbreedte van je device opgeslagen. Op basis hiervan kunnen bepaalde elementen wel of niet worden ingeladen of van een passende weergave worden voorzien. Dit cookie wordt door cloudserverdienst Cloudflare gebruikt om de juiste bezoekers naar onze server door te sturen. Zonder dit id zou je geen pagina te zien krijgen. Deze cookies worden gebruikt door Google Analytics en zij geven ons inzicht in onze overigens anonieme bezoekersstatistieken.



Neuken eindhoven amateur escort den haag

  • 295
  • Wijd opengesperde kut sex markt enschede
  • 18 JAAR ESCORT MASSAGE EROTIK SEX






Dikke lesbische vrouwen dikelul


In de oude havenstad aan de Schelde bestaat er een poëziepodium  al twaalf jaar: Bart Van Peer was een van de oprichters en zet zich nog steeds in voor dit  maandelijks podium, daar moet dus wel een sterke motivatie achter steken. Een reden om er eindelijk eens naartoe te reizen, want tot mijn schande moet ik erkennen dat ik als Hernehim-redacteur wel Brusselse en Gentse podia bezocht, maar "De Muzeval" nog nooit.

De Belgische Spoorwegen werkten nog een beetje tegen — want zij werkten niet: Maar besluit is besloten, zó gemakkelijk laten we ons niet weerhouden: Al is de E17 dubbel zo druk en duren de werken bij  Brasschaat nog altijd maar voort Bushalte of Parkeergarage Groenplaats blijkt meest nabij de bestemming, vlakbij  de Kathedraal, hartje oude binnenstad. Een gezellige drukte op straat, gelukkig minder dan op het Leidseplein in Amsterdam, waar het me vaak net teveel is.

Voorbij de hoge toren ligt de Grote Markt met het Stadhuis, waar vele straten  samenkomen. Eén ervan voert naar de Schelde, halverwege een zijstraatje links: Een oud schilderachtig, lichtelijk morsig, straatje. Omdat er niets  "groot" aan is, vermoed ik dat de Kleine Pieter Potstraat een steegje zal blijken! Ik vergeet te vragen wat "nen hopsack" nu  eigenlijk is, dus die naam blijft voortaan intrigeren Bart Van Peer en Frans Vlinderman blijken twee baardige Vlamingen, daar voel ik me al  snel bij thuis, al zijn ze van veel jonger jaargang dan ik.

Maandelijks nodigen zij telkens  een hoofdgast uit, die een heel uur lang flink mag uitpakken tot de pauze. Vandaag de e editie is er een dichter uit Nederland: Von Solo , op de komende 8e  december zal het Luk Paard zijn — wonderlijkste aliassen treft men op de dichterspodia. In de pauze maken beide presentatoren een lijstje van mensen die zich komen melden  met eigen werk.

Na de pauze volgt dan nog een uurtje 'n spontaan open podium. Het pand "Den Hopsack" heeft waarschijnlijk een andere functie gehad — misschien was het een woonhuis met een grote suite, of een winkel vóór met een woonkamer achter? Voorin loop je langs de bar, het podium beslaat de helft van de achterruimte.

Je kunt er  een klein orkestje neerzetten of een theaterstukje spelen, wel rijkelijk groot voor een  eenzame dichter, die zijn kunsten vertoont met achter zich openslaande tuindeuren.

Ligt er een tuin achter of een binnenplaats? Het is in het duister niet te zien Het geluid en het licht zijn prima en dat verdient een pluim,  hoe vaak laat dat niet te wensen over! Un petit peu de Montmartre en Anvers Ondanks de avond die door het weer nodigt tot uitgaan zijn er nauw een twintigtal  aanwezigen, presentator, dichter en bezoekers tesamen, Minder dan gewoon, mogelijk door de spoorstaking — Bart Van Peer vertelt dat er meestal bezoekers zijn.

Von Solo geeft zijn hele  optreden als titel: Mijn reis naar het einde van de nacht. Hij heeft zich duidelijk laten inspireren door Céline's "Voyage au bout de la nuit" Overigens was Céline niet opener dan Jan J Slauerhoff in diezelfde tijd met zijn "Fleurs de marécage" —  welke overigens destijds slechts in een beperkte oplage werd gedrukt, bestemd voor  vrienden en vriendinnen.

Door Céline als kapstok te gebruiken verschaft Von Solo zich de ruimte om expliciete seks niet te schuwen. Ik ben in de 21e eeuw wel wat gewend van de slammers en  andere moderne dichters, toch voel ik mij als Nederlander wat ongemakkelijk temidden van dit Vlaamse publiek voor wie een andere Nederlander op het podium enthousiast reciteert in eenvoudig rijm over "spuitende lullen, soppen, vrouwen die likken en pijpen, over klaarkomen en nog kleverige dijen nadien" Er zijn maar twee vrouwen onder de toehoorders, één jonge die zich er ogenschijnlijk  niet door laat beroeren en één blonde dame van middelbare leeftijd die getuige haar  geschater enorm veel schik heeft.

Misschien ga ik niet met mijn tijd mee? Als onze Brabantse Corry Konings 60 , van vroeger zo gekend voor haar populaire  liefdesliedjes "ik krijg een heel apart gevoel van binnen" , nu plots als grijze dame  met geverfd haar luidkeels "Hoeren, neuken, nooit meer werken" staat te zingen, zou  toch niets mij nog uit mijn evenwicht kunnen brengen?

Wellicht komt mijn ongemak  van de gedachte: In de pauze raak ik serieus in gesprek met de dame die zich niet hoorbaar amuseerde  tijdens de pornofragmenten die ons even tevoor werden geschilderd. Wij spreken over  de kunst van het gebruik van metaforen en dat is geen toeval. Zij heeft zich aangemeld  voor het open podium, maar krijgt een telefoon en moet opeens dringend weg. Helaas nog voor ze me haar naam heeft genoemd. Nog twee personen verlaten het pand en zo blijft wel een zeer pover gezelschap van een dozijn mannen en 1 vrouw over, terwijl toch de poëzie bij voorkeur vrouweninteresse  geniet.

Gelukkig maken op dat moment Eveline en Els hun entree, ze hebben de hoofdact gemist maar komen nog voor aanvang van het open podium. Zo herstellen zich de sekseverhoudingen weer een beetje. Het begint met Christel, de vrouw die zich zo heeft vermaakt met de nachtfantasieën  van Von Solo. Ze betreurt het dat er zo weinig vrouwen zijn, want van die kant verwacht  zij de meeste bijval? Maar zij begint met een loflied op de man, die zo presteren moet: Plaatsvervangend vind ik het voor haar  man een beetje gênant, want vanaf het podium wijst zij naar haar echtgenoot en licht  ons toe dat zij zeer tevreden is met hem, die reeds vijfentwintig jaar met haar 't bed deelt Gelukkig gaat zij niet verder op hetzelfde thema want er dreigt deze avond een lichte  overdosis.

Christel maakt het mij weer goed door te besluiten met een speels gedicht  over het plezier van de "zotheid". Het niveau van de overige open podium bijdragen is zeer variërend, daarin verschilt deze Antwerpse gedichtenavond niet van Amsterdamse podia zoals Eijlders of OBA.

Ook mede-organisator Frans Vlinderman alwéér een alias draagt gelaagde poëzie van eigen hand voor. Ikzelf krijg ook wat podiumtijd en mijd zorgvuldig het scabreuze, houd mij bij de stad aan het water. Of het de Schelde is, de Maas of het IJ, altijd hebben die steden  een "overkant", die wat minder in trek is: Ze hebben allemaal hun havens gemeen, dus kom ik terecht op mijn maritiem werk Altijd vraag ik iemand uit het publiek zijn of haar mening over wat "het mooiste" was  in de voordracht zojuist gehoord.

Eveline kiest voor het slotgedicht over het heimwee  van de zeeman. Ik mis jouw mij nabij zijn, samen tegenaan  Ik mis jouw stem, die ik meer nog voel dan hoor  ik mis je warme adem langs mijn oor  Ik mis je speelse vrolijkheid, zo blij spontaan. Ik mis hoe je me gretig kust, zo zalig zoet  Ik mis het vlinderstrelen door je zachte hand  Ik mis het hoe je beeft als passie brandt  Dat, en nog meer mis ik - maar ik moet.

Zover ik weet is deze bloemlezing waarin alle aspecten in hoofdstukken worden  behandeld met in totaal meer dan gedichten, onovertroffen. Het boek "Suburbia" is allang uitverkocht, maar mocht u ergens nog een tweede- hands exemplaar ontdekken: Hoe kijken die dichters naar de stad? Er is sprake van onvoorwaardelijke liefde op het randje van sentimenteel, maar ook van hartgrondige haat.

Hugo Claus voelt de dreiging en het opgedrongen schuldgevoel hangen in zijn stad  en Luuk Gruwez zou het liefst zijn stad Kortrijk vernietigd zien in een bombardement, maar krijgt in de slotstrofe alweer spijt: Hernehim-dichter John Zwart zou ook meedoen, maar moest helaas kort voor  het feest afhaken.

Gelukkig heeft hij "Suburbia" nog om van te genieten tot troost. Het valt te hopen dat de bezoekers aan de Villa Kunstpassage even inspirerend  werk te horen kregen. Rik Comello Den Haag  hier met vriendin, heeft net als John Zwart een maritieme achtergrond  Vriend en collega-dichter Rik Comello en John hadden beide wel een speciaal  nieuw gedicht geschreven, waarin ze elk op hun eigen manier hun liefde voor de stad: De stad, met aan de boorden van haar havens de toewijding  van de beschermheilige der zeelieden  Mijn stad, mijn stad De stad De stad, zij steunt, zij zucht, zij schreeuwt zij wordt gefolterd en zij wordt gestreeld Terwijl zij haar gestrekte armen reikt naar de ochtendzon besmeuren vuile zwervers de plooien van haar nachtjapon Terwijl zij aan de zomen lieflijk geurt wordt aan haar borst haar kleed gescheurd Als steeds die horden haar belagen hoe kan zij daarbij nog behagen Wordt telkens door rabauwen opnieuw haar schoot geschonden door haar ware minnaars wordt weer haar bloedend hart verbonden Na jaren keer ik weer — ze toont mij haar aangezicht en zegt: Als toegift deze van scheepsarts-dichter Jan Slauerhoff: Alleen de havens zijn ons trouw Al 't andere aan de vaste wal Behoort niet bij ons, vriend noch vrouw Stond ooit eens voor de zeeman pal.

Gisteren was het Wereld Alzheimer Dag en dat werd door Uitgeverij De Brouwerij uit  Maassluis en het duo Gerrit Molenaar en Bert Verhoeff als het uitgelezen moment  beschouwd om hun boek "Kus me nog eens wakker" aan de pers te presenteren.

De dag, woensdag 21 september, maar ook de locatie was zorgvuldig gekozen: Museum Het Dolhuys te Haarlem. Het Nationaal Museum, waar wordt getoond hoe er  door de eeuwen heen werd omgegaan met mensen die 'anders' zijn. Een fotograaf en een schrijver gingen twee jaar lang op in de wereld van mensen die  lijden aan dementie.

Voor de schrijver, Gerrit Molenaar, was het een project dat hem  ook moest helpen in de zoektocht om zichzelf te hervinden. Want hij was door zijn  journalistieke werk zo rationeel geworden, als gevolg ook bijzonder cynisch, waardoor  zijn gevoelsleven erg verarmd was.

Het proces van het maken van het boek, waarbij hij contact moest maken op een intieme wijze met zijn hoofdrolspelers, zou hem tegelijk kunnen helpen weer dichter bij zijn gevoel te komen. Zijn hond Mozes gaf hem het voorbeeld door de intuïtieve manier waarop het dier  reageert op mensen. Mozes maakt direct contact of wijst resoluut af, de hond besluit onmiddellijk zonder zichtbare aarzeling.

Zo'n intuïtieve benadering helpt ook bij de  openheid naar de ouderen die hij voor een rol in het boek uitkiest, met wie iets tot stand moet komen. Het komt zelden voor dat een boekpresentatie zich zó ontvouwt: De deuren gingen op slot niet storen en na een korte monoloog gingen ook de lichten uit om 't geluidslandschap beter te kunnen ondergaan.

Ook muziek werd als ondersteunend element gebruikt. Als het licht dan weer aan gaat voelt het als het verlaten van een bioscoopzaal na het zien van een meeslepende film. Het bekijken van het boek doe je hierna ánders, onder invloed van deze indrukken: Een ontroerende foto van één van de hoofdrolspeelsters in het boek, samen met haar man, brengt de kijker-lezer in de juiste gemoedstoestand om dit verslag vanuit de leefwereld van deze dementerende ouderen op een manier te ondergaan, zoals dat door fotograaf en schrijver bedoeld is.

Het boek is vooral een "kijkboek", het is grotendeels gevuld met bijzondere en zeer   indringende foto's in kleur van Bert Verhoeff. Summiere teksten, opgetekende citaten en korte gedichten vormen de bijdrage van Gerrit Molenaar aan het werk. Aan het eind van het boek geeft Molenaar in veertien bladzijden de wordingsgeschiedenis ervan  tegen zijn persoonlijke achtergrond. De lezer kan dus kiezen: Waarschijnlijk zullen de meeste mensen het boek eerst als een "kijkboek"  ter hand nemen.

Onderweg worden ze dan verrast door kleine "ingestoken" tekstbladen, met een citaat of een klein gedichtje.

Zoals deze regels die de 85 jarige Anneke Boer schreef: Bert is mijn mannetje help, mijn Bert is een schat! Of deze op citaten van Ben Wikkers: Negen mensen die in tehuizen, of thuis worden verzorgd.

Een boek dat iedereen die met deze verouderingskwaal van het brein in zijn naaste  omgeving te maken krijgt een beetje kan helpen bij inleving en begrip. Bert Verhoeff Teksten van: Teun van der Heijden. Internet Uitgeverij De Brouwerij.

Eddy Beugels wordt "de klopper" genoemd, want hij blijft overal op bonzen, dreigend? Eddy is blij als de zon schijnt, hij is blij met een regenbui,  Eddy is altijd blij: Eddy is blij heel erg blij van blijdschap klopt Eddy de hele dag op ramen en deuren zodat iedereen weet hoe blij hij is zodat iedereen het hoort zodat iedereen het voelt. Nog meer poëzie in Leeuwarden, afgelopen weekeinde  -   bericht 16 augustus     Leeuwarden, zondag 14 augustus -.

Er was het afgelopen weekeinde nog meer poëzie in Leeuwarden. Of poëzie, moeten we "slammen" poëzie noemen? Hernehim Cultuur gebruikt liever als term "contemporaine dichtstijl"  voor die vorm die zo ver afstaat van het ingetogen dichten dat even  goed, zo niet beter, tot zijn recht komt zonder het effect van de voordracht. Melvin van Eldik doet de laatste jaren erg zijn best om Friesland hiervoor warm te laten lopen. Hij organiseert avonden in Attel-J en buitengebeuren op zomerse zondagmiddagen op het muziekpodium van de Koperen Tuin.

Melvin van Eldik in de Prinsentuin van Leeuwarden  - Foto H C We schrijven niet zo vaak over slamconcoursen, daar zijn andere sites voor. Maar als het niet in Amsterdam of Utrecht plaatsvond of die ene man deed niet mee dan lees je er weinig over. Dus vult uw HC redactie deze leemte vandaag op: Zondagmiddag 14 augustus vond in de muziektent van de Prinsentuin te Leeuwarden ook bekend als de Koperen Tuin naar de roman van Simon Vestdijk een open slamcompetitie  van Melvin van Eldik plaats.

Jee Kast werd uitgeroepen tot winnaar. Hoe het precies was, doet er niet toe. Het was anders dan de eerste keer op 13 juni, ook anders dan de volgende op 22 juli, het was elke keer weer anders, maar de sfeer  telkens spreekt wel uit het verslag dat over de eerste keer geschreven werd: De zomer had ons inmiddels geleerd om een 'plan B' achter de hand te hebben, als  'slechtweer oplossing'.

Niet de keus beperken tot: Maar het alternatief was niet nodig want het was vrijdag 12 augustus werkelijk een  stralende zomerdag met ideaal wandel en terrasjesweer. Daar hebben we naar hartelust van geprofiteerd, voor zowel het eerste als het laatste! En een stukje van 't  'slechtweerplan' hebben we óók nog genoten: En Jorwert leverde ook weer een bijzonder verhaal op dat  een plekje op de Blogpagina heeft verdiend.

Verder kun je alleen maar spijt hebben als je er niet was. De Glazen Koepel te Leeuwarden - © Foto Friesland Bank  Stad met veel tastbare historie maar ook moderniteit met allure "Alles heb ik teruggevonden,  Bekoorlijk verwaarloosd als 't vroeger was: Het groene pad begroeid met spichtig gras,  De zonnebloemen die toen lager stonden Alde Fryske Tsjerken de bejaarde kosteres, die schuin tegenover het pad over het kerkhof woont,  heeft altijd het oog op elk komen en gaan De Landelijke Liefde-wandeling  - Een reportage over een cultuur-poëzie-natuur ervaring in midden Friesland -  geplaatst op 15 juni   Op tweede pinksterdag, de dertiende juni, liepen we de eerste wandeling gewijd aan  "l'amour rustique" J.

Natuurlijk was het niet echt de eerste keer. In de loop der jaren reed ik menigmaal over 't voor deze wandeling gekozen traject, de eerste keren per auto,  later graag als fietser op mijn tochten naar Boazum en Jorwert.

En in de aanloop naar deze Slauerhoff Wandeling liep ik tweemaal van Jongema State in Raerd naar de Pastorie in Jorwert , heen en terug. Jongema State is al een aantal jaren mijn adoptiegebied als natuurgids, het heeft voor mij een extra betekenis, wetende dat de dichter die mij altijd het meest heeft geïnspireerd daar óók was en er poëzie op schreef.

En Jorwert, met de toen nog onveranderde Pastorie waar ik kennismaakte met dominee Klooster in het jaar , was een andere plek waar ik de nabijheid van dichter Slauerhoff nog 'voelen' kon. It Fryske Gea, de friese natuurbeschermingsvereniging bevordert bij het brede publiek de interesse voor de natuur, waarbij eveneens de culturele aspecten van een landschap de aandacht hebben. Net als de natuurbeschermers in de andere provincies, heeft men ook  zorg voor de culturele betekenis van landgoederen die in haar beheer zijn en dat is bij- voorbeeld ook het geval bij de middeleeuwse "slachtedyk"- een historische waterwering  van de Middelzee - als cultuurgoed tevens natuurobject onder de hoede van de vereniging.

De wandeling verloopt langs historische dijkjes en bolle bruggen over oeroude waterlopen door de streek van de voormalige Middelzee. Vaak ervaar ik dat mensen met 'een groen hart' ook openstaan voor toegankelijke  gedichten. En andersom merk ik dat poëzieliefhebbers ook vaak graag in de natuur vertoeven. Zo kwam bij mij 't idee op om bij het tienjarig bestaan van Hernehim Cultuur de twee interessegebieden met elkaar te verbinden.

En wat de literatuur betreft, wat is toegankelijker dan liefdespoëzie? En hoe kan een poëzieliefhebber het landschap intenser beleven dan in het zicht van wat een dichter heeft geïnspireerd? Wij stonden gebogen over de vliet;  Daaronder leken onze gezichten  Ziende uit een toekomst, toen een lichte  Rimpeling ons glimlachen liet: Ons spiegelend zooals wij niet  Meer konden zijn. Een steen in 't water en terstond  Verdwenen we. Zoo was het altijd: Verschijnen, verdwijnen, weerzien, afscheid,  Zoeken in elkaars oogen en mond.

Een zoen, niet bij machte kortstondige weelde  Te geven, dien alleen het voorgevoel  Van het wellicht voor ´t laatst te doen  Een zekere ernstige wellust verleende. Origineel gedicht uit de bundel "Serenade". Het werd een mooie en geslaagde dag - dat zeg ik volmondig na ervaring van diverse  onverwachte zaken en matige weersomstandigheden.

Het plan was om deze tochten in kleine groepjes te maken, 6 tot 8 deelnemers om het gezamenlijk beleven te  bevorderen.

De ervaring met de stadsrand-wandeling Watergraafsmeer van Albert Hoogendijk heeft me bevestigd in dat voornemen. Door de weerberichten, al vóór pinksteren — 1e dag zomers, 2e dag nat — haakten  mensen af en kromp een groepje van negen potentiële wandelaars in tot vijf, ondanks de belofte dat bij zware regenval in plaats van een wandeling een auto-etapperit zou  worden gedaan.

In de nacht kletterde regen op het slaapkamervenster maar de ochtend was droog  met voorbijdrijvend grijs. Vanaf elf uur was de samenkomst bij Wouters in Leeuwarden tegenover het station, want de deelnemers kwamen 'van heinde en verre'. Tot het middaguur zou ik daar  zijn om hen te verwelkomen met koffie en thee. Maar Wouters had een A4tje op de  ruit geplakt: De stationsrestauratie in Leeuwarden is veroverd door onze grootgrutter als nieuwe  "to go" winkel en bood dus ook al geen soelaas.

Rondhangen voor de gesloten deur van Wouters ging me snel vervelen dus dan maar uitgeweken naar de lounge van 't  chique Oranjehotel — een uurtje heen en weer springen om oog te houden op de  dichte deur met het A4-tje. De eerste geleerde les: Iedereen kreeg het geïllustreerde boekje  "Landelijke Liefde" ,  gelegenheidsuitgave Hernehim Cultuur ,    plus een routebeschrijving voor een fietstocht van 30 km vanaf Goutum  Leeuwarden  waarvan onze Slauerhoff Wandeling van 12 km deel uitmaakt.

Een korte inleiding gaf ik op de stadswandeling en de afkomst van de dichter Jan Slauerhoff en daarna gingen we om half een op pad. We liepen naar de Nieuweweg langs de monumentale neoklassieke Openbare Bibliotheek naar de Weaze en volgden de gracht naar Voorstreek waar we alleen nog aan de bovenverdiepingen konden zien waar Slauerhoff -op nr zijn schooltijd heeft doorgebracht.

We pauzeerden met gepaste aandacht bij het gedicht "het einde" in het plaveisel op de  brug tegenover de Wortelhaven en namen nog een kijkje bij de Bonifatiuskerk waar in Cristina Branco haar portugese fado's van vertaalde Slauerhoffpoëzie heeft opgenomen. Luister hier naar "De Eenzamen" Os Solitáros door haar gezongen.

We maakten er een rondwandeling van, door te vervolgen over de Monnikemuurstraat langs de Grote of Jacobijnerkerk, en door de Grote Kerkstraat langs de Princessehof, waar deze maand een expositie van Chinees porselein met geluk en liefdessymbolen is geopend.

Eigenlijk zou je gemakkelijk een programma van een hele dag kunnen maken als de stads- wandeling met een museumbezoek wordt gecombineerd. Ons groepje zag onderweg nog allerlei interessants, zoals ook antiquarische boekwinkeltjes die zeer in trek waren.

Genoeg afleiding onderweg en het viel niet mee het tempo erin te  houden, maar ik moet toegeven dat ik zelf ook het bekijken van oude hofjes, de Grote Kerk etc.

Pas kwart over twee per auto op weg naar Jorwert -  na 10 minuten over de A32 kwamen  we in zijn wereld waar de tijd schijnbaar stilstond.

Dijkjes die ecologisch worden beheerd, weiden met koeien, schaapjes, friese paarden en pony's, een bolle brug over de Zwette die daar achteloos onderdoor slingert bedekt met bloeiend 'pompebled', een landschap als de plaatjes van C. Jetses in Ot en Sien. In Jorwert konden we ook gemakkelijk de klok een eeuw terugzetten naar het jaartal dat  Jan Slauerhoff voor het eerst door Annie Hille Ris Lambers naar haar dorpje werd meege- nomen.

Wat er nog is aan onveranderde gebouwen bekeken we met de aandacht die ze verdienen: Natuurlijk waren de dames erg nieuwsgierig naar het "liefdeshoekje" achterin de tuin van de pastorie. Doordat de haven is gedempt en op die  plek een erf met grote schuur is gekomen moet je daarvoor "verboden terrein" opgaan: Toen ik er rond de Paasdagen was had ik dat natuurlijk stiekem al even gedaan.

Met de kleine groep waagde ik het erop. En dat zal je zien: Het bewonersechtpaar kwam naar buiten dus ik moest vlug mijn excuus maken, stelde  mij voor en verklaarde de reden van ons gluurdersgedrag.

De vrouw van het paar bleek veel kennis te hebben van de historie van het dorp en schetste ons zelfs exact de situatie van vóór Slauerhoff en de roemruchte dominee, toen de pastorie met de tuin ongeveer een schiereiland vormde, het Havenspaed water was met niet meer  dan een smal paadje erlangs en de Lijnbaan ook een sloot, met een bruggetje erover dat verbinding gaf van de pastorie-zijtuin naar het kerkhof.

Ik kreeg zo weer heel wat nieuwe informatie over de bewoning en er werd zelfs een fotoalbum tevoorschijn gehaald. Pastorie Jorwert - Beeld , Slauerhoffjaar. Na het vertrek van dominee Klooster in heeft de pastorie een jaar leeg gestaan  tot de verbouwing voor de huidige bewoners kon aanvangen.

De buren maakten een hele serie foto's van het originele interieur, o. Het betrof het geëngageerde gedicht "De dienstmaagd" dat ook in onze gelegenheids- bundel is opgenomen. Zelfs op het kleine kerkhof zat zij graag,  Er stond een bank onder het schrale loover,  Achter een schrompelende wilgenhaag  Bijna vergeten door den zomer. Daar wilde ik vóór haar staan, als uit haar droomen  Overgegaan in een warm, waar verhaal. Maar zij zou mij van verre al aan zien komen: Het lage land ligt tot den einder kaal.

Het was een welkome ontmoeting en kennismaking, al begon het helaas te regenen. De herberg bood ons geen schuilplek, die heeft meer een 'museale' functie en ontvangt graag  'recepties en partijen'.

Als café is het gebouw maar beperkt geopend. Daar was ik vanzelfsprekend tevoren van op de hoogte en ik had daarop gerekend: De kerk is wel alle dagen open en daar konden we droog blijven: Dat is toch heel wat anders dan: Het oude godshuis heeft een prachtige akoestiek en het was een geweldige ervaring om daar de Slauerhoff l.

Zo gaf hij destijds sommige  gedichten een boodschap mee, nu weet iedereen wel dat zijn muze Heleen is geweest. Zo'n oude kerk dwingt je gedragen te lezen, leestekens te respecteren, witregel-pauzes te nemen. De meeste dichters lezen te snel, ik ook. Het stille van den hof en het grijsblonde  Van zon laatglanzend door beslagen glas. Achter in de tuin begon de ondiepe plas,  Waar we elkaar 's avonds onder takken vonden Toen moesten we de lange wandeling nog maken en het was al bijna half vier i.

Er was dus geen tijd meer te vermorsen Niet in Tsjeintgum dus, voor de beeldentuin van Hein Mader 86 , die hebben we helaas overgeslagen — de volgende keer moeten we maar wat strakker met de tijd omgaan. In Mantgum was het gelukkig ook alweer droog geworden,  It Bosk voerde ons weer naar de "slachte" de vroegere westoever van de Middelzee.

Rechts, midden in het vlakke weideland zagen we een afgegraven terp, niets meer dan een ommuurd hoog kerkhof met een toren middenop, oprijzend als hoogwater vluchtplek.

De toren wordt gedateerd op de 11e eeuw, ook van tufsteen. Er is onbelemmerd uitzicht naar de terpen van Easterwierrum en Mantgum. Het dorp dat er vroeger omheen lag is 2 eeuwen geleden verplaatst naar een gunstiger plek. Er bleven slechts toren en doden.

Een ideale plek om het gedicht van Atze van Wieren voor te dragen: Halverwege weer zo'n bolle brug over  de Zwette, die nu nog voor de afwatering van dit lage stuk Friesland moet zorgen. Onze tocht eindigde op Jongema State bij Raerd. Jan Slauerhoff en zijn Heleen zijn er ook meermalen geweest en er was dus nauwelijks een mooier eindpunt te bedenken.

Het geeft me altijd een fijn gevoel om de zware deur in de toegangspoort uit open te maken om mijn "gasten" binnen te laten. Onder de poort hebben we nog wat poëzie gelezen, tenslotte kon ik als "kasteelheer"  de toegang weer afsluiten - er stond een grote auto klaar om ons weer terug te brengen naar Leeuwarden.

Jorwert lijn 93, Raerd lijn Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij  - Een impressie van de Haarlemse Dichtlijn  -  geplaatst op 6 juni    Het Spaarne stroomt Hemelvaartsdag, 2 juni in Haarlem — door JohnN. Er wordt wat afgewandeld tegenwoordig. Dat was natuurlijk altijd zo maar ik, uw nijvere verslaggever, ben er nu regelmatig bij betrokken en dat is goed. Te vaak kreeg ik het gevoel dat ik te veel uren besteedde zittend aan het computerscherm.

Toen ik van stadsdichteres Sylvia Hubers hoorde dat de Haarlemse Dichtlijn jaargang , door deelnemers die gedichten op de stad schrijven, óók als een stadswandeling kan  worden beleefd, was ik meteen enthousiast. Al sinds schrijf ik voor 'Woorden in de Waagschaal' en de 'Dichtlijn' regelmatig 'haarlemse gedichten'.

Het was die dag druk in de stad, het Spaarne lag vol plezierboten, de terrassen al vóór het middaguur goed bezet met genieters van drankjes in de zon. Gelukkig lang niet iedereen  naar Zandvoort. Het lijkt wel per traditie - of ze het nu op Pinksterzondag of op Hemelvaart organiseren — áltijd hoogzomer bij de Haarlemse Dichtlijn.

De opening weer in de Vishal, dat lage lange gebouw dat neerknielt bij de Bavokerk aan de  Grote Markt. Verse vis wordt daar allang niet meer verhandeld, verzen klonken er. De dagelijkse functie is expositieruimte, dat vraagt licht, dus kreeg de hal een glazen dak. Daar ben ik nooit blij mee op zo'n dag: Boudewijn de Groot meneer de president Lennert Nijgh leek er in mijn gevoel in de geest ook bij, want wat was Boudewijn geweest zonder die dichter?

Zijn outfit was passend bij het binnenklimaat. Hij kreeg de bloemlezing aangeboden: De Bundel van dit jaar, die oogt als Literair Werk in plaats van een gelegenheidsboekje. Die Bundel mag nu dus  best 10 euro kosten, nog een vriendenprijsje goed beschouwd. Bavo aan de Grote Markt. In het tweede leven van de Adriaan kraak ik een nootje. Alle "dienstregelaars" van de 6 podia grepen vervolgens hun kans om de toehoorders te  overtuigen dat ze zich juist naar hún locatie moesten begeven.

Het Huisartsencabaret   menig geween is helaas iatrogeen , dat dichters als Wilma vd Akker, Gusta Bastian en Gerrit Vennema ontving, stal in mijn ogen de show is er een dichter in de zaal? De meest effectieve uiteraard de humor. Ze streken neer in het Archeologisch Museum daar liggen de resten van falende artsen in het verre verleden.

Willemien Spook wat zal die gepest zijn op school met die naam, er is vast een sterke vrouw uit gegroeid   wilde liefst veel mensen naar de binnenbocht, het Korte Spaarne, naar Atelier September  lokken. Ze droeg een lang gedicht voor waarin de hele wordingsgeschiedenis van Haarlem was verwerkt. In gedachten schrapte ik onmiddellijk mijn eigen "haarlo heim" van mijn lijstje.

Fredie Kuiper , gewapend met accordeon en zangstem, kreeg met haar enthousiasme de stemming er goed in. Toch was ik blij dat ik eerst in het gevolg van Sylvia mocht vertoeven, op haar tocht door  het stadscentrum in de aangenaam koelere buitenlucht.

Sylvia Hubers — wie kan er nog  gelukkiger zijn dan zij, met haar initialen: S paarne H aarlem — heeft een hele schare bewonderaars. Is het niet voor haar gedichten dan is het wel voor haar muzikale prestaties op de zingende zaag! Echt waar, dat moet je horen. We hadden dan ook onmiddellijk een hele groep om ons heen. De mooiste, zeg ik zonder aarzeling, was Mayamba: Ze is beginnend dichteres, deed nog niet mee aan de Dichtlijn,  maar dat gaat vast nog wel komen, dat weet ik zeker, bij een jonge vrouw die bruist van  muzikaal, dans en schildertalent.

Waarom kon ik daar voor die Vishal een poosje alleen  maar naar háár kijken? Omdat ze herinneringen opriep aan de prachtige "cotto missies"  op de markt in Paramaribo, met haar prachtige kleding: Haar wieg  stond in Angola, haar atelier staat in Haarlem. Hoe weet ik dat van haar en haar talenten? Wel, ik maakte haar een verdiend compliment over haar kostuum en zij gaf mij haar kaartje. In ons groepje ontwaarde ik de kunstenaar Hans Clavin, ook al een meervoudig talent waar  ik bij mijn laatste optreden in de Waag al mee kennismaakte.

We gingen op pad en ik zag  opeens een dichter die ik niet in het programma had zien staan. Hij leek wel op Jan Kal En het wás Jan Kal Blijkbaar spontaan bij ons aangesloten. Op de Ster op de Grote Markt werd gedienstig een 'zeepkist' aangedragen die in werkelijk- heid een groentenkist was, niet echt geschikt voor klasse 80 kg en meer.

Maar het ging bij iedereen goed, we hadden 'm toch wel nodig, zonder versterking boven het achtergrond- rumoer. We wandelden verder naar het Johannes Enschedéhofje waar de deur op slot zat. Er mochten inderdaad wat dichters naar binnen om voor te dragen, dat was afgesproken, maar men had blijkbaar niet gerekend op een menigte van meer dan dertig personen. Het werd allemaal goedmoedig geregeld en we konden toch op die plek luisteren naar de poëzie over andere,  oude hofjes door Erika Destercke uit Gent en Harmen Malderik en André Rooijmans.

Over de Bakenessergracht naar het Spaarne, de Melkbrug had een verrassing in petto. Daar  stond een meerstemmig zanggroepje met instrumentale begeleiding om voor ons op te treden. Een heel leuk intermezzo, humoristische teksten en zelfs een méézinger. Aan de overkant kwamen we via de Antoniestraat bij het historische pand waar jaar geleden de eerste legendarische Haarlemmerolie  goed voor elke kwaal werd gebrouwen.

Op de gevel staat een gedicht van Willemien Spook dat ook werd voorgedragen. Verder hoorden we daar Else Dudink en Jos Zuijderwijk.

Op de terugweg naar dezelfde brug waar we de zang hadden beluisterd, begon juist de bel  te rinkelen en sloten zich de slagbomen.

Honderd en één plezierjachten moesten er door, dat ging wel even duren. Sylvia maakte van de nood een deugd en stelde voor dat we een Open Podium zouden houden voor de slagboom. Het kistje werd neergezet en Erika Destercke liet haar "Haar in de boter" horen.

Ook Jos Zuijderwijk greep de gelegenheid aan voor een langere toegift. En nòg voeren de scheepjes voorbij, dus ik liet mijn nieuwe Donkere Spaarnegedicht tewater als eerbetoon aan Hans Andreus, de dichter van het licht. Zijn eerste bundel werd hier aan het Spaarne uitgegeven in bij Uitgeverij Holland. Zegt de ene rietveld- stoel tegen de andere rietveldstoel: Ruik eens aan mijn schouder en aan mijn sleutelbeen voel eens aan mijn strakgespannen kuit de zomer komt eraan Mijn knieën wisten het eerder dan ik.

Omgevingsrumoer kan een enigszins storende factor zijn, maar toch kan een wandeling  door een toegevoegd poëtisch element vaak een heel speels en boeiend karakter krijgen. Wie dat nog niet herkent moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer ergens mee te lopen. Dit verslag is natuurlijk verre van volledig, het is dan ook  een deelnemers impressie. De berichtgeving van een deelnemer kan niet anders dan ietwat gekleurd en vooral fragmentarisch zijn.

Ik vertrouw dat ieder die niet genoemd wordt dit zal begrijpen. Het eigen optreden houdt je bezig en veel van wat een verslaggever registreert  ontgaat je. Vijf kwartier om vrij in te vullen, maar het aanbod bleek  veel groter dan in dat tijdsbestek past.

Ik koos een route langs het Ampzing Genootschap waar opgetreden werd op het terras van Café Koops — en vervolgens naar de Waag waar ik in de derde en laatste ronde op 't programma stond. Klanken voor een lach met een traan. Vervolgens was het een genoegen hoe Jando met zijn bezielde voordracht liet meevoelen  hoe een nieuwe liefde, op welke leeftijd ook, kan inspireren.

Eén blik op de mensen op het terras was genoeg om meteen te weten wie hem zo inspireerde. Snel dóór naar de Waag, ik passeerde Merik van der Torren op tegengestelde koers. Weer werd ik verwelkomd met muziek: Fredie Kuiper speelde een pauze vol met haar  accordeon.

Ik hoorde Harmen Malderik en Myrte Leffring die haar muzikale partner  weer had meegebracht voor begeleiding op de piano. Toen kwam Joop Scholten met zijn  "het sublieme", eerder gehoord in Eijlders, maar dat wilde ik toch niet missen.

Dat gaat  ook op voor Martin van de Vijfeijke , met zo vaak 'n verrassende slotzin waarbij je gezicht niet in de plooi kan blijven. Hetzelfde gebeurde me in de pauze, toen iemand zich voor de  tweede maal bij mij aandiende, die maar niet geloven wilde dat ik NIET Hans Dorrestijn  was, of tenminste dan zijn broer Het laatste blok van Leonice Leite da Silva , de Braziliaanse Nederlandse toonde zich erg nerveus, ze liet zich door mij op haar gemak stellen.

Ze stuurt me soms haar nieuwe gedichten om  te redigeren en voor opbouwende kritiek en noemt mij sindsdien "grote dichtvriend". Die Zuid-Amerikaanse dankbaarheid, die ook Paul Roelofsen gold, is hartverwarmend. Ze droeg een loflied op aan haar overleden Nederlandse schoonmoeder. Vooral bij het  vrouwelijke publiek zag ik ontroering. Frans Terken liet ons horen dat er nog steeds heel degelijk gedicht wordt in Leiden, met  werk dat het verdient opnieuw gelezen te worden om alles eruit te halen wat erin zit.

Wolff en Zwart gingen afsluiten. Max Lerou had zich heel even losgemaakt uit de intense omarmingen die hem buiten op het terras ten deel vielen en stelde zich strategisch op om Pom Wolff mobiel te registreren. Diens "One night song" die in De Bundel staat is een van zijn betere en helemaal in de stijl van de "guigeltondichter" die ik waardeer.

Er is ook een  andere, ruigere slamversie van, die de titel "One night stand" zou kunnen dragen — zo had Fredie het ook begrepen — en hij koos voor die uitvoering in zijn voordracht.

Met succes,  zo tegen het einde kan men zich wat lossere teugels permitteren, het leverde hem een verzoeknummer op. Maar verder, Pom, maakte je je er toch wat gemakkelijk vanaf, met  alwéér die "pik van een halve meter in Almere Binnen" en die ouwe koe met weke uiers die je door de themopane wilde drukken.

Misschien ging je ervan uit dat je publiek zich steeds weer vernieuwt, maar ik hoorde het nu al zo vaak dat ik die ouwe koe niet meer door mijn  strot krijg, zelfs niet gemarineerd en gegrilld. JohnN staat redelijk gunstig in het alfabet maar met Zwart zit je slecht Maar ik zag het die middag positief: Vijftig jaar Haarlemse Bloemenmeisjes zijn er inmiddels al geweest, dus élke vrouw van ieder jaargang in de Waag kon het zich veroorloven om te  beweren dat zij Het Bloemenmeisje was.

Ik had wat prints van het gedicht meegebracht. Ze gingen grif van de hand. Met dank aan Dries Havermans , Nuel Gieles , Marten Janse en al die andere vrijwilligers - van de drager van de zeepkist tot en met de lieve dames die de hapjes en de drankjes  in de Vishal verzorgden. Voor de ouderen onder ons: Het Donker Spaarne ziet zijn tegendeel  de overzijde badend in het licht  alleen van daaruit zien ze schaduwzij  wat men ervaart bepaalt alleen het zicht. Wie langs 't Donker woont ziet 't leven vrolijk: Een meisje danst lichtvoetig pizzicato haar  blonde hoofd getooid met bloemenkroon  hij slaat een blad op, wil de bloemen lezen  in de spiegel van die trage stroom.

Poëziewandeling Oost-Watergraafsmeer  - deelnemersverslag van JohnN  -  geplaatst op 3 juni De Amsterdamse dichter Albert Hoogendijk heeft zijn stadsdeel Oost-Watergraafsmeer  zo lief dat hij er een 'dromenfabriek' aan heeft opgedragen. Hardlopend zowel als wandelend doorkruiste hij jarenlang de Watergraafsmeer en de oostelijke rafelranden van de stad — dat deel inmiddels beter benoemd als "Zeeburg" —  waaruit een paar favoriete routes ontstonden.

En aan allerlei punten onderweg heeft hij  een gedicht gewijd. In printte hij er een aantal van uit en plakte ze aan, met milieuvriendelijke lijm  ja ja, op zijn "monumenten". Ze waren luttele dagen later allemaal verdwenen. Bewonderaars of vandalen - we houden het maar op het eerste.

Inmiddels zijn er 12 gedichten die werden verzameld in een kleine bundel: Als maker en gids organiseert hij soms wandelingen met natuur- en poëzieliefhebbers. Op zondag 22 mei heb ik zo'n wandeling meegelopen. Hoogendijk spreekt af met een  groepje in Café , Hogeweg 48, op de kruising met de Linnaeusparkstraat aldaar  stond een historische fontein. Maar die is lang verdwenen.

Een paar jaar geleden heeft het stadsdeel de buurt verblijd met herstel van oude glorie: Gemeenlandshuis, Diemerzeedijk 27, Amsterdam   Sinds in eigendom van de Hendrick de Keyservereniging. Eén van de plekken waar we even stil stonden. De weg  er naar toe  is onveranderd  hier klotst, alleen dan  zonder getijden,  al eeuwen, onvermoeibaar het water  tegen de  Oude Diemerzeedijk  het verlangen  viert hoogtij  om achter  deze statige gevel  slechts  één weekend  de heer des huizes  te zijn  schrijven zal ik  uit duizend en één nacht  over hoe  het vroeger  was.

Na nachtelijke regen troffen we toch een bijna droge middag één flinke bui  die we schuilend in een horeca gelegenheid konden uitzitten. Zo nu en dan stopte Hoogendijk en verzamelde een kring om zich heen; dan waren we bij één van zijn "monumenten" aangeland en las hij ons een gedicht. Het is eenvoudige toegankelijke poëzie, en die dankt haar bestaan aan heel verschil- lende dingen.

Soms is het een bijzonder gebouw of zomaar een bankje langs een  gracht. Dan een kompleet landschapselement zoals het Flevopark, maar ook wel eens iets simpels als een paraplu die een passant bij slecht weer verloor, waarvan voor ons de contouren onder de wateroppervlakte nog vaag zijn te herkennen. We liepen een route die ik hier eenvoudig weergeef: Met Hoogendijk over de Hogedijk — hoe toepasselijk — onder het spoorviaduct door naar de Indische Buurt.

We hielden halt bij een bankje waar de dichter in verloop van tijd alle geloven heeft zien zitten. We volgden de Valentijnskade tot het Flevopark, dat een geheim bevat: Aan de overkant van het water  zien we het 'sciencepark Watergraafsmeer' met wat verderop een opvallend transfor- matorgebouw, door Hoogendijk 'de rode kathedraal' genoemd.

Natuurlijk maakten we een rondje door het park en konden nog genieten van de laatste bloei van de rhododendrons. Een sterke geur verspreidde zich om ons heen, die bleek van natuurlijke oorsprong te zijn: Het plantje is  ook als keukenkruid te gebruiken. Na het park stuitten we op het laatste authentieke stukje ringvaart, met houten huisjes en een 'overzet', een trekpontje, nutteloos nu, omdat maar even verderop een fietsbrug ligt. Over het Amsterdam-Rijnkanaal maakten we kennis met de Nesciobrug, een bijna futuristisch bouwwerk van moderne bruggenbouw, hangend aan twee enorme palen op elk van de oevers.

We volgen een flink stuk van de oude Diemerzeedijk, uit de tijd dat  hier de Zuiderzee nog kon spoken met hoog water. We ervoeren het als een bijzonder rustig stukje stads-rafelrand met dijkhuisjes aan de voet. Zo kwamen we opnieuw aan  bij het Flevopark, nu aan de andere zijde. De achter- of de voorkant?

Daarover kan getwist worden. In ieder geval liepen we onder een indrukwekkende stenen poort door, door de dichter  als 'de hemelpoort' aangeduid. Hij werd helemaal niet voor het park gemaakt, maar  ontdekt in een gemeente-opslagplaats, overkompleet Het jaartal klopt dan ook  helemaal niet — het park werd aangelegd in dezelfde tijd als het Amsterdamse Bos bij Amstelveen — de crisisjaren 30 van de vorige eeuw — toch past de poort wonderwel in  de omgeving, waar veel essen, linden, wilgen en andere boomsoorten tot grote wasdom kwamen.

Vlak over een houten grachtbrug geurde heerlijk 'n grote rijk bloeiende acacia. Nog een stukje door de Indische Buurt, langs de woning van de dichter en toen hoorden we al gauw de fontein weer klateren. Wie dat nog niet herkent  moet het maar eens uitproberen — al was het maar door gewoon een keer mee te lopen als er zoiets georganiseerd wordt. Contact met Albert Hoogendijk kan worden opgenomen via dromenfabriek gmail.

Gedichten en verhalen op een bijzondere  plek, dat trekt mij altijd aan — en op een boot, klein of groot, geeft dit beslist een extra  dimensie. Bij grotere festijnen, zoals het Open Haven Festival van Amsterdam is het al  eerder gedaan, maar als eigenstandig evenement, zoals nu door Kees-Jan Sierhuis georganiseerd onder zijn vlag "De Kleine Wind" is het toch een experiment, dat ieders  steun en enthousiasme verdient.

Als oud Wormerveerder mijn ouders woonden er — en ik tot mijn zestiende in dat ouderlijk huis werd ik door Kees-Jan uitgenodigd om de vaartocht van 2 uur - van acht tot tien —  mee te maken.

Bijna heel Zaanstad — zoals de ketting van dorpen langs de voormalige rivier tegenwoordig heet — zou aan ons oog voorbij trekken, want die Nauernase Vaart is de grens tussen Krommenie en Wormerveer en we zouden tenslotte aanleggen bij de Damsluis in het hart van Zaandam. Daar konden we figuurlijk gesproken op een rijdende trein stappen, want  Rob Vos had op deze zelfde avond zijn Podium Rotonde in De Kade aan de Oostzijde.

Syntheses van geïmproviseerde muziek op saxofoon en poëzie van John Epke waren daar te genieten. Een stevige "performance" van John in het Engels, waarmee hij me een beetje aan de beatniks, zoals Charles Bukowski, deed denken. Verder optreden van het duo Zaagsel en Schors — bestaande uit dichter Jacob Passander   en klarinettist Ditmer Weertman , die ik verleden jaar september in Wormerveer ook al  eens bezig zag.

Een en ander afgewisseld met een band met wel zéér stevige muziek. Ik voorzag dat het wel eens laat zou kunnen worden die avond En de boot voer echt niet meer terug, daarvoor moesten we maar op openbaar vervoer terugvallen, zo had Kees-Jan van tevoren al gewaarschuwd.

Later zou ik ervaren dat er een heel stel fietsen mee gingen op het achterdek van de boot, heel slim natuurlijk. Kees-Jan Sierhuis - initiatiefnemer van "de kleine wind" heeft er iets mee,       met bijzondere podia, hij organiseerde al eens een poëzie picknick,        nu dus een poëzie rondvaart. Cor Bruyn schreef nog van het veer en mijn over-opa de politieman, ordewaker tegen wil en dank — in zijn boek een voortijds bromsnor met een zwak voor drank.

Ik begreep niet waarom mijn dorp zo weinig eigens had — geleend de naam van Wormer waar molens meest verdwenen en niet eens  meer het veer, sinds jaar en dag al bij de melkfabriek de ijzeren klapbrug lag, óók al zonder naam, die mocht alleen maar Zaanbrug heten.

De Wormer meisjes kwamen graag over de brug als het bij ons op de zaanbocht kermis was, maar voor thuisbrengen geen kans — de Wormer jongens stonden klaar: Tevoren had ik me bedacht dat het niet leuk is op een nachtelijk uur op de Dam in Zaandam te staan en je je auto ergens van een dijkje in Wormerveer of Krommenie moet ophalen.

Dat zag ik niet zitten. Dus op de heenweg parkeerde ik maar bij het station van Zaandam  en nam de trein naar Krommenie. Helaas, NS zorgt graag voor verrassingen: Er viel een trein uit en de volgende was 20 minuten vertraagd —  en wat was het nog een eind lopen van het station naar de aanlegplaats De schipper en Kees-Jan stonden al op de uitkijk toen ik er aan kwam over de brug: Bijna acht uur, maar nog net op tijd — de diesel werd gestart en spoedig gleed heel wat  Zaanse historie en daarmee mijn kindertijd aan me voorbij.

Alles nog wel herkenbaar maar natuurlijk ook veel moderniteit en zichtbare welvaart. In plaats van met oude schuiten en pieremachochels pronkt menig zaanerf nu met kapitale jachten. Een paar oude fabrieksgebouwen staan nog in hun oude enigszins vervallen staat: Op de Noord staan nog een paar van de groenhouten huisjes, zoals eentje waarin vroeger  oma en opa woonden, maar de meeste hebben plaatsgemaakt voor flats.

Het oude kerkje  staat er nog, maar de enorme molenschuur van "De Jonge Prins", die in mijn kindertijd  een theaterzaal huisvestte en waar de stem van mijn moeder menigmaal heeft geklonken  in één van haar hoofdrollen voor de Zaansche Operette Vereniging, is weg — op de plaats  verrees een nóg groter appartementengebouw.

De forse toren met zadeldak van de RK-kerk troont daar nog altijd hoog bovenuit. We voeren onder de oude Zaanbrug door, óók al vervangen door een breder en zwaarder  nieuw exemplaar.

De groei van het autoverkeer sinds mijn jeugd liet zich aflezen aan de  grote hoeveelheid bruggen die we passeerden op een tocht van 2 uur, er zijn er minstens  een drietal bij gekomen.

Al varende werd er af en toe een blokje voorgedragen. Kees-Jan Sierhuis las zelf ook eigen poëzie o. Tijdens de passage van Wormerveer deed ik een voordracht van  toepasselijke poëzie: Gerrit van den Nieuwendijk uit Zaandijk las een paar van zijn korte verhalen. Als generatiegenoot kon hij me soms behulpzaam zijn bij de herkenning van de oevers  van Zaandijk en Koog aan de Zaan. Hij heeft de veranderingen langzaam zien voltrekken  van wat voor mij opeens een overdosis was.

De Zaanbocht alweer een stuk achter ons gleden we langs de Dubbele Buurt en de vroegere steiger van de Alkmaar Pakketboot. Daarachter doemde een enorm fabrieksgebouw op. Het behield de historische schijn: Van blauwe overall naar witte boorden en mantelpakjes. Het deed me wel iets, dat gebouw met die adelaar, dat ik vanuit de bovenverdieping van  mijn ouderlijk huis kon zien, en dat een grote rol speelt in een oorlogsverhaal dat ik schreef: Kort geleden nog te lezen op de Hernehim Cultuur blog in de herdenkings- periode van de meidagen.

Dat is nou echt de Zaanstreek, wonen in de slagschaduw van de industrie, zo is het altijd geweest, al in de tijd van de molens. Wat verder ligt het gemaal "Het Leven", ongetwijfeld vroeger een molen geweest maar dat  was vóór mijn tijd - toen ik daar voorbij liep op weg naar het zwembad zoemden daar al de elektrische pompen.

Gerrit van den Nieuwendijk heeft ook nog in die "Zaanlandse Bad- en Zweminrichting" gezwommen, daar kwam je het water uit met een groene snor.

Iets voorbij die plek, aan de grens met Zaandijk, kende ik nog de molen "De Koperslager", toen nog in vol bedrijf als de wind gunstig was, daar werden lijnolie-koeken geslagen als  veevoer. Wie jonger dan een halve eeuw is heeft daar alleen nog maar de schuren van  gezien, de molen is afgebrand.

Maar verder aan de overkant stonden toen alleen maar wat  verlaten opslagschuren, en daar verrees tijdens mijn zeevarende jaren de Zaanse Schans. Een openlucht museum van molens en huisjes die van allerlei plekken gedemonteerd daar naartoe werden verhuisd.

Ik krijg altijd een dubbel gevoel bij die Zaanse Schans, enerzijds vind ik het mooi dat er veel meer geprobeerd wordt mooie oude cultuurhistorie te restaureren en te sparen,  anderzijds vind ik die "uitstalling" toch een soort geschiedvervalsing. We voeren onder een nieuwe brug door in Koog aan de Zaan.

Bovenop de leuning stond een vrijwel blote man in de avondkilte, slechts bij de enkels nog vastgehouden door een  vrouw die hem kennelijk hartstochtelijk wilde weerhouden van een heldensprong.

Het was een "act" van John Epke die wel wat aandacht trok van het Koger publiek, dat zich later toch een beetje teleurgesteld toonde toen hij tenslotte liever maar NIET sprong Het mirakel van Bakkum. Ze sprak plat Amsterdams een soort zingen onder suikerspin En altijd was het zomer. Haar meest vermakelijke grap aan de viskraam en op strand al jaren "Here, spijs deze zegen".

Amsterdam bracht vrouwen van de wereld Altijd als ik het in de stad probeerde Bleef ik toch het boertje van buuten. Maar na een glas rosé aan het strand was daar het mirakel van Bakkum en liep ik in zeven sletten tegelijk. Wat tijd doet met een oude foto zomerbrons in zepia verschoten Seizoen uit een vergeten plakboek.

Herinnering Vertrouwen  Geloof Hoop Liefde  en Vriendschap  grijze namen boven lang  verstorven kielzog, verbleekt  op een verdwenen rivier. Het lang verlaten en verwaarloosde pand kreeg in een nieuwe bestemming, vanaf dat jaar zijn er restauratie- en verbouwing- werkzaamheden begonnen.

De foto dateert uit de restauratiefase die inmiddels is voltooid. Varend van 'de Koog' naar Zaandam valt het me weer op welk een metamorfose al die fabrieksgebouwen van Honig, Verkade en Albert Heyn hebben ondergaan. En ik zocht  met mijn ogen tevergeefs naar de plek waar ik van vroeger het Ruyterveer wist, een pontje zoals er nu over het IJ naar het Centraal Station varen.

In Zaandam speciaal ingezet om "de meisjes" van Albert Heyn en Verkade over te zetten voor hun zware werkdag als inpaksters in de voedingsmiddelen industrie. Mijn oude school waar ze langs stapten, het Zaanlands Lyceum, is weg. De plek vanwaar eens het pontje voer onherkenbaar. Presentatieverslag en recensie "Bedevaart" - de tweede poëziebundel van Atze van Wieren -  door John Zwart  -  geplaatst op 10 mei   De dichter Atze van Wieren heeft duidelijk bij Uitgeverij "IJzer" te Utrecht zijn plek gevonden.

Alweer vier jaar geleden ging men daar een gedurfd project aan: De gedegen manier waarop hij dit beroemdste werk van de grote Rilke behandelde wekte vertrouwen, want in volgde bij dezelfde uitgever zijn bundel "Grondstof" met gedichten van eigen hand. In februari ontving ik een uitnodiging voor de presentatie van weer een nieuwe bundel met  eigen werk. Een passende plek van presentatie was uitgekozen: Hervormde Kerk van Buitenpost Frl. Op zaterdag 26 februari trof ik temidden van 20e eeuwse nieuwbouw een eerbiedwaardig historisch godshuis, waarin van oudsher plaats is voor een grote geloofsgemeenschap.

Sfeervolle orgelklanken bij binnenkomst, na het welkomstwoord gevolgd door een drietal  liederen met pianobegeleiding gezongen door Gerrit Breteler, dezelfde veelzijdige kunste- naar die ook de presentatie van "Grondstof" muzikaal omlijstte.

Gewend aan zo'n 50 tot belangstellenden bij een bundelpresentatie, verbaasde ik me eerst over de keus voor die grote kerk, maar hier kwamen veel meer mensen op af. Hoe kwam die kerk zo vol?

De verklaring ligt in het bestaan van een tweetal Stichtingen   die de vele oude kerken in de dorpen van het noorden van 't land ter harte gaan. Al deze monumenten zijn zo historisch en karakteristiek voor de plek waar ze in een ver verleden  werden gebouwd, dat ze beslist behouden moeten blijven. De kleine kerkgenootschappen  kunnen het onderhoud financieel allang niet meer aan, ondanks steun van Monumenten- zorg. Daarom zijn in de provincies Friesland en Groningen elk een Stichting tot behoud  opgericht.

Zo betrekt men de hele bevolking bij dit erfgoed en men zoekt er gepaste nieuwe gebruiksmogelijkheden voor. Er waren veel mensen aanwezig die bij één van de stichtingen betrokken zijn, een hele  nieuwe groep poëzieliefhebbers wellicht. Vannacht verscheen een man die mij met kleine mond verweet te dun te schrijven.

Dit jaargetij is dun: Dun zijn de jaren die mij resten en wat ik nog te schrijven droom wordt in de nacht gewogen en naar ik vrees steeds vaker hoofdschuddend aan mij voorgelegd. In het interview met redacteur Desmensen van Uitgeverij IJzer kwam de wording van  "Bedevaart" uitgebreid aan de orde.

Ja, ik ga akkoord met de algemene voorwaarden. Ja, ik accepteer alle cookies en aanverwante technieken. Dank je wel, helemaal top. Klik nu op de knop hieronder om je keuze te bevestigen en door te gaan naar FOK. Ja, Ik wil graag een goed werkende site! Je gaat tevens akkoord met onze privacy policy en algemene voorwaarden.

Je kunt deze toestemming op ieder moment intrekken. Je zult dan echter geen toegang meer hebben tot onze site. Je browser ondersteunt geen javascript. Schakel javascript in om door te kunnen gaan. Scroll omlaag voor meer informatie. De cookie is een klein stukje tekst dat door een website op je computer wordt geplaatst om bijvoorbeeld bij te houden of je bent ingelogd, wanneer je laatste bezoek was etc.

Cookies zijn niet eng, maar onderdeel van de HTTP-specificatie. Het HyperText Transfer Protocol wordt door iedereen gebruikt die een website bezoekt: Cookies kunnen nooit gebruikt worden om privégegevens van je computer uit te lezen of wachtwoorden te onderscheppen.

Ook kunnen ze een computer niet infecteren met een virus of trojan. Ze zijn dus volkomen veilig en worden al sinds de jaren 90 zonder incident gebruikt op bijna ALLE websites in de wereld.

Uitleg over onze cookies. Dit is een hash van je huidige session id.

wijd opengesperde kut sex markt enschede